Volgens Verhoeven Episode 80: THE BRIDGE ON THE RIVER KWAI (1957) DEEL 2 PAUL VERHOEVEN EN ROB VAN SCHEERS

De laatste zin van de film somt het complete verhaal prachtig op en wordt uitgesproken door dokter Lipton. Als hij het pandemonium van afstand overziet, concludeert hij: 'Madness! Madness!' Wat een waar woord is dat.

PAUL VERHOEVEN EN ROB VAN SCHEERS

'Voor David Lean was The Bridge on the River Kwai zijn eerste film van internationale allure. Daarvoor had hij zich vooral op Britse thema's geconcentreerd, met onder meer een tweetal Dickensverfilmingen en het liefdesdrama Brief Encounter (1945). De bron voor het epos The Bridge on the River Kwai is de gelijknamige roman uit 1952 van Pierre Boulle, die hiervoor putte uit zijn ervaringen als krijgsgevangene in Thailand.

Vorige week zagen we hoe de obsessief principiële luitenant-kolonel Nicholson (Alec Guinness) een titanenstrijd uitvocht met de Japanse kampcommandant Saito (Sessue Hayakawa). Nicholson won en voert nu zelf het bevel bij het bouwen van de brug. Feitelijk collaboratie: tégen de geallieerde strategie, ten bate van het Japanse schrikbewind. De koppige Nicholson ziet het evenwel als uitgelezen mogelijkheid om het moreel van zijn gedetineerde troepen hoog te houden én de Thaise bevolking een geschenk te geven, voor na de oorlog. Na voltooiing spijkert hij er eigenhandig een bord op: This Bridge Was Designed and Constructed by troops of the British Army.

De volgende dag hangt een tevreden Nicholson in zijn eentje over de leuning van de splinternieuwe brug. Het is laat in de middag, de zon zakt achter de bergen, hij kijkt uit op de stromende rivier. Met zijn officiersstokje in zijn hand geeft hij zich over aan contemplatie en Saito loopt op hem toe. Ze zijn bijna vrienden nu, ze hebben die brug samen gemaakt. Is-ie niet prachtig? - zo feliciteren ze elkaar. 'Weet je', vervolgt Nicholson, 'morgen zal ik op de kop af 28 jaar in dienst zijn van het Britse leger. 28 jaar, in tijden van oorlog en vrede. Ik geloof niet dat ik langer dan tien maanden thuis ben geweest. Maar het was een mooi leven, had het niet anders gewild. Toch zijn er momenten dat je je plotseling realiseert dichterbij het einde te zijn dan bij het begin. Dan vraag je je af: wat is de uitkomst van mijn leven? Welk verschil maakte mijn aanwezigheid voor... nou ja, voor wat dan ook?'

Terwijl hij zo staat te mijmeren, laat Nicholson gedachteloos zijn officiersstokje vallen. Het tuimelt de diepte in, stroomt mee met de rivier. Daar wordt iets weggenomen. Die val staat symbool voor breekbaarheid, Nicholsons gezag zal ondermijnd worden, hij zal zelf ondermijnd worden: je kunt er van alles in projecteren.

Tijdens het draaien van deze scène kregen Lean en Guinness trouwens zelf ruzie, ze waren in werkelijkheid al net zo koppig als de personages. Guinness voelde zich belazerd, omdat Lean de camera hier doorlopend op zijn rug richt. En Guinness had nog wel zo lang geoefend op de mimiek waarmee hij zijn contemplatieve monoloog zou bezorgen.

Ik vind het juist geniaal dat Lean van achteren draaide. Zo krijg je de kans om over de zinnen na te denken, zonder te worden afgeleid door Guinness' blikken. Dan zou het al snel een geforceerd statement worden. Nu niet. Nu is het vervlochten met de natuur, de bergen, het oerwoud waarop we uitzicht hebben, de oneindige natuur die nooit zal veranderen, die ons allemaal zal overleven. Zoals Nicholson daar staat, voel je de kortstondigheid van het bestaan. En dat benadrukt hij met zijn tekst: eigenlijk ben ik al dichterbij het einde dan bij het begin. Wat is de waarde geweest van mijn leven? In vergelijking met de natuur luidt het antwoord: helemaal niets. Een regendruppel, een grassprietje in de natuur. Zijn leven, ieders leven... dát is het briljante aan deze op de rug gefilmde monoloog.

Stilte voor de storm mag je het ook noemen. Spiegelbeeld van de onwrikbare Nicholson is commandant Shears (William Holden) - Amerikaan, opportunist, cynicus en eersteklas ritselaar. Hij weet als enige levend uit het Jappenkamp te ontsnappen, hij overwint de jungle en belandt uiteindelijk op een Britse militaire basis in Ceylon. Hij verheugt zich al op zijn terugkeer naar de States en versiert snel nog even de mooiste zuster. Dan blijkt er een belastend dossier over hem te bestaan. Door de identiteit van een overleden Amerikaanse officier aan te nemen, heeft Shears een betere behandeling bij de Japanners bedongen. Dit gesjoemel zal hem voor de Amerikaanse krijgsraad brengen, tenzij hij instemt met een terugkeer naar Thailand: die brug moet worden vernietigd en hij kent het terrein. Na een parachutesprong en andermaal een tocht door de jungle - die reisscènes zijn allemaal wel erg breed uitgemeten - is Shears terug bij de brug. Hij wordt vergezeld door majoor Warden (Jack Hawkins) en luitenant Joyce (Geoffrey Horne). Terwijl de Britten binnen feestvieren en de Japanners niet goed opletten, legt deze commandoeenheid in het holst van de nacht de springladingen aan. Morgenochtend zal de brug feestelijk geopend worden door een trein vol Japanse militairen en notabelen, het perfecte moment om hem op te blazen.

Alles staat op scherp, maar ze blijken buiten de natuur te hebben gerekend: in een paar uur tijd is het waterpeil dramatisch gezakt. Nicholson bespeurt iets als hij nog eens een rondje over zijn brug maakt. Hij ziet kabels die hij niet heeft aangelegd, roept Saito erbij en getweeën dalen ze af naar de drooggevallen bedding. Nicholson trekt een kabel uit het zand, volgt de lijn, en loopt zo rechtstreeks op luitenant Joyce af. Die zit daar verstopt met de detonator, in de verte kun je de trein al horen fluiten.

Nu gaat het snel: Saito slaat alarm, er wordt geschoten, de salvo's worden vanaf de overkant met mortiervuur door majoor Warden beantwoord. Joyce springt tevoorschijn, doodt Saito en schreeuwt naar Nicholson: 'We zijn gekomen voor de brug! Geallieerd bevel!' Nicholson: 'Opblazen? Mijn brug? Mijn brug!' Hij kan het niet bevatten en wil de aanslag koste wat het kost voorkomen. Joyce legt ondertussen ook het loodje en in een wanhoopspoging krabbelt Shears de rivier over, hij blijkt toch niet de ongeïnteresseerde opportunist voor wie we hem hielden. 'Jij hier!?', roept Nicholson uit, maar voordat hij kan antwoorden heeft Shears zijn roekeloze poging al met de dood moeten bekopen. Die schok brengt Nicholson terug in de realiteit. Hij beseft: 'Wat heb ik gedaan!?!' Prompt wordt hij getroffen door mortiervuur, hij tolt rond en valt pardoes op de uitgetrokken stang van de detonator. Wham!!! Brug de lucht in, trein richting rivier.

De vraag blijft: valt Nicholson bij toeval op de detonator of is hij in zijn allerlaatste zucht tot inkeer gekomen? Vroeger dacht ik: toeval. Nu we de scène voor dit interview nog eens minutieus hebben bestudeerd moet ik zeggen: de regisseur stuurt aan op het tweede. We zien Nicholson langdurig wankelen en tussendoor snijdt Lean maar liefst tweemaal met close-ups naar de detonator. Het is wel duidelijk dat Nicholson die zelf wil indrukken. In zijn doodsstrijd haalt hij het nét niet en valt er dan tóch op. Bij wijze van verlossing, door de Brit David Lean vast bedoeld ter meerdere glorie van het Britse leger. Een held, after all! Ikzelf had het mooier en tragischer gevonden als Nicholson onbedoeld op de detonator was gevallen en daarom heb ik het ook jaren zo willen zien. Hoe dan ook, de laatste zin van de film somt het complete verhaal prachtig op en wordt uitgesproken door dokter Lipton. Hij was altijd al de realist en als hij het pandemonium van afstand overziet, concludeert hij: 'Madness! Madness!' En wat een waar woord is dat.'

The Bridge on the River Kwai (1957)

Genre: oorlogsdrama

Regie: David Lean

Met: Alec Guinness, William Holden, Jack Hawkins, Sessue Hayakawa, James Donald e.v.a.

161 min / kleur

Winnaar 7 Oscars

Shears vs Nicholson

Commandant Shears (William Holden) is Amerikaan, opportunist, cynicus en eersteklas ritselaar. Heel anders dan de Britse commandant Nicholson (Alec Guinness), die, zo weten we nog uit de bespreking van vorige week, eigenlijk net zo rechtlijnig is als de Japanse officier. Aardig genoeg is het juist de flamboyante Shears die min of meer gedwongen wordt terug te keren naar de hel van de jungle, om daar de Britse commandant verbijsterd te doen inzien wat hij met al zijn noeste werk aan de spoorbrug voor de Jappen heeft gedaan.

undefined

Meer over