Volgens de voorzitters van WNF en ANWB bestaat het Groene Hart al lang niet meer 'Maak van Randstad groene metropool'

De opheffingsuitverkoop van het Groene Hart is her en der al begonnen, staat in een rapport van het Wereld Natuur Fonds en de ANWB over de toekomst van de Randstad....

Van onze verslaggever

Piet van Seeters

DEN HAAG

'Wat wij vooral willen zeggen is: maak jezelf niet wijs dat het Groene Hart van de Randstad nog bestaat. Voor zover de open ruimte nog groen is, bestaat ze uit landbouwgebied, een desert of cows. Het Groene Hart is alleen een concept in de hoofden van planologen. Ik heb er zelf als minister trouwens volop aan meegedaan. Maar het concept werkt niet. Je ziet de politiek zoeken naar een nieuwe manier van denken. Welnu, die bieden wij bij deze aan.'

Oud-minister E. Nijpels, voorzitter van het Wereld Natuur Fonds (WNF) en hoofddirecteur P. Nouwen van de ANWB willen een andere discussie over de Randstad Holland. Er wordt alleen gepraat over bouwlocaties en het openhouden van de resterende open ruimte. Maar sluipenderwijs wordt er aan alle kanten aan de open ruimte geknabbeld.

'Het thema van de discussie moet veranderen', zegt Nouwen. 'Die is nu veel te defensief. Wij willen in het offensief. Hoe maak je van de Randstad een groene metropool, waar je goed kunt wonen, werken en recreëren? Dat kan door nieuwe natuurgebieden te maken die volop toegankelijk zijn voor recreanten. Het moet ook spannende natuur zijn, waar mensen iets aan kunnen beleven. Dan hoeven de Randstedelingen niet meer allemaal in de auto om naar de Heuvelrug of de Veluwe te rijden. Dan vinden ze het dicht bij huis.'

Met het rapport Groen Hart? Groene Metropool! wil de twee jaar oude coalitie van ANWB en WNF de politieke discussie over de ruimtelijke ordening in het westen van Nederland, die dit najaar volop losbrandt, een nieuwe impuls geven. De belangen van natuur en recreatie moeten veel duidelijker op de kaart gezet worden, vinden ze. Grote natuurgebieden moeten in de Randstad structuur aanbrengen. Als dat niet gebeurt, blijft de aantasting van de open ruimte doorgaan.

Dan ontstaat, aldus het rapport, 'het schrikbeeld van een periferie rond iedere kern en ieder dorp, zonder dat ergens iets van allure ontstaat'. En elders: 'Her en der lijkt de opheffingsuitverkoop van het Groene Hart al begonnen.'

Het rapport is geen blauwdruk, zeggen Nijpels en Nouwen. Er staat niet precies in waar de natuurgebieden moeten komen, waar mag worden gebouwd en waar de werkgelegenheid moet zitten. Duidelijk is wel dat de combinatie van economische belangen, wonen en recreëren ruimte vraagt, die nu door de landbouw wordt ingenomen. Vooral de grondgebonden landbouw (akkerbouw en melkveebedrijven) zal moeten inleveren.

Nijpels: 'Ik weet niet met hoeveel hectare. Wat ik wel weet, is dat er landbouwgrond uit produktie genomen wordt. Van Aartsen heeft de marktwerking in de landbouw voorop gezet en ook dat leidt tot minder grond. Vrijkomende gronden kun je dus gebruiken voor nieuwe natuur. En als ze niet vrijkomen, kan het kabinet boeren nieuwe locaties aanbieden. Je kunt in zo'n discussie niet iedereen te vriend houden.'

Volgens het rapport kan de kennis- en kapitaalsintensieve landbouw (glastuinbouw, bollenteelt en boomkwekerij) wel in de Randstad blijven en is er zelfs ruimte voor uitbreiding. Vooral de glastuinbouw is bijna een industriële activiteit die gebaat is bij een stedelijke omgeving. Bovendien ligt de hele infrastructuur van de kassen en de bollen in de Randstad. Maar, zegt Nijpels, 'dan moet de glastuinbouw ook net als andere industrie behandeld worden. En dat betekent dat de milieuvervuiling drastisch terug moet.'

In het rapport worden als suggestie zeven gebieden voor de grote, nieuwe natuurterreinen genoemd. Dat zijn: Waterland ten noorden van Amsterdam; de Vechtplassen en het Noorderpark tussen Utrecht en het IJsselmeer; het laagveengebied ten noorden van de Oude Rijn en bij Mijdrecht en Nieuwkoop; de Kaagplassen; het duingebied tussen Hoek van Holland en IJmuiden; de Krimpenerwaard; en ten slotte het rivierengebied van de Lek, de Waal, de Merwede, de Oude Maas en het Haringvliet, inclusief de Biesbosch.

Hier kunnen wilde moerasgebieden worden gemaakt, waar je lieslaarzen nodig hebt om er doorheen te lopen en waar je kunt varen, half-moerassen met natuurbos, en half-natuurlijke graslanden en bossen op hoogveen en laagveen. Op de kleigronden van de droogmakerijen kunnen rijke bossen groeien. Al deze natuurgebieden zijn, volgens het bekende uitgangspunt van het WNF, toegankelijk voor recreanten.

De ANWB is het daar van harte mee eens. Nouwen: 'Het is van belang dat wij de jonge generatie leren hoe ze met natuur moet omgaan. Er is nu te veel een scheiding tussen natuur waar je niet in mag, en gebieden waar je wel in mag en waar dus alles is toegestaan. Dat is niet bevorderlijk voor een goede omang met de natuur.'

Bij het publiek is er een enorme belangstelling, zegt Nouwen. 'De Gelderse Poort is een groot succes. Net als de Weerribben die we met Staatsbosbeheer toegankelijk hebben gemaakt. Bossen blijken bij onze leden de eerste prioriteit te hebben voor binnenlandse recreatie, die scoren nog hoger dan het strand. De Hoge Veluwe is een ander voorbeeld hoe een toch kwetsbaar natuurgebied kan worden gebruikt voor goed gereguleerd massatoerisme.'

Recreatie moet meer politieke belangstelling krijgen, zegt Nouwen. 'Bij de ANWB hebben we de binnenlandse recreatie uitgeroepen tot speerpunt van ons beleid. Onze samenleving vergrijst, er komt meer vrije tijd, mensen houden eerder op met werken en er is een structurele werkloosheid. Recreatie wordt een van de belangrijkste factoren in onze samenleving. Toch heeft de politiek er weinig belangstelling voor.'

Twee jaar geleden vonden de ANWB en het WNF elkaar in het streven naar nieuwe natuur die voor recreanten toegankelijk is. Waar een grote terreinbeherende organisatie als Natuurmonumenten meer gericht zijn op natuurbescherming en natuurbehoud, ook in landbouwgebieden, heeft het WNF gekozen voor natuurontwikkeling, het maken van nieuwe natuur, en voor de scheiding tussen natuur en landbouw. De samenwerking is de afgelopen twee jaar alleen maar hechter gworden.

Nijpels: 'De belangen van natuur en recreatie zijn niet tegengesteld, zoals wel eens gedacht wordt. Onze aarzelende vriendschap is ontaard in een stevige verkering.' En Nouwen: 'Vanuit verschillende invalshoeken hebben we elkaar gevonden op hetzelfde concept. Het is een heel goede coalitie geworden.'

Meer over