'Volgende keer sturen we een oor'

Arjan Erkel werd precies anderhalf jaar geleden in Dagestan ontvoerd. Maria Sadykova moest driealf jaar wachten voor ze haar ontvoerde zoon Dzjamal terugzag....

Door Corine de Vries

De 12-jarige Dzjamal Gamidov was bijna dood toen de politie hem op 10 december aantrof in Dagestan. Onderkoeld en ondervoed lag hij naast een benzinestation in het stadje Hasavjoert, vlakbij de Tsjetsjeense grens. Na zijn ontvoering, die 1243 dagen duurde, kon het jongetje niet meer praten. Hij kreunde en gromde. Alleen zijn moeder herkende hij af en toe, wat hij met een glimlachje liet blijken. Volgens het ziekenhuis in Machatsjkala woog Dzjamal niet meer dan vijftien kilo.

'Dat was overdreven', zegt moeder Maria Sadykova nu. 'Hij weigerde toen op de weegschaal te gaan staan. Hij weegt nu 33 kilo en is de afgelopen zeven weken hooguit drie kilo aangekomen. Er zit nog altijd geen gram vet aan zijn botten.'

Dzjamal eet niet, hij schrokt. Met zijn handen propt hij het voedsel naar binnen. Zonder te proeven, zonder te kauwen. Drinken doet hij evenmin. Hij zet zijn keelgat open en giet in teug een groot glas Sprite naar binnen. Uit littekens op zijn polsen blijkt dat hij vaak vastgebonden zat. Omdat hij jarenlang ineengedoken heeft gezeten, zijn Dzjamals pezen onvoldoende opgerekt. Hij loopt kreupel. 'Maar volgens de artsen komt hij er fysiek weer helemaal bovenop', zegt zijn moeder.

Sinds Dzjamal weer praat, wil hij alles tegelijk ervaren. Hij loopt graag in drukke winkels en straten, waarbij hij zich stevig aan zijn moeder vastklampt. Autorijden vindt hij fantastisch. 'Ik betaal me blauw aan taxi's', zegt Maria, 'maar ik geef hem nu zoveel mogelijk zijn zin'.

Dzjamal kan zich niet langer dan vijf seconden ergens op concentreren. Hij commandeert graag en reageert agressief of apathisch als hij zijn zin niet krijgt. Hoewel hij geregeld medisch en psychisch wordt gecontroleerd, krijgt hij geen traumabegeleiding. Maria: 'De artsen zeggen dat Dzjamal een uniek geval is, waarvoor geen speciale behandeling bestaat. Hij heeft vooral veel geduld en liefde nodig. Ik knuffel zoveel mogelijk met hem, vertel veel sprookjes. Hij slaapt goed, twaalf uur achter elkaar. Op verzoek van de artsen houd ik een dagboek bij.'

Dzjamal Gamidov komt uit een invloedrijke en welvarende Dagestaanse familie. Zijn vader Gamid Gamidov was twee termijnen parlementariin de Russische Doema en minister van Financiin Dagestan. In 1996 maakte een autobom een einde aan zijn leven. Gamidov liet drie weduwen en zeven kinderen achter (polygamie is in Dagestan geen uitzondering).

Na de moord besloot de moeder van Dzjamal dat zij haar kinderen niet wilde laten opgroeien in een wereld van angst en lijfwachten. Zij nam Dzjamal en haar dochter Jany mee naar Moskou. Haar tweede zoontje Said moest ze bij haar schoonmoeder achterlaten. Gamid Gamidov had vlak voor zijn dood tegen zijn moeder gezegd: 'Zorg dat hij net zo opgroeit als ik.' Het jochie lijkt als twee druppels water op zijn vader.

In juli 2000 was Dzjamal voor twee weken op bezoek bij zijn andere oma, in Machatsjkala. Op klaarlichte dag, tijdens een partijtje voetbal met een paar vriendjes uit de buurt, werd hij door twee jongemannen naar een auto gesleurd en afgevoerd. Zo'n twee jaar later onderging Arjan Erkel, in dezelfde plaats, een vergelijkbaar lot.

'Het eerste jaar hebben we hem niet gezocht. Wij dachten eerlijk gezegd dat de Gamidovs hem hadden, en zij dachten dat wij erachter zaten', zegt oma Galina Sadykova. Het contact tussen de orthodoxe Sadykovs (etnische Grieken) en de islamitische Gamidovs is nooit erg goed geweest.

Na een jaar ontving Galina de eerste brief. 'De Gamidovs weigeren te betalen', stond erin. 'Als jullie wel om het jongetje geven, misschien kunnen we zaken doen. Zo niet, dan sturen we een volgende keer een oor mee.' De ontvoerderseisten een miljoen dollar losgeld.

Enkele dagen later vond Galina bij de ingang van de garage een videoband. In de eerste sc vertelt Dzjamal met zijn hoofd tussen zijn kniedat hij al een maand ziek is. 'Er is hier geen speelgoed, ik verveel me. Ik hoor iedere dag schoten. Ik ben in Tsjetsjeni zegt hij. In een tweede, gruwelijke sc zijn zweepslagen te horen en een krijsende Dzjamal.

Vanaf dat moment begon voor Galina een zoektocht die ruim twee jaar zou duren. Ze schreef brieven naar kranten, bezocht prominente moslims en politici, 'ik vroeg zelfs waarzeggers om raad'. Geregeld lagen er brieven in de garage waarin de kidnappers om losgeld vroegen. Ook trof ze een keer een doos aan waarin een bebloede doek zat. Af en toe werd er gebeld door een man die Russisch sprak met een Tsjetsjeens accent. Tientallen mensen proberen van het leed van de familie te profiteren. Ze boden informatie over Dzjamal in ruil voor geld of cadeaus.

Dzjamals moeder Maria was inmiddels uit angst voor haar dochter naar een kleine stad boven Moskou verhuisd. Zij reisde geregeld naar de hoofdstad om de federale autoriteiten te vragen te helpen bij de zoektocht naar Dzjamal.

Tien maanden geleden hoorde Galina over Jarasj Visitajev, een regionale parlementariuit de Dagestaanse stad Hasavjoert, niet ver van de Tsjetsjeense grens. Deze Tsjetsjeen zou bij eerdere ontvoeringen met succes hebben bemiddeld. Visitajev beloofde Galinadat hij wat rond zou vragen. Twee dagen later belde hij al: 'Dzjamal leeft, de Tsjetsjenen hebben hem.' Galina vertrouwde het niet en vroeg om bewijzen. Ze gaf hem een blauwwit gestreept Tshirt van Dzjamal.

Vijf dagen later belde Visitajev weer op. Toen Galina hem bezocht kreeg ze twee foto's van Dzjamal in het bewuste T-shirtje. Op de ene foto zit hij ineengedoken in een hoek, op het andere laat hij zijn naakte onderlijf zien. Volgens Galina is dat niet ongebruikelijk, de ontvoerders willen bewijzen dat hun slachtoffer alle lichaamsdelen nog heeft.

Uit dank zorgde Galina ervoor dat Visitajevs dochter gratis werd toegelaten op de medische universiteit. Normaal gesproken kost dat duizenden dollars. Galina, zelf arts, heeft daar jarenlang lesgegeven.

Visitajev beloofde dat hij Dzjamal voor honderdduizend dollar vrij kon krijgen. Bij een volgend bezoek overhandigde Galina hem vijftigduizend dollar. Vanaf dat moment ging het losgeld wekelijks omhoog, tot uiteindelijk 500 duizend dollar. 'Visitajev bleek net zo'n boef als alle anderen. Ik vertelde hem dat een half miljoen voor ons onbereikbaar was, en vroeg mijn geld terug', zegt Galina. Ze kreeg 20 duizend dollar mee, de rest zou Visitajev al aan de ontvoerders hebben gegeven.

Galina besloot toen de politie in te schakelen. Tot dan toe had ze niets over haar vorderingen verteld omdat ze de politie niet vertrouwde. 'Bovendien raadde inspecteur Temirboelatov mij altijd af om losgeld te betalen.' Ook de Gamidovs hoorden nu voor het eerst over haar zoektocht.

In september 2003 stuurde Galina haar zoon Moerad Sadykov met de videobanden en brieven naar Temirboelatov. 'Die was diep onder de indruk van wat ik allemaal had bereikt.' Drie dagen later werd Moerad door beide benen geschoten. Een boos telefoontje volgde. 'Dan moet je ons maar niet verlinken aan de politie', zei een jonge stem.

Daarna raakte Galina de regie over de zoektocht kwijt. Dzjamals vrijlating op 10 december kwam voor haar totaal onverwacht. 'Ik heb behalve die 30 duizend dollar geen losgeld meer betaald. De Gamidovs misschien?' Maar Abdoesamed Gamidov, Dzjamals oom, die zijn broer is opgevolgd als minister van Financi ontkent met klem dat er losgeld is betaald.

Over de vrijlating van Dzjamal en de daarop volgende arrestatie van inspecteur Temirboelatov doen veel geruchten de ronde. Dzjamal zou door gemaskerde mannen uit een auto gegooid zijn, waarna hij door Temirboelatov en diens assistent werd gevonden. Eerder die dag was in Hasavjoert een politieman door het hoofd geschoten. De ontvoerders kunnen van de aanwezige politie zijn geschrokken en Dzjamal in paniek hebben gedumpt.

Temirboelatovs baas, Achmed Koelijev, heeft Temirboelatov nog diezelfde dag laten arresteren op verdenking van medeplichtigheid. De inspecteur zou een deel van het losgeld hebben willen opstrijken. Inmiddels is de aanklacht teruggebracht tot 'het niet informeren van superieuren'. Maar Temirboelatov zit nog altijd gevangen.

Zijn advocaat Madina Magomedzagirova noemt de aanklacht 'een bizarre leugen', bedacht door collega's die het niet kunnen hebben dat Temirboelatov al 150 gijzelaars wist te bevrijden. Ook Dzjamals moeder Maria en de Russische journalist Vatjeslav Izmailov menen dat Koelijev Temirboelatov erin heeft geluisd. Duidelijk is wel dat sinds Temirboelatovs arrestatie het onderzoek naar Erkel vertraging heeft opgelopen. Temirboelatov was al anderhalf jaar het aanspreekpunt van de Nederlandse ambassade en Artsen zonder Grenzen.

De Dagestaanse minister van Binnenlandse Zaken Adilgerej Magomedtagirov, onder wiens ministerie het onderzoek naar Erkel valt, wil niets over eventuele vorderingen kwijt. 'Totdat Arjan Erkel gevonden is, heb ik niets tegen journalisten te zeggen. De situatie in de republiek is erg gespannen, onlangs zijn een paar politiemannen vermoord', laat hij via zijn secretaresse weten.

'Al de vreselijke dingen die Dzjamal heeft meegemaakt, hebben hem niet gebroken. De ouders en vrienden van Arjan Erkel moeten nooit de hoop verliezen', aldus moeder Maria.

In het onderzoek naar Dzjamal Gamidovs ontvoering is Dzjamal nu zelf de belangrijkste getuige. Soms laat hij iets los over wat hij de afgelopen driealf jaar heeft meegemaakt. 'Hij vertelde me laatst dat hij veel in de bergen is geweest. En dat hij vaak in een auto reed', zegt Maria. 'Hij kreeg te eten van Roeslan en Magomed waste hem als hij naar de wc was geweest.'

Deze namen komen veel voor in de Kaukasus en zeggen niets over de identiteit van de ontvoerders. Daarnaast komt het vaak voor dat een gijzelaar van locatie verwisselt of zelfs wordt doorverkocht aan een andere groep criminelen. Dat alles maakt het onderzoek naar ontvoeringen in Dagestan zo gecompliceerd.

Maria wil zelf absoluut niet weten wie haar zoon ontvoerden. Huiverend herinnert ze zich hoe haar broer in zijn benen geschoten werd nadat hij de politie had ingeschakeld. 'Ik heb Dzjamal terug. Daar gaat het mij om. Veel weten is gevaarlijk in Dagestan. Ik hoef geen wraak, de ontvoerders kunnen Gods straf toch niet ontlopen.'

Meer over