Vier vragen

Volgen na de excuses voor het slavernijverleden herstelbetalingen? ‘Er is een probleem met causaliteit’

Burgemeester Halsema heeft donderdag tijdens Keti Koti de langverwachte excuses voor het slavernijverleden van Amsterdam uitgesproken. Wat zijn daarvan de consequenties?

Muzikant Jeangu Macrooy donderdag tijdens de viering van Keti Koti bij het Nationaal Monument Slavernijverleden in het Oosterpark in Amsterdam. Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant
Muzikant Jeangu Macrooy donderdag tijdens de viering van Keti Koti bij het Nationaal Monument Slavernijverleden in het Oosterpark in Amsterdam.Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Wat zijn de gevolgen van de excuses?

Excuses brengen een politiek morele opdracht met zich mee, zegt Wouter Veraart, hoogleraar rechtsfilosofie aan de Vrije Universiteit. ‘Het is daarmee logisch dat je aandacht besteedt aan dat verleden, de herdenking ervan goed regelt, bijvoorbeeld met een nationale feestdag, en er toepasselijk onderwijs over geeft. En je opent daarmee ook de discussie over reparatie. Wat doe je aan de huidige vormen van ongelijkheid en racisme die voortkomen uit dat verleden? Hoe kom je tot herstel in de landen waar de plantages waren?’

Dat sluit aan bij de aanbevelingen van het adviescollege Dialooggroep Slavernijverleden, dat vorig jaar juli is ingesteld door het inmiddels demissionaire kabinet. Nederland moet volgens de aanbevelingen de slavernij en de slavenhandel erkennen als misdrijven tegen de menselijkheid en excuses daarvoor maken. Ook vraagt het college om een nationale feestdag en een museum gewijd aan slavernij. Daarnaast moet de overheid bereid zijn om ‘dit historisch onrecht’ en de langdurige gevolgen daarvan zo veel mogelijk te herstellen.

Maakt dit de weg vrij voor herstelbetalingen?

Het zou Veraart niet verbazen als er inderdaad rechtszaken gevoerd zullen worden over herstelbetalingen voor nazaten van tot slaaf gemaakten, maar de kans dat die slagen noemt hij miniem. ‘Er is het probleem van verjaring. Daarnaast is er vooral het causaliteitsprobleem. Om compensatie voor schade te kunnen krijgen, moet je kunnen aantonen dat de schade nu is veroorzaakt door een concrete gebeurtenis destijds. Bij een verkeersongeluk is de causaliteit heel simpel. Maar bij de slavernij zitten er zo veel stapjes tussen dat het vrijwel onmogelijk is.’

Advocaat Liesbeth Zegveld heeft op verzoek van een cliënt al een aantal keer gekeken naar de mogelijkheid om de schade van de slavernij te verhalen op de overheid. ‘Je moet dan aantonen wie er geprofiteerd heeft van de slavernij: de stadsbestuurders, banken, elitefamilies. Daar is best veel onderzoek naar gedaan. Maar dan heb je de vraag: wie is de eisende partij? Stel, een familie zegt: we hebben mentale schade, er is een probleem met geweld in onze familie omdat ons in vorige generaties veel geweld is aangedaan. Dat krijg je causaal niet rond.’

De schade veroorzaakt door de slavernij is natuurlijk aanzienlijk, zegt Zegveld, die eerder de weduwen van het dorp Rawagede op West-Java bijstond. In die zaak werd de staat door de rechter verantwoordelijk gehouden voor het bloedbad in 1947. ‘Maar als die schade heel collectief is of zich moeilijk laat specificeren, kun je dat niet zomaar vertalen naar een rechtszaak. Onze rechtsgang is toegerust op individuele gevallen en concrete feiten, waarbij het verstrijken van de tijd de zaken erg compliceert.’

In het buitenland zijn er nog geen voorbeelden van geslaagde toekenningen van herstelbetalingen aan nazaten van slaven. Wel hebben vrijgelaten slaven in de 19e eeuw in Noord-Amerika in uitzonderlijke gevallen rechtszaken tegen hun voormalige eigenaars gewonnen. Frankrijk viert dit jaar het 20-jarig jubileum van de wet die vastlegt dat de slavernij een misdaad tegen de menselijkheid is – een stap die Nederland ook zou moeten zetten, volgens het adviescollege – maar alle Franse rechtszaken over herstelbetalingen zijn sindsdien gestrand.

Burgemeester Femke Halsema bood vandaag namens de gemeente Amsterdam excuses aan. Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant
Burgemeester Femke Halsema bood vandaag namens de gemeente Amsterdam excuses aan.Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Is dit de opmaat naar excuses namens Nederland?

Dat lijkt inderdaad onvermijdelijk na de uitspraken van demissionair minister Kajsa Ollongren van Binnenlandse Zaken donderdag op de viering van Keti Koti in Amsterdam. Zij noemde de aanbevelingen van het adviescollege ‘belangwekkend en niet mis te verstaan’. ‘Daar kunnen we niet omheen.’ Terugkijken betekent meer dan het verleden onderzoeken, zei Ollongren. ‘Het betekent ook verantwoording afleggen.’

Het adviescollege noemt 1 juli 2023 een geschikte datum voor nationale excuses, omdat het dan 150 jaar geleden is dat de slavernij daadwerkelijk voorbij is. Na de afschaffing in 1863 moesten tot slaaf gemaakte mensen nog tien jaar, betaald maar gedwongen, werken op de plantages. Ollongren sloot zich bij de oproep aan en zei de slavernij ‘groots en waardig’ te willen herdenken in 2023.

Wat bepaalt eigenlijk of excuses goed vallen?

De aanloop is cruciaal, zegt Veraart. ‘Het is belangrijk dat de vertegenwoordigende organisaties meegenomen worden in het proces. Daarnaast moet je eerst goed onderzoek doen, zodat je weet waar je precies excuses voor aanbiedt. Het is ook weleens gebeurd dat excuses onverwacht kwamen en doodvielen, zoals toen de NS in 2005 excuses aanbood voor de rol bij de deportatie in Tweede Wereldoorlog. Dat kwam min of meer uit het niets. Later werden herstelbetalingen aangekondigd. En daarna pas werd er onderzoek gedaan. Dat is de omgekeerde volgorde.’

De excuses moeten, kortom, passen in een groter geheel. Al jaren neemt de aandacht voor het slavernijverleden in Nederland toe. Veraart: ‘Denk aan onderzoek, tentoonstellingen. Er moet een oprechte interesse aan de excuses voorafgaan. Anders lijkt het dat je er op een goedkope manier van af wil komen.’

Meer over