Column

Voiceover in Vandaag kopen we een vliegtuig werkte verwarrend

Een lichte en ironiserende voice over bij een film over de aanschaf van de JSF, kan dat eigenlijk wel?

Een JSF in Florida. Beeld ANP
Een JSF in Florida.Beeld ANP

Dus als die Nederlandse officier ooit nog eens een baantje nodig heeft, dan regelt zijn Amerikaanse ambtsgenoot dat gewoon eventjes voor hem. Het bedankje van de Amerikanen voor de aanschaf van de JSF was nog het onthullendst aan de wat vreemdsoortige documentaire Vandaag kopen we een vliegtuig, eindelijk weer een 2Doc op een beetje normaal tijdstip.

In zijn film deed regisseur Robert Oey een op zichzelf te prijzen poging tot reconstructie van de meer dan twintig jaar die het defensieproject rond de Joint Strike Fighter voortduurt. Het was het verhaal van oneindig politiek gekrakeel in wankele tijden. Fokker failliet, de val van Srebrenica, de opkomst van Pim Fortuyn, de moord, de val van Paars - er waren steeds (electorale) redenen waarom de besluitvorming in Nederland gevoelig lag en grillig verliep. Zo kon het onder meer dat Nederland zou meedoen aan de ontwikkelingsfase van de straaljager, zonder zich formeel te verplichten tot aanschaf.

Oey reconstrueerde het verhaal aan de hand van vele gesprekspartners, waardoor iets doorschemerde van de dubbele agenda's die de verschillende partijen in de loop der jaren hebben beheerst, evenals het gebrek aan kennis over de complexe materie. Een piloot fileerde de geavanceerde technologie van de JSF: 'Je hebt zoveel informatie tot je beschikking; dan kun je je werk niet goed doen.'

Oeys film was een ambitieuze poging tot het uitleggen van een zeer gecompliceerd dossier, maar ik waag te betwijfelen of hij erg is geslaagd in zijn ambities. Dat zat hem niet in de inhoud, maar in de vorm.

Die vorm was in eerste aanleg strak: vrijwel alle gesprekspartners zaten in blauw of grijs kostuum op een stoeltje voor een spierwitte achtergrond. Dat creëerde stijl, maar ook eenvormigheid, waarin het af en toe even denken was de (niet al te bekende) spreker ook al weer was.

Vandaag kopen we een vliegtuig is vóór vertoning op televisie in een aantal bioscopen te zien geweest, in een versie van anderhalf uur. Mogelijk dat de televisielengte van 50 minuten afbreuk deed aan de verhaallijn en de toegankelijkheid van de film.

Er zat bovendien een veelheid van muziek en muziekjes onder de fragmenten, die vragen opriep en soms regelrecht afleidden.

Maar het opvallendst was de voice over. Maar al te vaak een middel om een tekort aan beeldende kracht te compenseren, maar daarvan was nu geen sprake. De voice over, ingesproken door acteur Porgy Franssen, bevatte soms een lichte, ironiserende toon en dito woordkeuze. Dat geeft een loodzwaar dossier als dat van de JSF een zekere lichtheid, maar in dit geval leidde het tot verwarring over de reden ervan. Ook al omdat de beoogde ironie niet consequent was, de bijbehorende beeldkeuze al evenmin. Het tijdsbeeld van de beginjaren tweeduizend werd geïllustreerd met 'onzekerheid op de markt' waarbij een foto van Nina Brink met de duimen omhoog; een foto van Pim Fortuyn stond voor 'een identiteitscrisis in de politiek'.

Oey leek niet zozeer een onderzoekende documentaire te willen maken, maar een standpunt uit te dragen, dat uitmondde in de slotmededeling van de voice over dat 'de maker van deze film' 'vrede heeft' met de aanschaf van de JSF. Dat kan. Maar in mijn huiskamer leefde enige onvrede over de duistere weg die naar dat standpunt leidde.

Meer over