Nieuws

Vogelgriep bij bioboer in Zeewolde leidt tot landelijke ophokplicht, de tweede dit jaar

Voor de tweede keer dit jaar moeten commerciële pluimveehouders hun dieren binnenhouden. Dit heeft Landbouwminister Carola Schouten dinsdag besloten na een vogelgriepbesmetting in een stal in Zeewolde. De 36 biologische leghennen op dit pluimveebedrijf worden geruimd.

Bij een pluimveebedrijf in Zeewolde worden dinsdag kippen geruimd, nadat er een zeer besmettelijke variant van de vogelgriep is vastgesteld. Beeld ANP
Bij een pluimveebedrijf in Zeewolde worden dinsdag kippen geruimd, nadat er een zeer besmettelijke variant van de vogelgriep is vastgesteld.Beeld ANP

De sector wordt in toenemende mate geconfronteerd met uitbraken van de vogelgriep. Vorig jaar werd rond deze tijd ook een ophokplicht afgekondigd. Toen ging het om de vierde vogelgriepuitbraak in zeven winters. Daarop volgde nog een ophokplicht in februari en nu dus weer. Iedere keer roepen de uitbraken het horrorscenario uit 2003 in herinnering. Door een vogelpestuitbraak werden toen honderden pluimveebedrijven getroffen en miljoenen dieren geruimd.

De huidige variant – de zeer besmettelijke, hoogpatogene vogelgriep (H5) – kan niet op mensen overslaan. Bij besmette vogels leidt het tot ernstige ziekte of de dood. Voorzitter Bart-Jan Oplaat van de Nederlandse Vakbond Pluimveehouders (NVP) zegt dan ook ‘gigantisch geschrokken’ te zijn. ‘Een ruiming is een verschrikking voor de dieren en het bedrijf’, zegt hij. Hij staat, net als de boerenorganisatie LTO Nederland achter de landelijke ophokplicht.

Vogeltrek

De vogelgriep verspreidt zich rond deze tijd door de vogeltrek. Met de landelijke ophokplicht wil de minister voorkomen dat gehouden dieren in contact komen met besmette wilde dieren of hun uitwerpselen. In Noord-Nederland zijn al dode wilde vogels gevonden, in Duitsland zijn besmette dieren aangetroffen. Dierentuinen, kinderboerderijen en eigenaren van kippen en bepaalde hobbyvogels (watervogels en loopvogels) zijn verplicht hun pluimvee en watervogels in buitenverblijven af te schermen.

Buitenkippen (voornamelijk biologisch en scharrelkippen) hebben een grotere kans besmet te raken, maar het is niet gezegd dat een ophokplicht verspreiding volledig tegengaat. Geregeld komt via bijvoorbeeld een laars van een medewerker toch ontlasting van besmette wilde dieren een stal binnen. Oplaat van de pluimveehoudersvakbond benadrukt dat pluimveehouders hier scherp op letten: ‘We nemen als sector al veel maatregelen qua hygiëne en daar houdt iedereen zich heel strikt aan.’

Vervoersverbod

In een zone van tien kilometer rond het besmette bedrijf in Zeewolde zijn negen andere pluimhouders gevestigd. Deze kregen dinsdag van minister Schouten per direct een vervoersverbod opgelegd. Het verbod geldt voor pluimvee, eieren, pluimveemest, gebruikt strooisel en voor andere dieren en dierlijke producten afkomstig van bedrijven met commercieel gehouden gevogelte. Zes bedrijven binnen drie kilometer van de besmettingshaard worden bemonsterd en onderzocht op vogelgriep.

De economische gevolgen van een ophokplicht zijn doorgaans het grootst bij houders van vrije-uitloopkippen. Als deze pluimveehouders hun dieren langere tijd niet naar buiten mogen laten, ontvangen ze niet de meerprijs voor hun ‘uitloopeieren’. In eerdere gevallen waren supermarkten coulant voor deze producenten door dezelfde hogere prijs te betalen.