Vogelaar stelt middel boven doel

Minister en corporaties moeten samen wijken verbeteren en niet kibbelen over akkoorden en regeltjes, betoogt Martien Kromwijk...

Minister Vogelaar heeft het bod van de corporaties waarmee de onderlinge steun zou worden georganiseerd, afgewezen. Ze gaat nu zelf geld heffen. Dat is de nieuwste zet in het gevecht over de probleemwijken. Eerder benoemde de minister alle plannen van vóór 16 juli 2007 tot oude prak, en eiste ze nieuwe extra investeringen. Stevige maatregelen, maar het is de vraag of ze werkelijk bijdragen aan vooruitgang in de wijken. Ik denk het niet.

Het achterliggende vraagstuk is dat er tal van wijken zijn waar een forse achterstand bestaat ten opzichte van de rest van Nederland, in gezondheid, in onderwijskansen, in deelname aan het arbeidsproces, in eigen zelfbewustzijn en geluk. We mogen blij zijn dat de ernst van de situatie nu bij iedereen duidelijk is. De inzet die minister Vogelaar gedurende haar eerste jaar heeft getoond, wordt onderschat. Ze heeft alle wijken bezocht, de inzet van alle partijen vergroot en vooral voor bredere aandacht gezorgd. Dat is winst.

Maar het Haagse gevecht dat ontstond rond allerlei bepalingen in de uitvoering is bedroevend. Losse zinnen uit het regeerakkoord of een akkoord tussen de minister en corporaties werden doelen op zich.

Eerst was er de vraag of corporaties in tien jaar tijd wel 2,5 miljard gaan investeren in deze wijken. Ja, zeiden de corporaties, al is het moeilijk om nu al precies op te schrijven wat er over acht jaar gedaan moet worden. Het Rotterdamse Hoogvliet was tien jaar geleden een no-go-area en inmiddels niet eens meer een Vogelaarwijk, doordat Woonbron met partners bijna 1 miljard geïnvesteerd heeft. Dus op veertig wijken is 2,5 miljard helemaal niet zo veel.

Dan was er een lang gevecht over de vraag of het wel nieuwe, additionele plannen zijn, waarbij het inmiddels bepalend is of de plannen van voor of na 16 juli 2007 zijn. De aanpak van de Dordtse Wielwijk, die vooralsnog dé norm is voor echte wijkverbetering, mag dan bijvoorbeeld niet meetellen.

En dan nu het aanbod van corporaties om elkaar onderling bij te staan. Dat de minister het afwijst en zelf geld gaat herverdelen, is niet onverwacht, want de corporaties hebben niet ingevuld wat in het onderhandelaarsakkoord stond. Maar is het wel zo logisch dat een arme corporatie uit Stadskanaal een steenrijke collega in Amsterdam gaat betalen?

Al deze Haagse normen hoef ik aan de bewoners in onze wijken niet uit te leggen. Het gaat over hun hoofden heen, en hoe het ook uitpakt: zij zullen van deze kwesties ook niet beter worden.

Er is de komende tijd meer aandacht nodig voor het achterliggende vraagstuk: hoe zorgen we voor verheffing van de wijken waar het nu slecht gaat. Nog lang niet alle wijken hebben een programma dat diep genoeg ingrijpt. Het zou goed zijn als een klein inspiratieteam alle wijken langsgaat om te stimuleren, te dwingen misschien, en goede werkwijzen aan te reiken. Dat kan nooit de klus zijn van de corporaties alleen. In plaats van polemiek over onbetekenende zaken groeit dan verbinding op de échte agenda.

Meer over