Vogelaar komt op voor geraakte kroonprinses

Minister Vogelaar (Integratie) vindt dat de politieke discussie over de Nederlandse identiteit niet met prinses Máxima moet worden gevoerd, maar met het kabinet....

Vogelaar zei in Buitenhof dat drie ministers de toespraak hadden goedgekeurd, die Máxima op 24 september zou uitspreken: premier Balkenende, minister van Justitie Hirsch Ballin en zijzelf.

Prinses Máxima voelde zich dermate ongelukkig met de kritiek die loskwam, dat zij vorige week op werkbezoek in Slovenië in persgesprekken zelf aan schadebeperking probeerde te doen. Dat was kennelijk niet genoeg, want vrijdagavond werden haar citaten op de website van het Koninklijk Huis met enige duiding van de Rijksvoorlichtingsdienst gepubliceerd. Onder het veelzeggende kopje: ‘Wat bedoelde prinses Máxima met haar uitspraken in haar speech op 24 september 2007 over de Nederlandse identiteit en ‘het ene koekje bij de koffie?’’

Op internet en op de opiniepagina’s woekerde het debat en in Ljubljana poogde Máxima het beeld recht te zetten, dat was ontstaan: de Nederlandse identiteit en de Nederlander bestaan niet. De oneliners, ontdaan van hun context, waren in de mediacratie een eigen leven gaan leiden. Geraakt verklaarde de prinses in Slovenië dat zij dit allemaal niet had bedoeld. Een gespannen prins Willem-Alexander stelde dat het jammer is dat, als je je best doet, er vervolgens zo’n discussie over ontstaat. De eerste kras op het onomstreden optreden van de prinses sinds haar entree in 2002 is een feit.

Wilders
Na de reacties van Wilders (‘goedbedoelde politieke prietpraat’) en de VVD, die geen liefhebbers zijn van de multiculturele benadering, was het nog niet voorbij. Uitgerekend Paul Scheffer, auteur van het net verschenen boek Het land van aankomst, kraakte harde noten: hij noemde de prinses ‘hooghartig’ omdat zij als wereldburger, ooit woonachtig in Buenos Aires, New York en nu geland te Wassenaar, de Nederlandse identiteit wel kan relativeren, maar de meeste mensen zijn nu eenmaal aan één plek gebonden.

Afgelopen zaterdag deed ook de voorzitter van de Bond van Oranjeverenigingen, Michiel Zonnevylle, een duit in het zakje. In zijn toespraak voor een gehoor dat zijn bestaan ontleent aan de Nederlandse identiteit zei hij het ‘jammer en curieus’ te vinden dat de prinses de uitspraken had gedaan. Hij verwees naar een paar Troonredes van Máxima’s schoonmoeder met citaten over de Nederlandse identiteit. Zonnevylle wierp tevens de retorische vraag op wie toch de adviseurs van de prinses zijn. Dat zijn er in dit geval minstens tien: de koningin, de troonopvolger, drie ministers, twee directeuren van de Rijksvoorlichtingsdienst en drie hofdignitarissen.

Onder vuur
De vraag is of de grotere ruimte die leden van het Koninklijk Huis de laatste jaren hebben, nu alweer onder vuur ligt. Peter Rehwinkel, staatsrechtgeleerde en PvdA-senator: ‘We hebben willens en wetens gezegd dat we niet al te angsthazerig moeten omspringen met de ministeriële verantwoordelijkheid. Als er dan een keer commotie ontstaat, dan moet je er als lid van het Koninklijk Huis op kunnen rekenen dat de politiek verantwoordelijke minister-president het voor je opneemt.’

Meer over