Vogel-free

Oorlogsverslaggevers zijn vaak freelancers. En vaak zijn ze onverzekerd en slecht voorbereid.'Als ik doodga is het vooral vervelend voor mijn ouders.' Wat bezielt hen?

DOOR JARL VAN DER PLOEG

De 28-jarige Lennart Hofman is een aantal maanden klaar met zijn postdoctorale opleiding journalistiek als hij besluit oorlogsverslaggever te worden. Zijn keus valt op Syrië en ter voorbereiding gaat hij naar een thematische filmavond. Daar ontmoet hij een Syrische Nederlander wiens familie hem over de grens kan smokkelen. 'Ik ben weleens bang', zegt Hofman via een haperende telefoon. 'Vooral op het moment toen ik voor het eerst die grens over ging.'

Hofman heeft zojuist zijn tweede reis naar Syrië gemaakt en werkt nu in Irak zijn verhalen uit. Hij spreekt snel en enthousiast. 'Tijdens mijn stage bij een persbureau heb ik weleens laten vallen dat ik dit werk ambieerde, maar iedereen verklaarde mij voor gek. Ik had geen kogelvrij vest, geen geld voor veiligheidscursussen of verzekeringen. En dat heb ik nog steeds niet. Dat is allemaal veel te duur. Maar ik wil geen leven achter een bureau. Ik wil niet eindeloos woordvoerders bellen. Dat kan iedereen en dat doet ook iedereen.'

'Vanuit hier kan ik mijn werk beter verkopen dan wanneer ik in Nederland zou opereren. Ik kan hier grote stukken schrijven met veel kans op publicatie. Daarmee speel ik mijzelf in de kijker. Ik begin net als journalist en ik leer elke dag zo ontzettend veel. In Nederland krijg ik die kans niet. Misschien gaat dat beter wanneer ik terugkom met deze nieuwe ervaring.'

Ondanks het gevaar heeft hij zich nauwelijks verzekerd. 'Als ik doodga is het vooral vervelend voor mijn ouders. Gehandicapt raken is pas echt erg, maar dat negeer ik. Daar denk ik gewoon niet aan. Straks moet ik alsnog die woordvoerders bellen.'

Hofman erkent dat veel freelancers in oorlogsgebieden op zoek zijn naar spanning. 'De eerste keer dat ik naar Syrië ging, was ik zelfs bang dat ik de sensatie té leuk zou vinden. Dat ik daarom onverantwoorde keuzen zou maken.' De verbinding valt even weg maar Hofman herhaalt geduldig. 'Ik ben vier freelance journalisten van mijn leeftijd tegengekomen. Twee van hen zijn nu neergeschoten. Maar die waren extreem slecht voorbereid.'

Voor verslaggevers is Syrië momenteel het gevaarlijkste land ter wereld. De cijfers verschillen per persorganisatie, maar ze zijn het allemaal eens dat 2012 een rampjaar was voor journalisten. Nooit eerder zaten tijdens een jaarwisseling zo veel journalisten opgesloten en nooit eerder kwamen zo veel journalisten om het leven als afgelopen jaar. Syrië voert de ranglijst aan. Van de 121 omgekomen journalisten stierven daar 35.

Maar uit de cijfers blijkt ook een andere ontwikkeling: nooit eerder kwamen zo veel freelancers om als in 2012. Meer dan een kwart van de vermoorde journalisten had geen vaste opdrachtgever. En ook hier strijkt Syrië met de twijfelachtige eer: 40 procent van de gesneuvelden was freelancer.

Volgens Arnold Karskens, ruim dertig jaar actief als oorlogsverslaggever, heeft die ontwikkeling twee redenen. Aan de ene kant zijn oorlogsverslaggevers slechter voorbereid dan voorheen en aan de andere kant is het steeds gemakkelijker als freelancer een oorlog binnen te stappen. 'Vroeger had je ook wel freelancers die onverantwoorde risico's namen. Dat is van alle tijden', zegt Karskens. 'Maar het worden er steeds meer.'

'Hoe eenvoudiger een oorlog te bezoeken is, hoe meer gelukszoekers erheen gaan', stelt Karskens. 'Je zag het eigenlijk al in Joegoslavië. Daar kon je relatief gemakkelijk met de auto naartoe rijden. Voor Syrië geldt nu hetzelfde. Je vliegt met een goedkoop ticket naar Turkije en van daaruit steek je gemakkelijk de grens over. Dat trekt lieden aan die slecht voorbereid op pad gaan en onverantwoorde risico's nemen.'

NOS-journalist Peter ter Velde traint sinds twee jaar journalisten die in een oorlogsgebied willen werken. 'Het belangrijkste is een goede voorbereiding', benadrukt hij. 'Zoek alles uit over een gebied. Lees je in en leg van tevoren contacten. Ga niet naar het goedkoopste hotel, maar kijk waar collegajournalisten zitten. En: stap niet in de eerste de beste taxi die komt voorrijden. Op die manier kun je de risico's minimaliseren.'

Een typisch voorbeeld is Lara Logan, een Zuid-Afrikaanse journaliste die in 2011 verslag deed vanaf het Egyptische Tahrirplein. Omstanders ontvoerden haar tijdens een opname, waarna ze werd vastgebonden en aangerand. Het was de zoveelste aanwijzing dat het plein gevaarlijk was voor vrouwen zonder hoofddoek. Ter Velde: 'Daaruit blijkt toch dat het een gevaarlijke plek voor vrouwen is? Ik vind het onbestaanbaar dat er sindsdien nog een hele lijst aan vrouwelijke journalisten hetzelfde is overkomen. Je weet dan toch dat je dat niet moet doen? En het opvallende is: bijna al die vrouwen waren freelancers.'

Ook Nederland kende relletjes met oorlogsverslaggevers. In november vertelde Irene de Zwaan bij De Wereld Draait Door over haar reis naar Syrië. Op dag één werd zij samen met fotografe Mariëlle van Uitert gegijzeld en urenlang vastgehouden door opstandelingen. Zij waren in een opwelling bij onbekenden in de auto gestapt. Een paar dagen later kwamen zij, per ongeluk, terecht in een mortieraanval. Tegenover de tafeldame van dienst gaf De Zwaan toe dat hun acties inderdaad 'een beetje ondoordacht' waren.

Naast het verwijt naïef en slecht voorbereid te zijn, vechten freelancers in oorlogsgebieden tegen het stigma van sensatiezoeker. Nadat de 28-jarige freelancefotograaf Tom Daams bijvoorbeeld zijn verhaal had gedaan bij Pauw & Witteman, schreef Radio-1-journalist Maarten Zeegers een opiniestuk op volkskrant.nl met de titel: 'Van Tom Daams' foto's leer je niets over Syrië, wel veel over Daams zelf.' De strekking van zijn stuk: Daams past in het rijtje van een grotere groep (oorlogs)journalisten die zichzelf schijnbaar belangrijker vinden dan het nieuws.

Daams ergert zich aan het commentaar. Vanuit Jordanië zegt hij: 'Wat Zeegers schrijft is bot en onbeleefd. Als hij zich in mij had verdiept, had hij geweten dat ik juist helemaal niet bezig ben met roem en geld. Natuurlijk draagt het werk onverantwoorde risico's met zich mee, maar ik heb het gevoel dat ik iets belangrijks doe. De wereld moet weten wat hier speelt. Mijn eigen mediapubliciteit is goed omdat ik Syrië daarmee extra aandacht bezorg. Dat is de enige reden waarom ik het niet vermijd.'

Daams wacht momenteel in Amman op smokkelaars die hem opnieuw de Syrische grens over kunnen helpen.

'Ik merk aan andere freelancers dat er een zekere bewijsdrang is om de concurrentie voor te blijven. Maar bij mij zelf is dat totaal niet het geval. Ik ben helemaal niet bezig met mijn carrière. Ik ben naar Syrië gegaan zonder dat ik precies wist wat ik met mijn foto's ging doen. Ik ging om humanitaire redenen.'

De fotograaf zegt zich goed te hebben voorbereid op zijn reis. Tijdens rellen in Athene en Berlijn maakte hij foto's om te wennen aan gewelddadige situaties. Net als Lennart Hofman was ook hij onverzekerd toen hij voor het eerst naar Syrië ging. Wel heeft hij dankzij de veiling van een aantal fot's een kogelvrij vest kunnen kopen. 'Met publicaties van mijn eerste reis heb ik een klein financieel buffer opgebouwd. Daar betaal ik deze reis van.'

'Eigenlijk heb je 500 dollar per dag nodig', stelt Peter ter Velde. Hij geeft toe dat geld een probleem is voor veel freelancers. 'Je hebt geld nodig voor een verzekering, een hotel, een chauffeur en een fixer (vaak een lokale journalist die vertaalt, regelt en als gids optreedt, red.). Ook moet je af en toe iemand wat geld toeschuiven, zo werkt dat. Als je dat geld niet hebt, moet je het gewoon niet doen.'

Lennart Hofman heeft dat geld niet. 'In het begin sliep ik op banken. Ik verdiende niets', geeft hij toe. 'Maar dat vond ik niet erg hoor, dat is normaal als je net begint. Het heeft zelfs iets romantisch. Deze tweede reis speel ik ongeveer quitte.' Wel vindt hij het lastig dat opdrachtgevers op voorhand geen afspraken met hem willen maken. 'Ze lopen te veel risico. Het zou te gevaarlijk zijn. Daarom betalen ze alleen achteraf.' Arnold Karskens, die zelf ook als freelancer begon, noemt dat 'gevaarlijk opportunisme'. 'Je moet consequent zijn als hoofdredactie. Als je vooraf niet met journalisten wilt werken, moet je dat niet achteraf opeens wel willen.'

'Maar dat is het grootste probleem niet', zegt Karskens. 'Zelfs verdiende ik aan het begin van mijn carrière ook niets.' Hij benadrukt vooral het belang van een goede voorbereiding. 'En dan heb ik het niet over welke schoenen je draagt, maar over goede journalistiek. Ga de diepte in. Als verslaggever moet je de context begrijpen.'

'Dat oorlog zielig en verschrikkelijk is, dat weten we allemaal allang. Veel freelancers gaan naar hetzelfde ziekenhuis en komen thuis met precies hetzelfde verhaal. Dat een oorlog slecht is, hoef je niemand te vertellen. Probeer uit te leggen waarom er wordt gevochten. Als je alleen naar een oorlogsgebied gaat om de menselijke kant van een conflict te belichten, dan is elk risico er een te veel. Dan is dit werk puur gekkenwerk.'

De foto's die freelancer Tom Daams in Syrië maakte zijn gepubliceerd in diverse kranten en tijdschriften, waaronder de Volkskrant, en zijn te bekijken op tomdaams.com. Lennart Hofman schreef als freelanceoorlogsverslaggever verhalen voor de GPD, Vice en de Wereldomroep. Vanuit Syrië laat hij weten graag meer opdrachtgevers te krijgen en nog meer te schrijven. 'Ik hoop nu wat grotere stukken te kunnen maken, voor tijdschriften bijvoorbeeld. De Groene Amsterdammer lijkt mij wel wat, of Vrij Nederland.'

Opdrachtgevers gezocht

'Dat sommige freelancers zo onverantwoord te werk gaan, is een van de redenen dat wij met deze cursus begonnen zijn', zegt NOS-journalist Peter ter Velde. Hij is een van de trainers bij de veiligheidscursus die Nederlandse Vereniging van Journalisten sinds twee jaar aanbiedt aan oorlogsjournalisten.

Tijdens de driedaagse cursus (tussen de 399 en 570 euro per cursist) worden onder meer colleges gegeven over verzekeringen en het doorlopen van een gevechtsbaan. De afsluitende activiteit is een gijzeling. Daarnaast heeft de NVJ een zogenoemde oorlogskamer ingericht. Daar zijn doorgaans dure (rond de 1.000 euro per stuk) kogelvrije vesten te leen, net als medicijnen. Ook is de 24-uursdesk altijd bereikbaar om journalisten in het buitenland te helpen.

undefined

Meer over