Voetnoot

ZELFS in Nederland zullen er maar weinig mensen zijn die volhouden dat het verdrag van Amsterdam een mijlpaal op de weg naar Europese eenheid is....

De inhoud is bepaald niet schokkend. Iets meer bevoegdheden voor het Europese Parlement, het invoeren op Europees niveau van het beginsel van openbaarheid van bestuur, de mogelijkheid voor de lidstaten om hun milieuwetgeving aan te scherpen en uitbreiding van het verdrag van Schengen tot de hele Unie minus Groot-Brittannië en Ierland, dat zijn de voornaamste punten. De Britten hebben zich ook aangesloten bij het sociale protocol dat ze in Maastricht nog afwezen, maar dat is uitsluitend het gevolg van de regeringswisseling in Londen.

Ondanks de niet bijster controversiële tekst moet het verdrag door alle vijftien parlementen worden goedgekeurd en zijn er zelfs enkele referenda over te verwachten. En hoewel wat erin staat niet erg aanstootgevend is, heeft de ondertekening van het verdrag weer een aantal boze betogers op de been gebracht. Het wijst erop dat Europa de gemoederen blijft bezighouden, al staat die belangstelling los van wat er aan besluiten op tafel ligt.

Wat de hoofdmoot van het verdrag had moeten worden, staat er niet in: veranderingen in de samenstelling van en besluitvorming binnen de Europese instellingen. De vijftien werden het niet eens over deze materie, die technisch en gecompliceerd oogt, maar die raakt aan het opgeven van een stukje nationale soevereiniteit. Ze besloten het later nog eens te proberen en intussen al te beginnen met de gesprekken met nieuwe kandidaat-leden. Sommigen (ook sommige lidstaten, zoals Frankrijk, Italië en België) noemen dit verontwaardigd een brevet van onvermogen. Maar een agreement to disagree kan verstandig zijn en nodig om de rest van het werk niet te blokkeren.

Daarbij gaat het om drie hoofdpunten: de uitbreiding van de Unie met nieuwe, met name Oost-Europese leden (een kwestie waarvan het belang in het op zichzelf gefixeerde West-Europa schromelijk wordt onderschat), de komst van de Economische en Monetaire Unie, en de bestrijding van de hoge werkloosheid. Over dat laatste komt in november ook weer een EU-conferentie, maar de verwachtingen zijn al op voorhand laaggestemd.

Geen wonder, want zolang de voornaamste leden van de Unie een van elkaar afwijkend (Groot-Brittannië en Frankrijk) of géén (Duitsland) sociaal-economisch beleid voeren, valt er voor de EU weinig te coördineren. Vooral de Duitse problemen versterken de stagnatie in de voortgang van de Europese samenwerking. Het Amsterdam-light verdrag weerspiegelt die impasse.

Meer over