Voetbaltaal voor beginners en gevorderden

IK KOOP het boekje Voetbaltaal, van Aanspeelpunt tot Zwabberbal van Arno Kantelberg, vraag een bonnetje en zoek onmiddellijk en met hoge verwachtingen op: twaalfde man....

1. Verzamelwoord voor een zeer fanatiek thuispubliek dat zo veel indruk maakt op de spelers van de uitclub dat die het gevoel krijgen tegen twaalf man te voetballen.

2. Eerst aangewezen reservespeler. Als zo iemand zonder morren op de reservebank plaatsneemt, is hij de ideale twaalfde man.

Zeer correct allemaal, maar ik had op meer gehoopt natuurlijk.

Ik besluit een kritisch onderzoek in te stellen. Ik lees Voetbal International aandachtiger dan ooit tevoren en vooral ánders, noteer de typische voetbaltermen en diep er een paar op uit mijn geheugen. Eens kijken of Kantelberg zijn werk goed heeft gedaan.

Ik begin met: patatgeneratie.

Zelf zou ik hebben geschreven: 'Afkeurende term waarmee Ajax-trainer Leo Beenhakker in het begin van de jaren negentig jonge voetballers (Richard Witschge, Bryan Roy) omschreef vanwege hun vermeende gemakzucht.'

In het boek: 'Generatie van rond 1970 geboren spelers. Begin jaren negentig verweet toenmalig Ajax-coach Leo Beenhakker hun een gebrekkige mentaliteit. Ze zouden liever in de snackbar dan op het trainingsveld staan. Bekendste exponenten van de patatgeneratie: Brian Roy, Richard Witschge.'

Het is Bryan, niet Brian en de omschrijving is nogal omslachtig, maar Kantelberg heeft zich geplaatst voor de volgende ronde.

'Lopende spits' (Heerenveen-trainer De Haan kon in augustus volgens VI nog wel een lopende spits gebruiken) staat er niet in. 'Vaste waarde' is wel opgenomen, die afgrijselijke vondst waaraan ook deze krant helaas enkele malen niet is ontsnapt. 'Vaste waarde Van der Luer lijkt het slachtoffer te zijn geworden van de trainerswissel.'

Kantelberg heeft de sportpagina's voortreffelijk gelezen: van de twintig woorden op mijn inderhaast samengestelde lijstje ontbreken in zijn boek slechts 'lopende spits', 'herkenbaar elftal', 'vals traag' en 'op negen'.

Van een herkenbaar elftal kan de samenstelling wisselen, maar is de speelstijl karakteristiek. PSV: zeer herkenbaar elftal. FC Utrecht: geen herkenbaar elftal.

Een speler die traag oogt, maar niet traag is, is volgens Van Gaal vals traag. Waarschijnlijk heeft hij daarbij gedacht aan vals plat, de wielerterm. De weg lijkt plat, maar is dat niet.

'Op negen' of 'op tien' waren aanduidingen van Van Gaal voor de positie van Ajax-spelers in het elftal. Daaraan hebben we te danken dat overal in Nederland jochies nu zeggen dat ze op twee staan, of op vier. Ze zijn geen rechtsback of voorstopper zoals wij vroeger.

'Type Wouters' ontbreekt niet in Voetbaltaal, maar er wordt verwezen naar het kopje 'Motor'. Alsof er geen andere types zouden bestaan.

Toen Simon Kistemaker nog trainer was van Telstar, verzuchtte hij ooit dat hij hunkerde naar een type-Godee. Waarom kopen jullie Godee zelf dan niet, wierp een bijdehante verslaggever hem voor de voeten. Kistemaker was met stomheid geslagen: het jargon moet niet al te letterlijk worden genomen.

Het zijn de trainers die de voetbalvocabulaire voortdurend uitbreiden. Van Gaal was jarenlang de wijsgeer die door velen werd nagepraat. De koning van papegaaienland, noemde Fritz Korbach, wel een man met een origineel taalgebruik, hem ooit.

Een jaar geleden begonnen trainers over loopacties te praten. Prompt wordt in VI en de kranten vol lof geschreven over de loopacties van Cocu, Sanchez of Litmanen, om over Van Halst nog maar te zwijgen.

Spelers zijn plotseling niet veelzijdig maar polyvalent (Aad de Mos), bezig met een leerproces (Johan Cruijff) of dienen te penetreren in operationele gebieden (Rinus Michels). In Barcelona sprak Van Gaal vorige week over 'laterale passes'. Hij bedoelde er breedtepasses mee, meende ik te begrijpen.

Van Gaal maakt onderscheid tussen een kans en een mogelijkheid en iedereen doet het, want hij zal het wel weten. Slechts een enkeling weigert er aan mee te doen en steekt er de draak mee - en krijgt van hem op zijn lazer.

Kans, mogelijkheid, het staat allemaal in Voetbaltaal. Zo ook:

Nivea-bal. Strandbal. Alternatief voor 'bal' in schertsende context. Hij kan nog geen 'Nivea-bal' raken. Zie ook: pepernoot.

Keurig gedaan allemaal, maar desondanks er is iets mis met het boekje, de titel bijvoorbeeld. In 1990 verscheen bij SDU Uitgeverij Voetbaltaal van René Appel, een linguïst die verbonden is aan de Universiteit van Amsterdam. Zelfde titel, beter, grappiger en vooral leerzamer boek.

In dertien hoofdstukken neemt Appel het jargon door. De oorsprong van voetbaltermen wordt beschreven en het spraakgebruik van trainers als Michels en Cruijff geanalyseerd. Alle typische voetbaltermen zijn cursief gedrukt en keren terug in een register dat, vermoed ik, door Kantelberg goed is geraadpleegd. Hetzelfde geldt voor de theoretische uiteenzettingen.

Droef is soms het lot van de boekenschrijver. Kantelberg mag in VARA TV Magazine zijn boekje aanprijzen, dat van Appel ligt zielig en door iedereen vergeten in de ramsj bij De Slegte.

Bij deze beveel ik al mijn collega's in de voetbaljournalistiek en andere belangstellenden het boek van Appel van harte aan. Het kost ¿ 6,50 en kan door journalisten worden gedeclareerd (vakliteratuur).

Paul Onkenhout

Meer over