‘Voetbal is leuk, de wereld er omheen geweldig’

Het voetbal verzakelijkt, maar voor velen is plezier nog steeds een drijfveer. Reinier Robbemond: ‘Ik was het jongetje dat verliefd was op de bal.’..

Reinier Robbemond was de wanhoop nabij toen de in München geraadpleegde arts hem vertelde dat hij, net 30 jaar oud, de knie van een 60-jarige had. Aan de voortzetting van zijn voetbalcarrière moest ernstig getwijfeld worden.

‘Op mijn hotelkamer heb ik zitten huilen als een kind’, zegt Robbemond, die ten slotte instemde met een kraakbeentransplantatie om blijvende invaliditeit te voorkomen.

‘Het voetbal stond ver van mij af toen mijn gezondheid in het geding was. Maar toen ik – na maanden – terugkeerde bij AZ, heb ik op het trainingsveld letterlijk stapje voor stapje aan mijn comeback gewerkt. Maarten Gozeling, de fysiotherapeut, heeft me er doorheen gesleept.’

Veertien maanden duurde zijn revalidatie, en wat hij vooral miste was het plezier van het spel. ‘Ook omdat Co Adriaanse de trainer was, en ik vanuit een ooghoek kon zien hoe leuk trainingen eigenlijk kunnen zijn.’

Na maanden van gedwongen absentie keerde ook bij Robbemond langzaam het plezier weer terug. Op zijn 36ste is hij bij De Graafschap nog steeds actief. Ook toen eind vorig seizoen degradatie dreigde en De Graafschap speculeerde op een toekomst zonder de oude garde, weigerde hij te geloven in het einde van zijn carrière.

‘Daarvoor ben ik nog steeds te veel liefhebber’, zei de routinier destijds. Komend weekeinde begint hij aan zijn achttiende seizoen in het betaald voetbal. ‘Ik was niet op elk aanbod ingegaan, maar voor een definitief afscheid is het te vroeg.

‘Voetbal is vooral genieten, het spelletje is leuk, de wereld er omheen is geweldig, vooral als je zoals ik bij louter warme clubs (Dordrecht ’90, FC Utrecht, AZ en nu De Graafschap) kon spelen. Dan is het de mooiste baan die er is.’

Zelfs als hij zijn sociaal ongemak in aanmerking neemt. Zijn gezin woont in Heerhugowaard en dus is hij gedwongen regelmatig in Doetinchem te overnachten.

‘Het gaat steeds meer pijn doen als opgroeiende kinderen ’s ochtends bij het afscheid tegen je zeggen: ‘Pappa, wanneer kom je nu weer thuis?’ Maar heen en weer-reizen, wat ik wel heb gedaan, is bij deze afstanden en bij het Nederlandse fileleed niet vol te houden.

‘Als betaald voetballer mag je niet klagen, dat vooropgesteld. We hebben genoeg vrije tijd. Maar je sociale leven staat, door de verplichting in het weekeinde, wel onder druk. Dat is de prijs van een mooi vak.’

Robbemond beantwoordde als 13-jarige op de Technische School de vraag wat hij als zijn ideale baan zag met: ‘voetbalprof’. De romantiek sprak hem aan. ‘Ik was het jongetje dat verliefd was op de bal.’

Hij groeide op in Dordrecht, speelde bij de amateurs van ODS en week, gedreven door zijn ambitie, uit naar de jeugdselectie van Sportclub Feyenoord. Geen offer was hem te veel toen hij zich op amateurbasis bij Dordrecht ’90 aansloot.

‘Ik werkte als loodgieter. Dan lag ik ’s ochtends onder de vloer, tussen de spinrag, om waterleidingen te vernieuwen. De rest van de dag stond in het teken van grote haast: na het werk snel naar huis om te eten, snel naar de training en ook nog twee dagen in de week snel naar de avondschool.’

Rust verschafte de sport hem ook niet toen hij semi-prof bij Dordrecht ’90 werd en te maken kreeg met de fusie die de club aanging met SVV uit Schiedam. ‘Eén dag voordat we zouden beginnen, stapte Dick Advocaat op en nam Hans Verèl de training over.

‘We stonden met vijftig spelers op het veld. De jongens die van SVV waren gekomen verdachten Verèl ervan dat hij Advocaat eruit had gewerkt. Er heerste een ongelooflijke rancune en onderlinge concurrentie van jongens die met pinnen onder hun schoenen op het trainingsveld stonden om te raken wat ze konden raken.

‘Vaak heb ik toen gedacht: is dit het nou? Is dit nou het leven waarvan ik heb gedroomd en waar ik zo naar uitgekeken heb? Is dit alles wat het betaald voetbal te bieden heeft?’

Het antwoord op die vraag kreeg hij bij FC Utrecht. ‘Spelbos en Wouters waren de trainers, en de druk van de omgeving was enorm. De club leefde in de stad en onder de supporters, die heel enthousiast konden zijn, maar ook superkritisch.’

Het is na al die jaren Robbemonds vaste overtuiging dat plezier in voetbal de basis is voor succes. ‘Als je geen lachende gezichten meer op de training ziet dan is het gebeurd. Uiteindelijk ben je gaan voetballen omdat je het zo leuk vindt.’

‘Je talent bepaalt niet hoever je komt in het betaald voetbal. Je moet geestelijk en lichamelijk in balans zijn, en je moet weten dat je het echt allemaal zelf moet doen. Niemand doet het voor je, een ander bepaalt niet of je in de basis staat, dat doe je zelf.’

Het trainerschap bij jong talent lonkt, maar voorlopig ligt zijn voorkeur op het voetbalveld. ‘Bij een club als De Graafschap, die de voorwaarden biedt van het spel te houden. Maar waar je ook door gebrek aan financiële middelen als eredivisiespeler altijd tegen degradatie zal moeten vechten.’

Poul Annema

Meer over