VN konden 'veilige gebieden' eigenlijk nooit beschermen

Het begrip 'veilig gebied' ontstond in het voorjaar van 1993 in het hoofdzakelijk door Moslims bewoonde stadje Srebrenica, in het oosten van Bosnië....

Van onze buitenlandredactie

AMSTERDAM

De toenmalige commandant van de VN-vredesmacht in Bosnië-Herzegowina, de Franse generaal Philippe Morillon, ging naar het met vluchtelingen uit de omgeving overstroomde Srebrenica om zich van de situatie op de hoogte te stellen. Hij werd daar door wanhopige (Moslim-)burgers gegijzeld en gaf vervolgens een verrassende wending aan de situatie door Srebrenica tot door de VN beschermd gebied te verklaren. Morillon zei het stadje pas te zullen verlaten als de veiligheid van de plaatselijke bevolking was gegarandeerd.

Kort daarop nam de VN-Veiligheidsraad het concept 'veilige gebieden' over. Een door de bemiddelaars Vance en Owen opgesteld vredesplan voor Bosnië was door de Bosnische Serviërs afgewezen.

De leden van de Veiligheidsraad reageerden niet op deze afwijzing met de op dat moment onder anderen door Owen bepleite luchtacties tegen Bosnisch-Servische stellingen. In plaats daarvan proclameerde de Veiligheidsraad zes door de Bosnische Serviërs militair bedreigde steden en stadjes tot door VN-militairen te beschermen 'veilige gebieden'.

Behalve Srebrenica (44 duizend inwoners) en Zepa (16 duizend inwoners) in de oostpunt van Bosnië waren dat de industriestad Tuzla (rond de 400 duizend inwoners, onder wie meer dan 200 duizend vluchtelingen), Gorazde (60 duizend inwoners) en de enclave Bihac in het noordwesten met 150 duizend inwoners. Ook de eveneens door Servische strijders omsingelde Bosnische hoofdstad Sarajevo verkreeg de status van 'veilig gebied'.

In de praktijk zijn de in en rond de 'veilige gebieden' gelegerde VN-militairen nooit in staat geweest de burgerbevolking daar afdoende tegen granaat-aanvallen, sluipschutters en dergelijke te beschermen. Soms was het betrekkelijk rustig - in Sarajevo bijvoorbeeld van februari 1994 tot begin dit jaar - soms ontstonden acute crises, zoals verleden jaar rond Gorazde en Bihac.

Servische pogingen om de lus rond een der omsingelde 'veilige gebieden' nauwer aan te halen vormden meestal de aanleiding tot zo'n crisis. Bij Gorazde en Bihac leidden NAVO-luchtaanvallen en Servische repressailles tegen blauwhelmen tot escalatie en internationale beroering. Daarbij laaide ook steeds de discussie over terugtrekking van de VN-vredesmacht op. Na enige tijd stabiliseerde de situatie weer enigszins.

Een extra complicatie voor de blauwhelmen is dat vanuit de 'veilige gebieden' ook het Bosnische regeringsleger militair actief is. Daardoor kwamen bijvoorbeeld in december de zwak bewapende Bengaalse VN-militairen bij Bihac tussen twee vuren te zitten, een situatie die vergelijkbaar is met die van de Nederlandse VN-militairen dit weekend bij Srebrenica.

Hoewel de VN-militairen er nergens in zijn geslaagd de 'veilige gebieden' daadwerkelijk voor honderd procent te beschermen, hebben zij wel een beschermende functie vervuld.

Met name bij de oostelijke enclaves (Srebrenica, Zepa, Gorazde) waar het Bosnische regeringsleger geen partij is voor de Bosnische Serviërs. Die hebben het tot dusver nog nooit gewaagd een 'veilig gebied' militair onder de voet te lopen en de bevolking te verdrijven of erger.

Meer over