VN doorbreken stilte over geweld Algerije

De internationale gemeenschap heeft eindelijk de stilte verbroken rond de voortdurende moordpartijen in Algerije. De Franse regering en de Verenigde Naties veroordeelden niet alleen de slachtingen, maar ook de Algerijnse regering....

AFP, AP, Reuter

NEW YORK/PARIJS/ALGIERS

De Hoge Commissaris voor de mensenrechten van de Verenigde Naties, Mary Robinson, haalde zich gisteren de woede van de Algerijnse autoriteiten op de hals door te pleiten voor internationale bemoeienis met Algerije.

Tijdens een gesprek maandag met de Algerijnse minister van Buitenlandse Zaken Attaf zei Robinson 'uitermate bezorgd' te zijn over de onwil van de Algerijnse regering om bemiddeling door de internationale gemeenschap te accepteren.

De Algerijnse vertegenwoordiger bij de VN noemde het 'onaanvaardbaar' dat een VN-functionaris zich in de interne aangelegenheden van een soevereine lidstaat mengt. Robinson is ver buiten haar boekje getreden, aldus de Algerijnen.

'Mensenrechten kennen geen grenzen', luidde Robinsons repliek. 'Als er op zo'n grote schaal mensenrechten worden geschonden en als de situatie zo slecht is als in Algerije, dan beschouw ik dat niet als een binnenlandse aangelegenheid.'

Maandag doorbrak de Franse premier Jospin op zijn beurt de Franse stilte met betrekking tot de bloedige gebeurtenissen in de ex-kolonie. De druk op Jospin vanuit linkse hoek is de afgelopen weken toegenomen om zich in elk geval vóór de Algerijnse bevolking uit te spreken.

Refererend aan een reeks bomaanslagen in Frankrijk in 1995 en '96 zei Jospin in een interview met de Franse televisie dat uiterste voorzichtigheid moest worden betracht, zeker nadat de Gewapende Islamitische Groep GIA eind vorige week dreigde met nieuwe aanslagen tegen Frankrijk en de VN.

Jospin zei dat het 'ontzettend moeilijk' is te begrijpen wat er zich in Algerije afspeelt. 'Wat we zien is afschuwelijke terreur en vreselijk geweld tegen de burgerbevolking. Maar het is vrijwel onmogelijk om te weten wat er gebeurt.'

Ter illustratie van hoe schimmige gebeurtenissen in Algerije zijn, voegde Jospin toe: 'Dit is geen Chili ten tijde van Pinochet, waar democraten een dictatuur bevochten. Hier hebben we te maken met een fanatieke en gewelddadige oppositie, die vecht tegen de autoriteiten die zich zelf, tot op zekere hoogte, bedienen van geweld en de macht van de staat.'

De GIA zei vorige week dat het vemoorden van burgers met de zegen van God gebeurt en zal doorgaan. Die verklaring kostte de terreurbeweging de steun van het clandestiene blad Al Ansar. De redacteur van het blad, Mustapha Kamel, zei gisteren in Londen dat hij geen communiqués van de GIA meer zal afdrukken, omdat de laatst uitgegeven verklaring van de groep niet in overeenstemming is met de islamitische wet. Kamel kon zich niet vinden in het idee dat iedere Algerijn die niet solidair is met de GIA als afvallige wordt beschouwd en zonder meer mag worden gedood.

De grootste slachtpartij vond zondag plaats in het plaatsje Chebil, nabij Blida, ten zuiden van Algiers. Hier sneden vijftien gewapende mannen de kelen door van een familie van 52, onder wie tien kinderen. De familie woonde in vijf huizen op hetzelfde erf. Vijf jonge vrouwen werden gekidnapt.

De aanval kwam twee dagen nadat de familie was teruggekeerd naar Chebil. Ze waren begin dit jaar gevlucht uit angst voor de aanvallen van de islamisten.

Volgens getuigen onthoofden de aanvallers ook een baby. Het hoofd van het kindje werd op het dak gegooid, het lichaampje werd in een oven teruggevonden.

De slachtpartijen vinden plaats ondanks een zwaar offensief van het Algerijnse leger. Volgens de Algerijnse media zijn de afgelopen week 84 guerrillastrijders gedood.

Meer over