VLUCHTEN KAN NIET MEER

TIEN jaar geleden stak Nederland als voorzitter van de Europese Unie zijn nek uit. Premier Lubbers en minister van Buitenlandse Zaken Van den Broek presenteerden een blauwdruk voor een Europese politieke federatie....

Hans Wansink

De Nederlandse Europeanen hadden hun idealen niet laten verzuren door bedenkingen van de lidstaten. Die reageerden verbijsterd op zoveel onnozelheid en zagen zich gedwongen de gastheren in de open lucht een pak slaag toe te dienen.

'Zwarte maandag' heet sindsdien de onzalige dag in september waarop dat gebeurde. Het was een diplomatiek echec dat op het ministerie van Buitenlandse Zaken nog steeds niet verwerkt.

Liep Nederland in 1991 te ver voor de troepen uit, nu sjokt het achteraan. Brusselse diplomaten vragen zich hoofdschuddend af wanneer de Nederlanders hun frustratie over die zwarte maandag eens van zich afschudden. Want niemand begrijpt nog waar Nederland staat.

De Fransen en de Britten hopen dat Nederland zijn federale streken voorgoed heeft verloren, maar zeker weten doen ze het niet. De Duitsers en de Belgen beginnen wanhopig te worden. Hun van oudsher trouwe federale bondgenoot wilde vorig jaar niets weten van het debat dat Joschka Fischer, de Duitse minister van Buitenlandse Zaken, ontketende.

De invoering van de euro en de uitbreiding van de Unie met nieuwe leden in Oost-Europa maakt het noodzakelijk het 'einddoel' (Finalität) van de Europese integratie te definiëren, stelde Fischer nuchter vast. Frankrijk en Groot-Brittannië erkenden dat die vraag terecht is, al moesten ze niets van Fischers antwoord, Europese staatsvorming, hebben.

Nederland raakte echter volledig in paniek bij de gedachte alleen al te moeten nadenken over de bestemming van Europa. De Nederlandse staatsman Dick Benschop, bekwaam ritselaar in de Europese coulissen, kwalificeerde het Fischer-debat als 'absurd'. Hij is inmiddels wat bijgedraaid, maar Benschops visie reikt toch niet veel verder dan een Europees correctief referendum en een gekozen voorzitter van de Europese Commissie.

Een andere Nederlandse staatsman, iets minder handig in de Europese arena, sprak deze week een rede uit met de misleidende titel On Europe's Future.

Het opmerkelijkste van dit verhaal van Jozias van Aartsen was dat hij er in slaagde de naam van bondskanselier Gerhard Schröder niet uit te spreken. Van Aartsen wil het niet over de bestemming van de EU hebben, want Europa is het beste af zonder politieke vergezichten.

Schröders interventie op 30 april besloeg minder dan een half A-viertje, maar het was in heel Europa voldoende om de discussie over de politieke architectuur van Europa weer vlot te trekken.

Schröder legt zich - volkomen terecht - niet neer bij de gelegenheidscompromissen van de top in Nice. Wanneer de Unie in 2005 met acht of negen lidstaten wordt uitgebreid, redeneert de bondskanselier, moet de collectieve besluitvorming zijn gestroomlijnd. Dat zal in 2004, op een intergouvernementele conferentie, zijn beslag moeten krijgen.

Hij wil de bestaande Europese verdragen vervangen door een Europese grondwet, waarin de politieke verantwoordelijkheden helder worden afgebakend. Het recht om bevoegdheden aan de EU over te dragen blijft bij de lidstaten. Sommige competenties (op het gebied van landbouw en economische structuur) moeten zelfs door Brussel aan de lidstaten worden teruggegeven - mits de vrije interne markt zich daartegen niet verzet.

Schröder wil van de Europese Commissie een sterke uitvoerende macht maken, gecontroleerd door een eveneens versterkt Europees Parlement met budgetrecht. De Europese Raad van ministers moet worden omgebouwd tot een Europese senaat. Versterking van de Europese democratie is een voorwaarde voor legitimering van de EU bij de burgers.

De Belgische premier Guy Verhofstadt, die wat visie op Europa betreft in zijn eentje de hele Nederlandse regering in z'n zak steekt, reageerde enthousiast. Hij realiseert zich heel goed dat Schröder niet alleen binnen, maar vooral buiten Europa allang wordt gezien als de feitelijke baas van de Unie.

De Nederlandse regering zal over de brug moeten komen. Meer dan de jongens van BZ onderkent premier Kok dat het debat over de bestemming van Europa voluit gevoerd moet worden. Op 28 maart sprak Kok zich uit voor een Europese Grondwet als bekroning van de politieke integratie. Hij kondigde aan dat Nederland zich zal bezinnen op het idee van een Europese senaat, maar dan gekozen uit de nationale parlementen.

Het is te hopen dat Kok het niet bij bezinning zal laten en zijn positie ten opzichte van het plan-Schröder duidelijk markeert. Alleen dan kunnen we het trauma van Zwarte Maandag overwinnen en weet Europa weer waar Nederland staat.

Meer over