Vloot VOC groter dan gedacht

De vloot van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) was in de 17de eeuw minstens tweemaal zo groot als tot nu toe aangenomen....

Van onze verslaggever Ben van Raaij

Dit stelt historicus en onderwaterarcheoloog Robert Parthesius in zijn proefschrift over de ontwikkeling van het 17de-eeuwse scheepvaartnetwerk van de VOC in Azië. Dinsdag promoveert hij er op aan de Universiteit van Amsterdam.

De kennis over de omvang van de VOC-vloot was tot dusver vooral gebaseerd op de Uitloopboeken van de retourvloten op de scheepvaartroute naar Indië. In deze registers van in- en uitgaande schepen staan voor de periode van 1595 tot 1660 529 schepen vermeld.

Parthesius en een team van medewerkers hebben nu voor het eerst ook alle scheepsbewegingen van de VOC binnen Azië in een database geïnventariseerd. Zo kwam men nog 529 schepen op het spoor, ‘toevallig’ een exacte verdubbeling. Het gaat om een gevarieerde vloot waarin naast retourschepen, fluiten en jachten ook Chinese jonken, inheemse boten en gekaapte Spaanse en Portugese schepen waren opgenomen.

Met die vloot wist de VOC naast het intercontinentale netwerk van de retourvaart ook een fijnmazig en uitgekiend intra-Aziatisch scheepvaartnetwerk op te bouwen, van Jemen tot Japan, dat efficiënter en winstgevender was dan dat van Europese en Aziatische concurrenten. Logistiek sloten de netwerken op elkaar aan bij het overslagstation in Straat Soenda.

De komende jaren hoopt Parthesius ook de ontwikkeling van het scheepvaartnetwerk en de VOC-vloot in de periode ná 1660 in kaart te kunnen brengen. ‘Onze ambitie is met de database de twee eeuwen van de VOC vol te maken.’

Parthesius deed in het verleden onder meer archeologisch onderzoek aan het wrak van het VOC-retourschip Avondster in de baai van Galle op Sri Lanka. Veel vondsten gingen verloren bij de tsunami van eind 2004. Parthesius is nu directeur van het Centrum Internationale Erfgoedactiviteiten.

Meer over