Vliegenvangers die vreemdgaan

Vliegenvangers op het Zweedse eiland Gotland paren met een andere soort en plegen overspel met een soortgenoot. Een lust voor het oog....

Vogels die vreemdgaan is geen ongewoon verschijnsel. Maar zo bont als het er toegaat op het Zweedse eiland Gotland – op tweeënhalf uur varen ten zuidoosten van Stockholm – is ongebruikelijk.

Voor vogelonderzoeker dr. Thor Veen, die vrijdag in Groningen promoveerde op een onderzoek naar partnerkeuze, is dit bosrijke eiland een waar lustoord. ‘Er gebeuren leuke dingen in het bos, heel geraffineerde processen spelen zich daar af.’

Op Gotland broeden de bonte vliegenvanger (Ficedula hypoleuca) en de withalsvliegenvanger (F. albicollis), die nauw aan elkaar verwant zijn. Zij kruisen met elkaar en worden mengparen, wat nogal ongewoon is, maar daarnaast gaan ze ook vreemd met hun eigen soortgenoten. Het is een wirwar van relaties die Veen met stijgende verwondering gadesloeg.

Of beter: waarvan hij het fijne wilde weten. Wat drijft de vrouwelijke withalsvliegenvanger om met de bonte vliegenvanger te paren en samen te gaan wonen in de nestkast en dan met de buurman, ook een withalsvliegenvanger, overspel te plegen?

Het werd een speurtocht voor Thor Veen, daar op Gotland: minutieus volgen wie met wie de nestkast in duikt, dna uit bloedmonsters onderzoeken van vrouwtjes, mannetjes en hun nakomelingen, en dan ook nog een plausibele verklaring zien te vinden voor dat promiscue gedrag. De Groningse onderzoeker is het uiteindelijk gelukt enkele eindjes aan elkaar te knopen.

Dode nakomelingen

Dode nakomelingen
Om te beginnen vond Veen het merkwaardig dat withalsvrouwtjes met bonte vliegenvangermannetjes paarden, omdat in de dierenwereld de soort doorgaans de eigen soort zoekt. Wie zich niet aan deze regel houdt, wordt bestraft met nakomelingen die snel doodgaan en dochters die onvruchtbaar zijn.

Dode nakomelingen
Veen onderzocht of de nadelen van dit afwijkende gedrag wel zo groot zijn en of er misschien ook voordelen zijn. Zo ontdekte hij dat mengparen later in het seizoen relatief veel jongen grootbrachten. De jongen uit dit soort paren bleken geen hybriden te zijn, maar withalsvliegenvangers die waren voortgekomen uit een wip met de withalsbuurman.

Dode nakomelingen
Een ouderschapsanalyse maakte dit duidelijk. Uit bloedmonsters van beide ouders en hun jongen bleek dat het vrouwtje de sociale vader, de bonte vliegenvanger met wie ze ook jongen in de nestkast had, om de tuin had geleid.

Dode nakomelingen
Vreemdgaan komt wel vaker voor bij vliegenvangers (15 procent van de jongen is daarvan het resultaat), maar in het geval van de mengparen zitten er wel erg veel buitenechtelijke kinderen in het nest. Veen vroeg zich af hoe dat kwam. Gaan de vrouwtjes vaker vreemd als ze met een bonte vliegenvanger hebben gepaard, of is de kans op bevruchting veel groter met sperma van de eigen soort? In dat geval zou één keer vreemdgaan genoeg zijn, omdat het sperma van de soorteigen buurman het wint van dat van haar sociale (bonte) partner.

Dode nakomelingen
Om te onderzoeken wat de strategie van het vrouwtje was, verfde Veen withalsmannen die na de wintertrek uit Afrika waren teruggekeerd, zodanig dat het bonte vliegenvangers leken. Hij vond echter geen verschil in het aantal jongen tussen de geverfde en de niet geverfde vogels. Dit wijst erop dat de paringsstrategie van de vrouwtjes in de genen zit, en het sperma van de eigen soort een belangrijke rol speelt.

Rupsen

Rupsen
Veen merkte dat de bonte vliegenvangers later in het broedseizoen, na half mei, meer in trek waren bij de withalsvrouwtjes dan aan het begin van het seizoen, eind april en de eerste week van mei.

Rupsen
Waarom kiezen de withalsvrouwtjes later in het seizoen voor zo’n gemengde band? Brengt de nestvader meer voedsel? Nee, zegt Veen. Brengt de vader ander voedsel, spinnen in plaats van rupsen? Dat is ook niet het geval. ‘Ik tastte in het duister’, zegt Veen. ‘Ik ben toen naar de plek gaan kijken. Het bleek dat de bomen een belangrijke rol speelden. In het territorium van de bonte vliegenvangers staan meer naaldbomen, terwijl de withalzen juist in loofbos met veel eiken broeden. De rupsenpiek in de eiken, dus het voedsel voor de jongen, was eerder in het broedseizoen en kort en hevig. Maar in de naaldbomen steeg het rupsenaantal geleidelijker. ’

Rupsen
Veen kwam tot die ontdekking door de rupsenpoep in een trechter van doek onder de bomen op te vangen. Om de vier dagen ging hij kijken. Hij woog de rupsenpoep als maat voor het aantal rupsen dat in de boom had zitten vreten. ‘In loofbomen ontdekte ik een sterke piek, in naaldbomen zag ik een graduele toename in de loop van het seizoen.’ Dat verschafte Veen de sleutel tot het raadsel.

Rupsen
Later in het seizoen leggen withalsvrouwtjes het ook aan met bonte vliegenvangers en wippen en passant even aan bij de withalsbuurman. Dit levert een voordeel op. Later in het seizoen is er meer voedsel te halen in het territorium van de bonte vliegenvanger. De crux zit dus in het type territorium, legt Veen uit.

Rupsen
Het is wel zaak de bedrogen partner in de waan te laten, zegt Veen. De sociale vader draagt immers veel voedsel aan voor de jongen. Zou hij aan zijn vaderschap gaan twijfelen, dan liet hij wellicht partner en kroost in de steek, zodat het vrouwtje de rupsen kan gaan aanslepen.

Trekroutes

Trekroutes
De onderzoeker ging ook kijken wat er in de winter gebeurde met de generatie die voortkwam uit de mengparen, de hybride nakomelingen. Trekgedrag van vogels heeft een sterke genetische basis. Hybriden hebben een mix van de genen van de withalsmoeder en de bonte vliegenvangervader. Volgen ze dan ook een trekroute die tussen die van beide ouders loopt? Ze zouden dan over de Sahara heen vliegen, waar ze grote kans lopen te verhongeren.

Trekroutes
Veen heeft onder de hybride nakomelingen geen grotere sterfte gevonden dan onder de andere jongen. Aan de hand van onderzoek aan de veren is hij erachter gekomen dat de hybriden naar West-Afrika vliegen, naar plaatsen waar ook de bonte vliegenvangers overwinteren.

Trekroutes
In de overwinteringsgebieden wordt een aantal veren opnieuw aangemaakt, waarbij natuurlijke isotopen (in dit geval stikstof en koolstof), worden ingebouwd. De isotopen verschillen per locatie en kunnen daarom als een soort vingerafdruk van de overwinteringsplek worden gebruikt.

Trekroutes
In zuidelijk Afrika waar de withalsvliegenvangers overwinteren, zijn de isotopen anders dan in West-Afrika. Zo kon Veen registreren dat de hybride nakomelingen de route van de vader volgen, waarschijnlijk omdat zijn migratiegenen die van de moeder domineren.

Meer over