Vlekkeloos ABN

Een kleine troost voor de veelgeplaagde Wilders: Nederlanders zijn trots op hun moerstaal; ze vinden dat die 'mooi klinkt'. Aan 'straatttaal' hebben ze een bloedhekel. Die taal zou op school verboden moeten worden, vindt driekwart van de Nederlanders. Want rond straattaal hangt voor hen een walm van achterstand, verloedering en criminaliteit.


Niet dat er zo'n welomschreven taal bestaat. In de Rotterdamse onderwereld wordt heel anders gesproken dan op een vmbo in Utrecht of een scholengemeenschap in Amsterdam-Bijlmer. Met 'straattaal' bedoelen de Nederlanders die werden ondervraagd door onderzoekers van de Nederlandse Taalunie vermoedelijk de zinnetjes die ze jongens met opgeschoren haar en bontkraagjes horen sissen: 'Ey sma, kga je poppen', of 'Faya G, wil je fitti? Jij hebt mij gesnitcht bij de popo.' Of zoiets. Outsiders krijgen groepstalen nooit helemaal onder de knie, en dat is ook precies de bedoeling: het zijn codetalen waarmee jongeren laten zien bij wie ze horen. Zodra wij denken ze een beetje te verstaan, verzinnen ze nieuwe woorden; wannabees worden zo snel ontmaskerd. Of ze beperken zich wijselijk tot hun eigen kring: ook hagelwittte gymnasiastjes spreken onderling van een 'boeler' (homo) of een 'harde chick'.


Verbieden dus. Zou het helpen? Waartegen eigenlijk? Door taal eruit te rammen verander je gedrag niet.


Belangrijk is niet wat ze op school afleren, maar wat ze bijleren. Natuurlijk kan een leraar die hoort dat een proefwerk 'kankermoeilijk' was, zeggen dat hij woorden met 'kanker' niet accepteert in zijn klas. Maar zijn hoofdtaak is om kinderen die thuis Berbers spreken, plat Haags, Sranan of Swahili, en met elkaar de lingua franca van hun buurt, ABN bij te brengen. ABN, de grote groepstaal van de geletterde Nederlander, van de werkgevers, van de krant. Daartoe moet hij of zij zelf vlekkeloos ABN spreken en schrijven, niet alleen de leraar Nederlands maar ook leraren koken en techniek. De grootste blokkades voor het opheffen van achterstand zijn onbevoegde of beroerde leraren, uitvallende lesuren en te veel zwijgend achter de computer doorgebrachte lesuren. Wie 25 uur per week wordt ondergedompeld in feilloos ABN, krijgt er een effectieve taal bij, wat je onder vrienden ook spreekt.


Trots op een taal, ik zou niet weten wat dat is. Je kunt net zo goed trots zijn op je spijsvertering, of je vermogen tot ademhalen. Taal wordt je ingelepeld door je ouders, en voegt zich moeiteloos naar je leven. Trots kun je alleen zijn op voortbrengselen van een taal: gesprekken die iets teweegbrengen, vlammende pleidooien, romans die je wereldbeeld veranderen, poëzie die je van de sokken slaat.


Mooi is een taal die eindeloos wordt opgerekt, uitgebuit en vernieuwd. De springlevende, razendsnel veranderende, poëtische jongerentalen zijn prachttalen - voor beperkt gebruik. Aan het onderwijs de taak om de flexibiliteit en creativiteit van straattaalgebruikers, die duiden op grote taalvaardigheid en inventiviteit, te mobiliseren voor een even wendbaar gebruik van het ABN. Dat is hondsmoeilijk, maar het moet.


Meer over