Vlaming huivert bij herinnering aan Jempi Monseré

'Een kwart eeuw geleden', staat op de gevel van het Stedelijk Wielermuseum in Roeselare geschreven. Daarnaast een geschilderd portret van Jean-Pierre Monseré, de beroemdste zoon van de west-Vlaamse gemeente....

Makkers die van fietsen stappen

zijn naam roepen

stil staan te wenen

- geknakte Vlaamse renners -

Legenden leven kort en hevig. Jean-Pierre Monseré was een levenslustige jongen met veel vrienden en pas 22 jaar toen hij zich te pletter reed in een kleine koers, te jong om veel vijanden in het peloton te hebben. Door Vlaanderen gaat nog altijd een huivering bij het horen van zijn bijnaam Jempi.

'Een schone herinnering' staat in het gastenboek van het Wielermuseum dat tot oktober een tentoonstelling heeft ingericht over de James Dean van de wielersport. Het is een uitputtende expositie, met een vererend gedicht, een verhelderende video en het kinderfietsje waarop hij zijn eerste papieren bloementuiltje won.

Hoewel vader Achiel zelf ook wielrenner was geweest, maakte hij zijn enige zoon, geboren op 8 september 1948, lid van de plaatselijk voetbaltrots, de Koninklijke Sportkring Roeselare. Jempi was een talentvol stopper, maar ook deze carrière werd door het ongeluk geknakt. Een hersenschudding dwong Monseré te stoppen. Vader Achiel stelde hem een racefiets in het vooruitzicht, mits het schoolrapport voldoende zou zijn.

Het fietsen ging Monseré goed af. Hij ontwikkelde zich tot een stijlvol coureur, tot het boegbeeld van een talentvolle generatie met Eric Leman en zijn vriend Roger de Vlaeminck. België had een opvolger van Merckx in huis. In 1969 eindigde Monseré als tweede bij het WK amateurs achter de Deen Leif Mortensen. In datzelfde jaar werd zijn zoon Giovanni geboren, vernoemd naar Giovanni Bramucci, een Italiaans collega. Twee jaar eerder was Monseré met de zestienjarige Annie Victor getrouwd.

Kort na het WK in het Tsjechische Brno werd Monseré prof bij de Belgische Flandria-ploeg. Hij won in het najaar de Ronde van Lombardije nadat Gerben Karstens bij de dopingcontrole tegen de lamp was gelopen. Voor de Tour werd Monseré in 1970 nog te licht bevonden, maar aan de derde plaats in het Belgisch kampioenschap hield hij wel selectie voor het WK in Leicester over.

De Weekbode Roeselare was erbij, samen met plaatsgenoten Berten Lafosse en Frans Ceulaers. Met nog zestig kilometer te gaan, bevond Monseré zich in een kopgroep van zes man. Onder de kop De misrekening van dhr. Ceulaers noteerde de weekbode de volgende dialoog.

- 't Is gepasseerd Franske, ze krijgen ze niet meer, pronostikeerde Berten.

- Ge denkt toch niet dat die voorop blijven zeker? De koers begint nu maar pas!

- Geloof maar dat ze ze niet meer krijgen, Franske.

Berten Lafosse kreeg gelijk. Favoriet Gimondi besefte dat hij aan Monseré een kwaaie had en bood hem 38 duizend gulden in ruil voor de overwinning. 'Ik wil zelf wereldkampioen worden', zei Monseré en plaatste in de laatste kilometers de beslissende demarrage. Mortensen werd ditmaal tweede.

De vreugde over Monseré's zege werd al meteen overschaduwd door het verdriet om de dood van vader Achiel. Hij was hartpatiënt en mocht geen alcohol drinken, maar liet zich in Leicester het bier goed smaken. Jempi was immers wereldkampioen. Tien dagen later stierf Achiel Monseré aan een hartstilstand.

Een half jaar later volgde zijn zoon hem in de dood. Jean-Pierre Monseré was in voorbereiding voor Milaan-San Remo, de officieuze opening van het seizoen, maar werd door Roger de Vlaeminck overgehaald mee te doen aan de Jaarmarktprijs van Retie, vlakbij de grens met Nederland.

We schrijven maandag 15 maart 1971, 15.15 uur. Op de Turnhoutsebaan in Sint-Pieters-Lille rijdt een kopgroep, met daarin Monseré, achter de 'signalisatiewagen' aan. Josephine Lammens komt hen tegemoet om haar getrouwde zuster te bezoeken. Ze negeert alle signalen, terwijl Monseré zich op dat moment van de groep losmaakt om de koers te monsteren.

Waarschijnlijk keek Monseré net om toen racefiets en Mercedes elkaar frontaal troffen. Hij werd over het dak gezwiept. Lammens bleef roerloos en in shock-toestand achter de gebroken voorruit zitten. Monseré lag roerloos op het asfalt. Ploegleider Noël Foré was er als eerste bij. 'De meeste renners hoopten nog even dat hij alleen maar bewusteloos zou zijn, maar ik zag dat hij dood was.'

Monseré's lichaam werd opgebaard in het stadhuis van Roeselare en de zaterdag erop kwamen dertigduizend belangstellenden hem ter aarde bestellen. Zijn kist werd gedragen door ploeggenoten, onder wie De Vlaeminck en Zoetemelk.

Vijf jaar later kon de weduwe Monseré weer naar het kerkhof. Zoon Giovanni had van peetvader Freddy Maertens een racefietsje gekregen en ging daarmee enthousiast de weg op toen oom Freddy een etappe in de Tour won. Een automobilist kon hem niet ontwijken. Giovanni Monseré was op slag dood.

Bart Jungmann

Meer over