Vlak voor je voeten ligt het toeval Nederlands Dans Theater viert 65ste verjaardag Hans van Manen

De nieuwe Hans van Manen heet 'Three Pieces for HET'. HET? Voordat zijn eerste choreografie in tien jaar bij Het Nationale Ballet in première gaat, viert het Nederlands Dans Theater de 65ste verjaardag van de choreograaf met een galavoorstelling....

Een kaakontsteking zadelde Hans van Manen op met een abces zo groot als een sinaasappel. Een kleine week heeft hij niet kunnen werken. Voor iemand die een minuut dans per dag als rekeneenheid hanteert, is dat rampzalig.

Maar deze week is het leed geleden. De deur van dansstudio twee in het Amsterdamse muziektheater staat weer gewoon open: Van Manen heeft graag pottenkijkers. Dansers druppelen binnen om naar zijn gezondheid te informeren, en om te zien hoe het gaat. Om aanwezig te zijn bij dat fascinerende proces waarin seconde na seconde van de muziek wordt ingevuld.

Op maandagochtend zijn choreograaf en dansers aangeland bij het einde van het tweede deel. Op een merkwaardig contrastrijke compositie van Erkki-Sven Tüür, een jonge Est, moet een pas de deux gestalte krijgen. Het tempo is zo halsbrekend hoog dat vaak eerst gegokt wordt naar het juiste aantal passen.

Soms doen de dansers, Sofiane Sylve en Gaël Lambiotte, een suggestie: hier een tussentrippel, daar een stap die net geen sprong wordt. Maar elke draai, elke snelle combinatie van passen wordt door Van Manen zelf beproefd. Hij wil aan den lijve ervaren hoe het voelt: is het gemakkelijk om van hieruit in een draai te komen, zorgen de armen hier wel voor evenwicht. Het lastige ritme stoort hem niet; zijn lichaam heeft kennelijk niet eens het vermogen om de maat kwijt te raken. Zo wordt stap voor stap de dans op de muziek veroverd.

Goed gewerkt, schattebouten, zegt de maestro na afloop en klapt in de handen. Buiten de studio moppert hij even: nog steeds geen eigen kleedkamer hier, kun jij dat nou begrijpen? In een hoekje van de gang verwisselt hij z'n bezwete kleren voor schone. Maar afgezien daarvan geen wanklank die verwijst naar de onenigheid die hem er toe bracht in 1987 naar het Nederlands Dans Theater te verhuizen. Hans van Manen is blij dat hij terug is bij Het Nationale Ballet. Voor even.

0V ROEGER ZAT ik als de penseur van Rodin in m'n stoel en draaide de hele dag muziek. Totdat ik helemaal geen beweging meer zag. Terwijl ik juist heel goed in gedachten een beweging kan zien. Nu luister ik elke dag één keer. Dan heb ik een soort tekst in m'n hoofd, zou je kunnen zeggen. Maar er zijn ook dagen dat ik denk: nee, geen muziek. Ik kan ontzettend lui worden.

Ik weet tevoren wat ik wil met een ballet, maar nog beter wat ik niet wil: of er veel of weinig mensen zullen meedoen, of het om snelheid gaat, om veel partnering, of iets met solo's achter elkaar. Daar zoek je muziek bij. Een hels werk.

Al vroeg stond voor mij vast dat het stuk moest eindigen met Psalom van Arvo Pärt, fantastische muziek die je enorme ruimte geeft om te dansen. Hij laat stilten vallen op een definitieve manier. Daar zet ik een pas de deux op, wat ongebruikelijk is voor het einde van een ballet. Ik wilde dat het stuk wegsterft.

Aan het begin wilde ik een adagio voor de hele groep. Dan zoek je naar een doorgaande beweging, die op een natuurlijke manier in je lijf gaat zitten. Ik geloof dat ik die wel gevonden heb. De Berceuse élégiaque van Busoni had ik in 1990 al eens voor Two gebruikt. Maar ach, Balanchine gebruikte ook wel eens twee keer dezelfde muziek. En mijn geheugen werkt zo dat ik die passen van Two alweer vergeten ben. Die zitten me niet in de weg.

De snelle muziek voor het middendeel heb ik gewoon bij muziekwinkel Groen in de Ferdinand Bolstraat gevonden. Ik vroeg om korte stukjes orkest van twintigste-eeuwse muziek. Dan brengen ze wat. Ik heb voor duizend gulden cd's mee naar huis genomen en daar zat deze Tüür tussen.

Het is me alleen met Grosse Fuge en Adagio Hammerklavier overkomen dat ik tevoren de muziek paraat had. Dat zoeken vind ik dus een ramp. Soms komt het toeval me te hulp. Dan zit ik 's morgens in bad en hoor op dat vreselijke Classic FM ineens een adagio van Mozart dat precies aansluit bij de Circus Polka van Stravinsky die ik al had gekozen. Vanaf dat moment wordt er niet meer gewassen, ik denk alleen nog: oh god, laat het niet ophouden. Goddank, het duurt langer dan vijf minuten, het heeft de lengte! Zo simpel is het soms.

Diezelfde avond draaide m'n vriend muziek waarvan hij weet dat ik die leuk vind. Daar zat The Old Man and Me van J.J. Cale bij. Zo sentimenteel, ik dacht ineens: dat is hem! Hoe lang duurt het? Tweeënhalve minuut? Dan doe ik het twee keer. Gérard Lemaitre zou dat ballet dansen. Ik heb de volgende dag meteen tegen hem gezegd: Gérard, ik heb de titel: The Old Man and Me. Iedereen zal nu denken dat dat met jou te maken heeft, maar het is zó'n mooie titel. Hij was meteen akkoord.

Als het toeval nooit in het geding was, zou er geen kunst bestaan. Je moet niet alleen in de verte kijken, maar oog hebben voor wat voor je voeten ligt. Wist ik hoe dat precies werkt, dan schreef ik een handleiding.

Ieder mens heeft het recht zich te vergissen, heeft Benno Premsela me eens verteld. Dat heeft me geholpen m'n angsten te overwinnen. Ik gruw van de eerste repetitiedag. De dansers kennen je, maar dan zijn we vreemden voor elkaar. Die dag sta ik altijd veel te vroeg op. Al val je van de trap, al gooi je je voor een auto; er mankeert je niks, je moet naar die schouwburg, daar helpt geen moedertje lief aan. Daar wacht de cast die je hebt gekozen. Maar er zijn ook mensen die je niet koos. Die zijn lief en aardig tegen je als je hen in de gang tegenkomt. Maar intussen.

Die twee dansers die je vanmorgen aan het werk zag zal ik na vandaag niet iets pas de deux-achtigs laten doen. Ik zal ze elkaar zelfs niet laten aanraken. Ze staan tegenover elkaar, dan - pats - maken ze tegelijk een sprongetje opzij, een Spaans sprongetje. Hoe hun verhouding zich vervolgens ontwikkelt, moet nog blijken. Zo dwing je jezelf met de rug tegen de muur. Doe je dat niet, dan wordt het niet meer dan pasjes maken: decoratie. Wat je maakt moet controleerbaar zijn: zo en niet anders is het goed.

Natuurlijk ga je als toeschouwer op zo'n duet toch relaties projecteren. Dat vind ik prima. Je kijkt naar mensen die een choreografie uitvoeren, en niet naar een choreografie die door mensen gedaan wordt. Daar vind ik ook geen moer aan. Maar daarom hoeft dans nog niet anekdotisch te zijn. Het gaat er om hoe het onvermijdelijke zich op een interessante manier voltrekt. Het is als met die twee studenten en een emmer vol kots. Wil je een slokje, zegt de een. Ja, dat wil ik wel, zegt de ander. Wat doe je nu, je drinkt het helemaal op, zegt de een dan. Zegt de ander: dat komt omdat het allemaal aan elkaar vastzit.

Vreselijk mopje, maar zo kan in een choreografie ook alles aan elkaar vastzitten. Er moet dynamiek zijn, geen gemakzucht.

Het is de functie van kunst om je iets onuitlegbaars, eh eh, te laten voelen als iets, eh eh - nou had ik net dat mooie woord ervoor - als iets logisch. Ik bedoel: het onbegrijpelijke moet als onontkoombaar overkomen. Bij mij gaat het daarbij altijd over danskunst en over niets anders. Ik haat dans die het woord wil imiteren, die literair wordt. De gedachte dat iets mooi zou zijn omdat er een vlag op staat, of omdat het programmaboek vermeldt hoeveel slachtoffers er in Hiroshima vielen, vind ik verwerpelijk. Bah, manipulatie. Dan zou ik wel een bom in de schouwburg willen gooien. Danskunst gaat over beweging. Gepsychologiseer is mij te onbewijsbaar.

Ik bedoel met dans hetzelfde als wat de muziek wil zeggen. Dat adagio van Busoni heeft een tristesse waar je niet omheen kunt. Dan moet in de choreografie ook iets van afscheid aanwezig zijn. Maar als ik aan het werk ben, heb ik geen stemmetje in m'n hoofd dat me eraan herinnert dat die muziek oorspronkelijk over de dood gaat. Choreograferen is eerder een kwestie van doen dan van denken.

Het stuk heet Three Pieces for HET. HET, zo heet Het Nationale Ballet in het buitenland. Ze kennen daar NDT en HET. Inderdaad, het is m'n eerste stuk voor HET in tien jaar. Ik kende Wayne Eagling van vroeger. Ik heb veel met hem bij het Royal Ballet gewerkt, waar hij in balletten van mij danste. Voor Four Schumann Pieces was ik zes weken in Londen. Ik was daar behoorlijk eenzaam, hij was de enige die me uitnodigde om te gaan eten.

Toen hij in Amsterdam directeur werd, heb ik meteen gezegd: lieve Wayne, wil je zo aardig zijn me niet om een ballet te vragen. Vijf jaar heeft hij dat volgehouden. Maar je kan niet nee-nee-nee blijven zeggen. Ik hoefde in deze periode niks voor het Danstheater te doen, dus het kwam goed uit. En ik werk liever in Amsterdam dan in het buitenland. Dan zit je maar in je hotelkamer met een walkman op je hoofd.

Het NDT is m'n thuis, dat is de groep waar ik het meest van hou. Maar ik ben gelukkig met de dansers bij het Nationale Ballet. Er wordt technisch beter gedanst dan ooit, in het klassieke repertoire, maar ook in Balanchine. Jammer alleen dat er zo weinig nieuw repertoire bijkomt.

Als dansers meer kunnen en sneller leren, is er ook meer tijd voor hun inbreng. Ik wil graag in discussie met de dansers: een discussie met lichamen, niet met woorden. Voor hun suggesties sta ik open, dat heb je vanmorgen gezien. Even stelen, zeg ik dan.

Stelen vind ik leuker dan zeggen: hij inspireert me. Dan hoor je het in de kerk galmen. Het is zoals in dat stuk van Pina Bausch wordt gezegd: üben, üben, üben.

Jiri Kylian en ik vinden het heerlijk om naast elkaar te werken. Mensen zeggen dat we elkaar beïnvloeden. Ik heb hem wel eens bij een repetitie gehaald en gezegd: kijk, ik heb wat van je gestolen. Hij zei: Dat? Ik zie er niks van mezelf in! Dan had ik dansers op een rij staan, waardoor zich iets ontwikkelde en afwikkelde. Ik verbeeldde me dat ik dat bij hem gezien had. Welk stuk, vroeg hij. Dat wist ik niet. Nou, ik ook niet, zei Jiri.

Zijn L'enfant et les sortilèges is het beste naoorlogse avondvullende ballet dat ik ken. Ik vind het prachtig hoe hij dat verhaal vertelt, zonder in anekdotiek te vervallen. Voor mij zou dat ondenkbaar zijn. Ik ben een triple bill-choreograaf, drie stukken in één programma. Voor een avondvullend ballet heb je een verhaal nodig. Dan moet je pantomimiseren, gekke bekken trekken. Ik krijg dat niet uit m'n lijf.

Dit nieuwe stuk duurt negentien of twintig minuten. Woensdag of hooguit donderdag ben ik met deze pas de deux klaar. Daarna komt de pas de deux op Pärt, maar dat is een kalme zee. Met zo'n traag deel kun je meer dan een minuut per dag maken, dat komt wel goed. Het klinkt misschien als een lullige manier van werken, maar het is heel doelgericht.

Als ik vroeger zag wat een aandacht dode kunstenaars kregen, dacht ik wel eens: jammer dat het je niet overkwam toen je nog leefde. Maar nu mijn eigen leven door Eva van Schaik te boek is gesteld moet ik zeggen: het doet me niets. Ik was er niet mee bezig toen het geschreven werd, en ook niet nu het af is. Al besef ik dat zo'n boek een reuze eer is. M'n vrienden hebben natuurlijk gevraagd wat ik er van vind. Maar ze zijn er al snel over opgehouden. Dat ik zo weinig over dat boek te melden heb, is misschien ook om mezelf te beschermen.

Over Picasso zijn wel vijfhonderd biografieën, en die geven allemaal een ander perspectief. Dit is mijn boek niet. Ik heb de drukproeven bekeken op namen en feiten. Autoriseren, ach kom op, dat is zo oninteressant om te doen. En dan, wat weet ze nou eigenlijk van me. Dit boek is pas het begin. Want toevallig ben ik wel homoseksueel. Nou, wat er op dat vlak is gebeurd in vijftig jaar, daarover staat er niks in.

Zo'n boek lijkt ook een afsluiting. Daar is geen spráke van. Ik ben nu bijna 65 jaar en ben van plan nog lang door te gaan. Als ik stop zou ik dit huis moeten verkopen, echt waar. Ik heb geen cent schuld, maar dan kan ik de belasting, gas, water, licht en dergelijke niet meer betalen. En ergens vind ik het lekker te weten dat dat werken nodig is. Ik vraag me wel eens af of ik dans zou blijven maken als ik schatrijk was. Misschien deed ik het dan uit jaloezie. Maar ja, ik ben jaloers op niemand.'

Een flink gezelschap verzamelt zich dinsdagmiddag in studio twee voor een doorloop van de eerste twee delen. Het adagio is prachtig transparant. Zes vrouwen worden gepartnerd door twee mannen die soms in een net wat andere versnelling lijken te staan. Aan het eind trippelt, als een voorafschaduwing van wat komen gaat, Sofiane Sylve even door het beeld. Een teken voor de anderen om te verdwijnen, de een na de ander.

De kostuumontwerper, de man van het balletorkest, de voorstellingsleider, de dansers - allemaal willen ze weten hoe Hans het die ochtend heeft gehad. Hoe was het om samen met Harry Mulisch, Willem Nijholt en Rudi Fuchs gezelschapsheer te zijn van Hillary Clinton en Riet Kok bij hun bezoek aan Amsterdam?

Hans van Manen bekent dat hij als de dood was dat ze bij het Anne Frankhuis zouden vragen hoe vaak hij daar nu was geweest. Nooit, had hij dan moeten antwoorden.

'Maar ik zou dat meteen toegeven. Niets is gemakkelijker dan nooit te liegen. Anders heb je zo ontzettend veel te onthouden. Met de waarheid kan je je kop stoten, maar niet door de mand vallen. In m'n werk geldt hetzelfde. Het mag mislukken, maar het mag niet slecht worden. Van iets wat slecht is kun je niks leren, zelfs niet wat er aan schort. Proberen te achterhalen hoe het wél moet, dat is de enige methode.'

Galavoorstelling Nederlands Dans Theater: Kleines Requiem, Solo en The Old Man and Me van Hans van Manen. Lucent Danstheater Den Haag, 11 juni.

Het Nationale Ballet: Three pieces for HET van Van Manen, Etudes van Harald Lander en Voor, tijdens en na het feest van Toer van Schayk. Muziektheater Amsterdam, 14, 16, 18, 19 en 21 juni.

Meer over