Visumplicht mag komst Bosniërs nu niet verhinderen

DE beelden die deze zomer uit Bosnië-Herzegowina komen, roepen net als in 1992 gevoelens op van onbegrip en machteloosheid. De werkelijke situatie is echter fundamenteel verschillend, vooral voor de vluchtelingen die aan de zorg van de Verenigde Naties zijn toevertrouwd....

Tijdens de eerste uitbarstingen van geweld in de zomer van 1992 konden de inwoners van het voormalige Joegoslavië zonder formele problemen naar andere landen vluchten. Hoewel grote aantallen slachtoffers een toevlucht binnen de grenzen van het voormalig Joegoslavië zochten (700 duizend in Kroatië), vonden anderen in het buitenland bescherming.

In naburige landen zoals Hongarije en Oostenrijk, verbleven tijdens het dieptepunt van de oorlog meer dan 30 duizend, respectievelijk 60 duizend vluchtelingen. Zwitserland en Zweden ontvingen 80 duizend en 70 duizend vluchtelingen. Duitsland leverde verreweg de grootste bijdrage met meer dan 300 duizend vluchtelingen, en Nederland bood onderdak aan ruim 15 duizend refugiés.

De twee belangrijkste factoren die het klimaat voor de opvang van vluchtelingen in Europa wezenlijk veranderden, zijn de invoering van een visumplicht door de lidstaten van de Europese Unie, en de ontwikkeling van het concept van de 'veilige derde landen'.

In de herfst van 1992 zijn de landen van West-Europa geleidelijk visumverplichtingen gaan invoeren voor de inwoners van het voormalige Joegoslavië. Nu geldt in alle EU-lidstaten een visumplicht voor vluchtelingen uit dit gebied, terwijl de mogelijkheden om in Bosnië een visum te verkrijgen minimaal zijn.

De tweede factor die een uitreis van vluchtelingen uit Bosnië bemoeilijkt, ligt in het concept van de veilige derde landen. De EU-lidstaten hebben het asielbeleid zo ingericht, dat vluchtelingen die via een zogenaamd veilig derde land naar een lidstaat van de Europese Unie zijn gekomen, zonder nader onderzoek naar dat veilige derde land kunnen worden teruggestuurd.

Deze wetgeving betekent voor de Bosnische vluchtelingen dat zij voor hun asielverzoek kunnen worden verwezen naar de directe buurlanden. Als reactie daarop besloten Kroatië en andere omringende landen alleen nog vluchtelingen toe te laten die al beschikken over een visum voor een ander land.

Volgens de letter van de huidige wetten kunnen slachtoffers van het geweld Bosnië dus niet ontvluchten. Dat zij in de praktijk hun toevlucht nemen tot illegale grensoverschrijding, valse papieren en smokkelroutes bewijst eens te meer dat het leven sterker is dan de leer. In de periode van juli 1994 tot en met mei 1995 kwamen op deze manier 6.373 Bosnische asielzoekers Nederland binnen.

Het falen van de politiek van de veilige havens in Bosnië roept tegen deze achtergrond klemmende vragen op. Als blijkt dat de internationale gemeenschap en de EU-lidstaten in het bijzonder, inderdaad niet in staat zijn de veiligheid van grote delen van de Bosnische burgerbevolking op het eigen grondgebied te garanderen - hoe moeten die mensen dàn bescherming vinden?

Getuigt het dan niet van een te groot cynisme om te volstaan met de vaststelling dat de formele mogelijkheden om Bosnië te verlaten zijn afgesloten, en dat de hulpverlening dus louter op het eigen grondgebied zal plaatsvinden? Het is uiteraard evident dat die hulp ter plaatse zo snel en goed mogelijk moet worden gegeven. Maar het is van het grootste belang dat die eerste hulp wordt geplaatst in het perspectief van duurzame oplossingen voor de vluchtelingen in de Europese regio.

De Europese Unie heeft zichzelf tijdens de Top in Cannes gelukkig al wel een middel verschaft om daar een eerste aanzet voor te geven. Er is namelijk een resolutie aangenomen over de verdeling van de lasten die voortvloeien uit de opvang van grote aantallen ontheemden en vluchtelingen.

EEN drietal stappen ligt voor de hand. In de eerste plaats moet met het VN-vluchtelingenbureau worden nagedacht over de vraag of de huidige strategie nog uitvoerbaar is. Daarnaast dient zo spoedig mogelijk contact met de Kroatische autoriteiten te worden opgenomen ten einde hen ertoe te bewegen de grens te heropenen voor vluchtelingen. Alleen op die manier kan worden voorkomen dat zich straks aan de Kroatische grens grote aantallen vluchtelingen zullen ophopen.

Als derde stap kunnen Bosnische vluchtelingen die daar geldige redenen voor hebben, zoals genoemd in de EU-resolutie, toestemming worden gegeven te vertrekken naar een EU-lidstaat. Minister Pronk gaf al een goed voorbeeld door de groep gewonden uit Srebrenica verzorging in Nederlandse ziekenhuizen aan te bieden. Een Deense hulpverleningsorganisatie heeft in Kroatië al ervaring met een dergelijk selectief uitnodigingsbeleid opgedaan die de andere EU-lidstaten nu van pas kan komen.

De ministers van Buitenlandse Zaken behoren deze initiatieven aan te vullen met diplomatieke démarches ten behoeve van de mannen die nu in het voetbalstadion van Bratunac en op andere plaatsen gevangen worden gehouden.

Zoals de democratische wereld in 1973 in actie kwam om de politieke opponenten van generaal Pinochet levend uit de martelkamers te krijgen, zo moeten de ministers van Buitenlandse Zaken nu ook dadelijk, al dan niet via de eigen EU-bemiddelaar, het aanbod doen om de gevangenen in Europa op te vangen.

Jaap Hoeksma

De auteur is vice-voorzitter van VluchtelingenWerk.

Meer over