Vissen

Het is heerlijk om tot een minderheid te behoren, maar je moet niet gedemoniseerd worden...

Ik las gisteren in de krant dat maar liefst driekwart van de Nederlanders de hengelsport afkeurt. Driekwart van de Nederlanders heeft waarschijnlijk nog nooit een vis van dichtbij gezien. Karpers, bijvoorbeeld, zijn niet te harden zo lelijk. Toch vindt men het geen sympathieke, educatieve en verantwoorde bezigheid. Ik ben meteen naar Friesland gereden om te gaan vissen.

Veel gevangen ook.

De cijfers zijn uiteraard het resultaat van Nipo-onderzoek. Wordt u ook nooit door het Nipo om uw mening gevraagd? Maar wie dan wel?

Overigens: ik ken ook niemand met een kastje van de kijk- en luisterdienst aan zijn televisie gekoppeld om te registreren waar hij naar kijkt, en ik heb ook nog nooit iemand ontmoet die door Maurice de Hond was geënquêteerd. Wel ken ik mensen die door Maurice van de regen in de economische drup zijn geholpen.

Maar goed, vissen.

Het onderzoek van het Nipo is gedaan in opdracht van de Stichting Vissenbescherming. Dat zou weleens een stichting in Wageningen kunnen zijn. Had Volkert niet ook iets met vissen?

Ja.

Aanvankelijk een fanatiek hengelaar, ging bij hem de knop om toen hij het op een dag zielig vond voor de wurmen. Vanaf dat moment werd Volkert een steeds fanatieker mannetje. Als hij nooit een wurm aan een haak had hoeven doen, had Pim Fortuyn nog geleefd, als Volkert op brood of kunstaas was overgestapt, had de wereld er heel anders uitgezien, ik bedoel maar - geluk zit soms in een klein hoekje.

Of niet.

Wij hengelaars weten daar alles van. Wij vangen de hele dag niets, tot opeens, als we de boel al aan het inpakken zijn, een grote vis toehapt. Het mag ook een kleintje zijn, want aan het einde van een vangstloze dag zijn we behoorlijk wanhopig. En dan heb ik het nog niet eens over karpervissers die een heel weekend in een tentje bij een stapel elektronische hulpmiddelen zitten te wachten tot buiten hun hengels beet hebben.

Los van geluk (een sympathieke eigenschap) is hengelen een kwestie van geduld en wachten. Ik ervaar dat persoonlijk als leerzaam, maar ik kan me voorstellen dat anderen liever gaan straatracen.

Gisteren heb ik weer behoorlijk gewacht.

Het mooiste wachten speelde zich zo rond een uur of vier af. Het weer sloeg toen om, in Friesland althans, en dat gebeurde langzaam. Eerst werd het zwaar, toen grijs en tenslotte draaide de wind. Het kon nu weleens gaan regenen.

Maar de regen kwam niet, in plaats daarvan begon het steeds harder te waaien. Het water veranderde van gemoedelijk kabbelend in woest golvend en het riet zwiepte heen en weer. De zon wist zich af en toe toch nog door de bewolking te wurmen.

Ach, de elementen.

Minder mooi was het dat Italië werd uitgeschakeld door Korea. Ook een voorbeeld van wat ik bedoel. Al het goede gaat verloren, niets is wat het was.

Meer over