Vissen naar de Nijl

Promotieonderzoek beslaat vele jaren met talloze hoogte- en dieptepunten. Miguel John Versluys zwierf rond de Middellandse Zee om te kijken waarom deftige oude Romeinen afbeeldingen van Egypte wilden....

ZELFS uit een van de best bestudeerde antieke steden - de verwoeste plaats Pompeï - wist Miguel John Versluys nog een aantal nieuwe zaken te destilleren. Voor zijn studie naar het voorkomen van afbeeldingen van de Egyptische Nijl in het Romeinse cultuurgoed was de 29-jarige archeoloog op zoek naar muurschilderingen, mozaïeken en sculpturen van Nijlscènes. Volgende week donderdag promoveert hij aan de Universiteit Leiden op de mogelijke betekenis van zulke Nijlscènes en andere 'Egyptiaca' voor de Romeinen.

Het thema van Versluys' studie kwam voort uit de promotie van zijn leermeester. Deze onderzocht een bijzonder fraai, groot en bekend monument, het Nijlmozaïek van Palestrina. Dit mozaïek uit één eeuw voor Christus, dat in de zestiende en zeventiende eeuw werd gevonden, was lange tijd de meest gedetailleerde afbeelding van het oude Egypte. Op zo'n 25 vierkante meter toont het de overstroming van de Nijl, van Nubië tot Alexandrië. Voor zijn afstudeerscriptie inventariseerde Versluys bestaande Nijlscènes.

'In de literatuur ben ik op zoek gegaan naar afbeeldingen en sculpturen die vergelijkbaar zijn met het Nijlmozaïek van Palestrina. Uiteindelijk heb ik er 120 gevonden die in de periode van honderd vóór tot zeshonderd jaar na Christus zijn gemaakt. Maar geen enkele was zo groots als die van Palestrina. Gelukkig zijn heel veel collecties goed beschreven. Vooral door de traditionele Duitse archeologen. Het Duits Archeologisch Instituut in Rome is voor ons de hemel. Dat heeft sinds 1850 alle archeologische boeken gekocht en deels ontsloten met de computer.'

Dus typte Versluys driftig trefwoorden als dwerg, lotus, krokodil, nijlpaard en 'nilotisch' (op de Nijl betrekking hebbend) in in de zoeksystemen. Hij zag dat de vroege taferelen van de Nijl zich kenmerken door gedetailleerde en waarheidsgetrouwe afbeeldingen, terwijl latere Nijlscènes de Egyptenaren afbeelden als dwergen en karikaturen die vaak in hilarische situaties waren verwikkeld met krokodillen, nijlpaarden en ibissen. Ook de vaak afgebeelde lotusbloem verwijst naar de Nijl.

'De scènes waarop de Nijl vaak buiten haar oevers is getreden, waren voor de Romeinen een symbool van vruchtbaarheid, van overvloed. Ook de afgebeelde dwergen zijn een symbool van vruchtbaarheid, van potentie', zegt Versluys. 'De traditionele opvatting is dat Romeinen die zulke afbeeldingen in hun huis hadden, ook verwantschap voelden met de Egyptische goden, zoals Isis.'

Om iets over een mogelijke betekenis van Nijlscènes voor de voormalige Romeinse eigenaars te weten te komen, wilde Versluys zoveel mogelijk van die scènes zelf zien. Ongeveer de helft daarvan is in Rome en Pompeï, de rest in Noord-Afrika, het Midden-Oosten, Spanje en Frankrijk.

'Je moet de taferelen echt in hun context zien. Vaak zijn de tableaus ooit uitgehakt en in een museum terechtgekomen. Maar als je ze zelf ziet in het huis waar ze vandaan komen, ontdek je elders misschien ook vruchtbaarheidssymbolen, dwergen of religieuze afbeeldingen. Ook kun je zien waar in huis de Nijlscènes zich bevinden.' Dat bleek vooral in privatere ruimten te zijn, zoals de familiekamers. Of in de tuin, die ook als intiemere plaats gold.

Dus doolde Versluys door de geruïneerde huizen van Pompeï, die enkele uren voor hem werden opengesteld. In de kelders van het Louvre zag hij niet tentoongestelde Nijlscènes en ook mocht hij de opslagplaatsen in van het archeologisch museum in Tunis. Versluys: 'De conservator van dat museum vond mijn belangstelling voor z'n collectie geweldig. Hij hielp me zoeken tussen stapels kunstvoorwerpen die jaren niet waren aangeraakt.' Versluys trok maanden door Europa en Noord-Afrika en verbleef ook een half jaar in Rome.

Versluys voelt zich op de grens van de oude en nieuwe tradities in zijn vak. Hij is geen inventariseerder, zoals sommigen van zijn meer klassieke collega's, maar hij is ook wars van de snelle, gelikte interpretaties die opgeld doen in de Angelsaksische stroming. 'Als je maar weinig materiaal hebt, is de kans op hineinterpretieren dan groot. Daarom moet je zoveel mogelijk materiaal verzamelen en dat goed leren kennen.'

Diverse hypothesen over Nijlscènes passeerden de revue. Maar geregeld liet Versluys zich, zoals hij het noemt 'terugfluiten door het materiaal'. 'Mijn grootste les van de afgelopen vier jaar is het vinden van een balans tussen zo spannend mogelijk interpreteren aan de hand van sociologische en filosofische theorieën en de noodzakelijke beperkingen die je door je materiaal worden opgelegd.'

Versluys komt tot vier mogelijke betekenissen. En alle even waar. De eerste is pure decoratie: een Nijlscène als achtergrond voor echt water. 'Zoals wij de tegeltjes voor de badkamer uitzoeken, vroegen plaatselijke kunstenaars met Nijlscènes in hun repertoire: wilt u bij uw fontein iets met vissen of met nijlpaarden?' Ook een relatie met de persoonlijke context van de eigenaar is mogelijk. Deze zou ooit zelf in Egypte geweest kunnen zijn of de isiscultuur aanhangen. Versluys vond daarvoor in slechts twee huizen aanwijzingen. Waarschijnlijker acht hij daarom een sociale context. Daarin symboliseren Nijlscènes overvloed, net als afbeeldingen van Dionysus, de God van de wijn.

Nijlscènes droegen wellicht ook bij aan de koloniale superioriteit van de Romeinen en plaatsen hen in het centrum van de wereld en beschaving. Versluys: 'Ze tonen het beeld dat de Romeinen hadden van ''de exotische ander'', van de Egyptenaren. Als karikaturen en dwergen. Met úitstekende billen en grote penissen. Deze weergave begon direct nadat Egypte, rond 30 voor Christus, door Rome was ingelijfd. Ze komt overeen met hoe Europeanen bijvoorbeeld indianen of Indonesiërs afbeeldden. Met een nadrukkelijk dualisme: gekleed-naakt, beschaafd-wild, goed-kwaad.'

Nu is Versluys wijnhandelaar, wachtend op honorering van een onderzoeks aanvraag. 'Het is lastig dat ik mijn eigen onderzoek op gang moest houden. Zelf zorgen voor reisgeld, lezingen en publicaties om kans op vervolgonderzoek te vergroten. Feitelijk moet je halverwege je promotie al bezig zijn met je toekomst.'

Meer over