analyse

Viktor Orbán staat er op het wereldtoneel steeds meer alleen voor

In Hongarije zit Viktor Orbán weliswaar stevig in het zadel, internationaal staat hij er meer dan ooit alleen voor. Politieke bondgenoten over de grens raakt hij een voor een kwijt. Dat is vooral te danken aan zijn houding in de Oekraïne-oorlog.

Arnout le Clercq
De Hongaarse premier Viktor Orbán. Beeld Reuters
De Hongaarse premier Viktor Orbán.Beeld Reuters

In de straten van Boedapest is sinds een paar dagen een opmerkelijke campagne te zien. Op grote posters met de tekst #StopRussiaNow is links een foto uit Amsterdam te zien: een vrolijke fietser met blije hond op een brug. Rechts een foto uit Boetsja: een hond kijkt weg terwijl hulpverleners een lijkzak dichtritsen. ‘Hond uitlaten?’ staat er in het Hongaars bij. Getekend, Polen.

Het land gaat met deze boodschap in heel Europa de boer op om mensen met de neus op de feiten te drukken en voor hardere sancties te pleiten. Tegelijkertijd kondigt Hongarije aan een embargo op Russische olie in geen geval te zullen steunen, als reactie op het volgende sanctiepakket dat in Brussel wordt besproken.

Het is treffend voor de scheiding der geesten die zich in Centraal-Europa lijkt te voltrekken sinds de Russische invasie, en daarmee ook voor de politieke isolatie van de Hongaarse premier Orbán. Waar veel landen in Centraal- en Oost-Europa juist een voortrekkersrol hebben bij hulp aan Oekraïne en sancties tegen Rusland (Polen en de Baltische landen voorop), stelt Orbán zich allesbehalve medewerkend op.

Wapenleveranties mogen niet over Hongarije vliegen, sancties die de levering van gas en olie aan Hongarije in gevaar brengen, zijn voor Boedapest een rode lijn, Russische oorlogsmisdaden worden slechts mondjesmaat veroordeeld. ‘Voor zijn buren in Centraal-Europa en de EU als geheel, verliest Hongarije zijn geloofwaardigheid als lid van de Europese gemeenschap’, schrijft de Poolse politiek analist Veronika Jóźwiak in een opiniestuk in The Financial Times.

Scheurtjes

Er ontstaan al weken scheurtjes in de relatie met Polen, jarenlang Orbáns belangrijkste bondgenoot bij conflicten met de Europese Commissie. Jarosław Kaczyński, de machtigste politicus in Polen, uitte begin april openlijk felle kritiek op Orbán en stelde dat ‘we niet kunnen samenwerken zoals eerst als dit zo doorgaat’. En hoewel Orbán blijft hameren op het belang van de relatie met Polen, bracht hij zijn eerste staatsbezoek na de verkiezingen aan de Paus in plaats van traditioneel aan Warschau.

Naast Polen voelen Tsjechië en Slowakije, die samen met Hongarije in de zogeheten Visegradgroep zitten, ook steeds minder voor samenwerking met Orbán. Dat proces is al langer gaande, maar gaat sinds de oorlog met een sneltreinvaart. Andere bondgenoten lukte het afgelopen maand simpelweg niet om verkiezingen te winnen. De Sloveense premier Janez Jansa, die afgelopen jaren Orbáns politiek nabootste, incasseerde een gevoelige nederlaag. En Marine Le Pen, die net als Orbán dicht bij Rusland staat, slaagde er niet in om in de tweede ronde de Franse presidentsverkiezingen te winnen.

Of de Poolse regering Orbán werkelijk in de kou laat staan als het erop aankomt, moet nog blijken. Hoewel ze sterk van mening verschillen over Rusland en het belang van de Navo, voeren beide landen een gelijksoortige strijd met de Europese Commissie. De voortvarende houding van Polen in de Oekraïne-oorlog heeft zorgen over de rechtsstaat bij de Commissie niet weggenomen. Of de relatie tussen Hongarije en Polen verder verslechtert, zal afhangen van Orbáns houding in de komende periode. Die voorspelt tot nu toe weinig goeds. Bij zijn eigen overwinningsspeech in april pochte Orbán nog dat zijn manier van politiek bedrijven de toekomst is van Europa. Maar in werkelijkheid zit hij aan een illiberaal diner waar de gasten een voor een van tafel gaan.

Meer over