VIJFTIEN MINUTEN SIDDEREN BIJ CHARLES AZNAVOUR

David Brun-Lambert maakt zich niet graag moe. Zijn biografie over Nina Simone staat vol ruis en fouten. Uiteindelijk is het toch weer de muziek die recht moet doen aan deze verscheurde vrouw....

Over de zangeres en pianiste Nina Simone (1933-2003) is een prachtig boek te schrijven. Een biografie die recht doet aan haar leven vol tegenstrijdigheden: een hoog begaafde vrouw en een onmogelijk mens, hartstochtelijk en geneigd tot kille berekening, succesvol en diep ongelukkig, een klassiek geschoolde muzikante die neerkeek op de pop waar ze hits mee had, en op het publiek dat die rommel slikte. Zo’n boek is dit helaas niet geworden.

Dat heeft meerdere oorzaken. Ten eerste is er de stijl van David Brun-Lambert, een combinatie van roddelbladentaal en de dreunende, pathetische beeldspraak waar Franse journalisten vaak zo dol op zijn. Ook de vertaling is om te huilen, met als grootste blunder het overnemen van de term ‘variété’: in het Frans betekent dat ‘lichte muziek’, het heeft niets met Snip en Snap te maken.

Veel erger is echter dat Brun-Lambert zich wat betreft de research over Eunice Waymon uit Tryon, North Carolina, bepaald niet moe heeft gemaakt. Hij put vooral uit haar autobiografie I Put A Spell On You en Break Down And Let It All Out van haar Engelse fans Sylvia Hampton en David Nathan. Als hij zelf op pad gaat, bijvoorbeeld naar het huis in Mount Vernon waar Simone jaren woonde, maakt hij daar niets mee, en vertelt hij er toch over. Ook over de vijftien minuten die hij sidderend van ontzag doorbrengt bij Charles Aznavour, van wie Simone ooit twee liedjes opnam. Haar gitarist en goede vriend Al Schackman wilde alleen thuis en voor 500 dollar geïnterviewd worden, dus dat ging niet door. Dochter Lisa wilde niet praten (maar schreef vreemd genoeg wel het voorwoord). Het boek bevat foto’s van de artieste in Nederland, bijvoorbeeld met Boy Edgar, maar in de tekst is over die laatste niets terug te vinden, terwijl Simone’s bewonderaar Gerrit de Bruin er toch aan heeft meegewerkt.

Dat heeft als gevolg dat er naast dramatische passages – over haar verslavingen, gewelddadige driftaanvallen, romances met mannen en vrouwen, toenemende mentale problemen als gevolg van manische depressies – en informatieve gedeelten over haar fusie van klassiek, jazz en soul, de plaatopnames, de concerten, ook erg veel vulsel aan te treffen is. Simone was actief in de burgerrechtenbeweging, maar pagina’s lange referaten over Martin Luther King en Malcolm X waren echt niet nodig. Ook de geschiedenis van Liberia, waar ze een aantal jaren heeft gewoond, had achterwege kunnen blijven.

Die laksheid blijkt ook uit het overstelpende aantal fouten. Op één enkele pagina (92) lezen we dat Newport op New Island ligt en niet op Rhode Island, dat Max Roch daar optreedt, en dat Jimmy McHuc (bedoeld wordt McHugh) I Love You Porgy heeft geschreven, in plaats van George Gershwin.

Uiteindelijk is het toch weer de muziek zelf die recht moet doen aan deze bijzondere vrouw. Want als Simone op haar best was ging ze heel diep, en kon ze haar luisteraars betoveren. Dat blijkt uit de stukken op de meegeleverde cd Hidden Treasures, afkomstig uit een door Gerrit de Bruin beheerd archief van privé-opnamen, en nooit eerder uitgebracht. Vooral The Time Is Now en Jesus Paid It All zijn aangrijpend, en I’m Giving It Up is typerend voor haar verscheurdheid: midden in dit lied over wanhoop en levensmoeheid begint ze te babbelen met haar dan vierjarige dochtertje.

Meer over