VIJFTIEN MANUREN AAN HUISWERK

In Nederland sneuvelt het taboe op 'te vroeg leren'. Steeds meer kinderen gaan na schooltijd netwerken. 'Laat kinderen die het kunnen twee, drie talen erbij leren in plaats van hun tijd te verlummelen.' Hoe zit dat in de Verenigde Staten?...

BERT LANTING

EEN SEISMOGRAAF maken, ook al is het van een kartonnen doos, een plastic bekertje, een pen en een kassarol, is moeilijker dan je denkt. De hele zondagmiddag gaat op aan het vervloekte project, de bijdrage van Steven aan de Science Fair op zijn (lagere) school.

Steven is nog maar 7, dus moeten wij ouders een handje helpen bij het

in elkaar zetten van het primitieve ding dat na veel gepruts inderdaad een zig-zagstreepje voortbrengt, als je aan de doos schudt (de aardbeving). Vervolgens helpen we hem om in de interactieve encyclopedie informatie te vinden, en plaatjes om het geheel wat aantrekkelijk te maken.

Aan het eind van de middag hangt Steven voor de tv, terwijl wij zijn wetenschappelijke project afronden. Zijn zus Hester (9) zit al drie uur te ploeteren op een nieuw hoofdstuk voor de Maryland-map. Het moet een verkorte biografie worden van een beroemde Marylander: Francis Scott Key, de man die de tekst van het Amerikaanse volkslied heeft geschreven.

's Avonds doen we nog even snel het voeten-project dat Daniel (5) de volgende dag moet inleveren. De voetafdrukken van alle gezinsleden, door henzelf op originele wijze te versieren. Om halftien maken we de

balans op van ons weekeinde: vijftien manuren aan huiswerk, waarvan zeker de helft door de ouders.

De week erop zit Hester avond aan avond te prutsen aan een nieuw project. Ze moet een spel ontwerpen op basis van haar favoriete boek:

'From the Mixed-up Files of Mrs. Basil E. Frankweiler'. Ruim acht uur

gaat erin zitten en dat naast het dagelijkse pak huiswerk, waaraan ze

meestal een uur bezig is. Met de schooluren erbij geteld komt ze wel op een volwassen, veertig-urige werkweek.

Vergeleken bij haar Amerikaanse klasgenootjes heeft ze het nog heel rustig. Wendy, net 10, heeft een drukke werkweek die nauwelijks onderdoet voor het hectische juristen-bestaan van haar ouders. Na school moet ze de ene dag meteen door naar pianoles, de andere naar voetbal. De rest van de week wordt gevuld met basketbal en de girl scouts. Tussendoor speelt ze ook nog klarinet in de schoolband en natuurlijk moet er ook nog huiswerk worden gemaakt.

'Het is bijna niet bij te benen', erkent Lisa, haar moeder. Als Wendy

thuis komt, stuurt de oppas haar meteen door naar haar kamer om huiswerk te maken. Wat ze niet alleen aan kan, moet wachten tot na acht uur. Dan komen haar ouders pas thuis. Er zijn dagen dat er tot elf uur moet worden doorgewerkt om een verlaat project af te maken.

Iedereen is het erover eens dat de stapel huiswerk waarmee de Amerikaanse lagere-schoolkinderen dagelijks naar huis komen steeds hoger wordt. Volgens een studie van de Universiteit van Michigan besteedden kinderen uit de leeftijdsgroep van 6 tot 9 jaar in 1981 gemiddeld 44 minuten per week. In 1997 was dat twee volle uren per week geworden.

Voor kinderen van 9 tot 12 jaar is de wekelijkse werkdruk met ruim een uur toegenomen tot gemiddeld drieënhalf uur. In werkelijkheid wordt er, vooral in de welvarende suburbs, veel meer tijd aan huiswerk besteed.

Het weekblad Time haalde onlangs een boze vader uit Californië aan die de plaatselijke onderwijsautoriteiten voor de rechter wil slepen wegens de bergen huiswerk waarmee zijn kinderen dagelijks worden opgezadeld. Volgens hem komt het neer op een schending van zijn mensenrechten. 'Zij gijzelen ons met hun huiswerk. Ik ben 47 jaar, maar ik krijg door een stelletje 25-jarige onderwijzers voorgeschreven hoe ik mijn leven thuis moet inrichten', klaagde hij.

Ooit was er een tijd dat ook in de VS leerlingen op de lagere scholen

helemaal niet werden lastig gevallen met huiswerk. Dat was iets voor later, als ze naar de middelbare school gingen. Maar de Amerikaantjes

werden uit het paradijs verdreven door de knal van de lancering van de Spoetnik door de Sovjet-Unie. Opeens kregen hun ouders het akelige

gevoel dat de vijand achter het IJzeren Gordijn hen stiekem had ingehaald. Kortom, de jeugd moest aan de slag.

De flower power-beweging zorgde er eind jaren zestig, begin jaren zeventig voor dat de schoolkinderen weer meer tijd kregen om te spelen. Maar dat lange speelkwartier werd in 1983 bruusk verstoord door een rapport - 'A Nation at Risk' - waaruit bleek dat de Amerikaanse scholieren op allerlei terreinen achterliepen bij hun leeftijdsgenoten in andere westerse landen. Dat was voor de overheid het signaal dat er weer harder moest worden getrokken aan de Amerikaanse jeugd.

Heeft het echter wel zin kinderen van 6 tot 9 jaar zoveel huiswerk mee te geven? Over die vraag zijn onderwijsdeskundigen het niet eens.

Volgens professor Harris Cooper, die onderwijspsychologie doceert aan

de Universiteit van Missouri, blijkt uit tal van onderzoeken dat huiswerk op die leeftijd slechts een gering effect heeft op de prestaties.

Cooper: 'Ik zeg niet dat huiswerk slecht is, maar alleen als het met mate gegeven wordt. Anders heeft het juist een averechts effect. Het versterkt alleen maar de weerzin van kinderen tegen leren.'

Volgens Cooper begint de hoeveelheid huiswerk pas bij wat oudere kinderen - van (in Nederland) groep zes af - duidelijk tot verschillende prestaties te leiden.

Een andere onderwijsdeskundige, Lyn Corno van het Teachers College van Columbia University, noemt het een mythe dat huiswerk heel jonge schoolkinderen discipline en verantwoordelijkheidsgevoel bijbrengt. Volgens haar is het effect van huiswerk bij kinderen van die leeftijd

grotendeels afhankelijk van de situatie thuis.

Maar andere onderzoekers zijn het daar niet mee eens. Volgens professor Carol Huntsinger van het College of Lake County blijkt uit een vergelijking van blanke Amerikaanse kinderen en Amerikaantjes van

Chinese afkomst dat de laatsten ver voor liggen wat betreft rekenen en hun woordenschat. De belangrijkste verklaring is volgens haar dat er in Chinees-Amerikaanse gezinnen meer tijd aan huiswerk wordt besteed.

De nationale Parent-Teachers Association schrijft de volgende dosis huiswerk voor: tien minuten per dag voor kinderen van zes jaar en ieder jaar daarna tien minuten meer.

In de praktijk eisen de ouders, ondanks alle geklaag, echter vaak meer. Voor een deel willen ze dat uit vrees dat hun kinderen de eerste treden zullen mislopen van de steile ladder die naar de top-universiteiten van de VS voert.

Hoe ver de ambities gaan bleek bij de test waaraan alle 'fourth graders' (in Nederland: groep zes) in de staat New York onlangs onderworpen werden. Tal van ouders waren graag bereid honderden guldens uit te geven aan bijlessen om hun 10-jarige bijna-bollebozen klaar te laten stomen voor de gevreesde Test, waarvan in de praktijk niets afhangt.

Een verklaring voor de roep om Meer Huiswerk is ook het wantrouwen dat veel Amerikaanse ouders jegens de scholen koesteren. 'Je moet er de hele tijd met je neus bovenop zitten, anders leert je kind niet genoeg,', klaagt de arts Jeff Schuldenfrei.

Volgens hem wordt er te veel tijd aan allerlei projecten besteed en weinig tijd aan het simpele stampwerk, zoals de tafels. Dat moet dus thuis gebeuren.

Maar er speelt ook sociale competitie mee. Ouders scheppen graag op over de hoeveelheid huiswerk die hun kinderen van school meekrijgen. Als hun kind de stroom huiswerk niet meer aankan, lossen ze dat probleem op door zelf aan de slag te gaan.

Een moeder vertelt dat haar zoontje van 10 een briefje van school meekreeg met het verzoek het te melden als hij steevast meer dan een uur aan zijn huiswerk besteedde. Dan zou hij minder krijgen. 'Maar toen ik zei dat ik zijn juf zou vragen om hem inderdaad maar wat minder te geven, barstte hij in snikken uit. Dat mocht ik niet doen. Dan zou hij in zijn hemd staan tegenover zijn klasgenoten', vertelt ze.

Sindsdien doet ze wat de andere ouders ook doen: de tanden op elkaar zetten, erbij blijven zitten en - als het niet anders kan - meer dan een handje helpen.

In de praktijk komt het er inderdaad soms op neer dat niet de kennis van de kinderen, maar de bereidheid van de ouders om mee te helpen getest wordt.

'Ja, misschien gaat het soms wel erg ver', erkent een van de onderwijzeressen bij de Science Fair. De aula staat vol met pendulums, proefopstellingen met lampen en verwisselbare weerstanden en andere ingewikkelde objecten. Er is zelfs een kind dat met behulp van vloeibare stikstof ijs gemaakt heeft.

Het is duidelijk dat er hard aan gewerkt is, maar door wie? 'Natuurlijk hebben de ouders vaak een handje meegeholpen', geeft de onderwijzeres toe. 'Maar wat hindert dat? Het is toch alleen maar goed dat ouders en kinderen iets samen doen?'

Maar die luxe hebben lang niet alle kinderen. Deskundigen waarschuwen

dan ook dat een onbedoeld effect van het langzaam verschuiven van de last van school naar thuis is dat de toch al aanzienlijke verschillen

tussen de scholen in de VS nog eens worden versterkt.

Professor Cooper wijst erop dat kinderen in de arme wijken vaak helemaal geen huiswerk mee krijgen, omdat er thuis toch niemand is die hen zal helpen. Volgens hem zullen de verschillen voorlopig alleen nog maar toenemen, omdat de huiswerk-wedloop niet lijkt af te nemen. 'De eisen worden steeds hoger en daarmee neemt ook de roep om meer huiswerk toe.'

Meer over