Vieze plaatjes

Mijn cliënten leren me veel, maar ook van mijn studenten steek ik wat op. Wat blijkt? De Rorschach-test staat weer op het curriculum....

Zo'n test leent zich goed voor spot. Een bekende grap gaat zo: een psychiater legt de eerste kaart op tafel en de cliënt kijkt hem verbaasd aan. 'Spreek vrijuit', moedigt de psychiater aan. 'Dat zijn twee zoenende mensen', zegt de cliënt aarzelend. De psychiater legt een volgende kaart neer. De cliënt is geschokt. 'Maar nu zijn ze aan het vrijen!' 'Huh huh', mompelt de psychiater en hij legt de volgende kaart neer. Steeds explicieter worden de kaarten, steeds bouder de antwoorden van de verontwaardigde cliënt: de Kama Sutra verbleekt erbij. Na afloop vraagt de cliënt welke diagnose de psychiater stelt op grond van de test. 'Tja, u heeft toch een seksuele persoonlijkheidsstoornis', antwoordt de psychiater bedeesd. Zegt die cliënt: 'Ik?! Een seksuele stoornis? En wie legt dan al die vieze plaatjes op tafel?'

Jarenlang is de Rorschach-test verketterd onder psychologen, maar de test maakt een comeback. Het schijnt dat je er met behulp van allerlei ingewikkelde scoringssystemen toch zinnige dingen mee kunt ontdekken. Vooral in de forensische psychiatrie (beoordeling en behandeling van delinquenten) gebruikt men het ding weer volop. Maar wat wordt ermee aangetoond? Als crimineel a. een bijl, een priem en een blonde vrouw in de vlekken ontdekt, is hij dan een lustmoordenaar? Of is hij een timmerman die zijn vrouw mist? Is de cliënt uit bovenstaande grap een verkrachter? Of moet de psychiater in kwestie eens wat vaker van bil, omdat hij bij al zijn patiënten seksuele stoornissen diag nostiseert?

Ik gebruik die test zelf nooit, dat begrijpt u. Veel te bang wat het ding over mij zal onthullen.

Meer over