Vierde kabinet-Ecevit ligt in het verschiet

Vrouwengeschiedenissen en Whitewater-achtige affaires met groot geld zijn hem vreemd. Voor hem geen luxe wagen, hij prefereert een oude Tofas, de Turkse Fiat....

WIE veertig jaar overeind blijft in de Turkse politiek, een aantal militaire coups overleeft, een invasie laat plegen en en passant ook nog werk van T.S. Eliot en Rabindranath Tagore in het Turks vertaalt, heeft wat in zijn mars. Bulent Ecevit, leider van de sociaal-democratische DSP, lijkt de laatste strohalm voor zijn oude vijand president Suleyman Demirel, met wie hij in de jaren zeventig voortdurend in de clinch lag.

Ecevit geniet, door zijn verklaarde secularisme en herhaalde verzekeringen niet te zullen samenwerken met de islamisten van de Faziletpartij, ook de steun van het machtige leger, dat waakt over de erfenis van Mustafa Kemal Ataturk, de stichter van het moderne Turkije. Ook zijn harde houding jegens de Koerden gaf hem daar veel krediet. Bovendien was hij premier toen Turkije in 1974 Cyprus binnenviel om de Turkse minderheid te beschermen tegen de Grieks-Cyprioten, zoals de verklaring luidde.

Ecevit werd in 1925 geboren in Istanbul als zoon van een jurist die zijn hoogleraarschap combineerde met het lidmaatschap van het parlement. Hij bezocht een deftige Amerikaanse school in Istanbul. Later studeerde hij Engelse letterkunde in Ankara, Sanskriet en Bengalees in Londen en later journalistiek en politiek in de VS.

De jonge Ecevit werd politiek actief in de sociaal-democratische CHP. In 1957 kwam hij in het parlement. Hij maakte gestaag carrière. In de eerste helft van de jaren zestig was hij minister van Arbeid in verscheidene kabinetten onder Ismet Inönü. Hij gaf ruimte aan vakbondsactiviteiten.

In 1966 werd hij secretaris-generaal en voerde de partij naar een wat linksere koers. Toen de militairen in 1971 de macht grepen, was hij daar een uitgesproken tegenstander van. In 1973 werd hij de onbetwiste leider vna de CHP. Hij leidde twee kabinetten in de jaren zeventig.

Toen het leger onder generaal Kenan Evren in 1980 opnieuw de macht greep, verdween Ecevit enkele keren achter de tralies. Hij kreeg een verbod zich met politiek te bemoeien, maar achter de schermen werkte hij hard aan zijn terugkeer. In 1985 werd de DSP opgericht, als alternatief voor de CHP. Aanvankelijk werd de partij geleid door zijn vrouw Rahsan, maar na de amnestie in 1987 nam Ecevit zelf de teugels in handen.

In de jaren negentig ontpopte hij zich steeds meer als een felle nationalist, die voortdurend in felle politieke strijd was gewikkeld met de leider van zijn oude partij CHP, Deniz Baykal, om het leiderschap van links in de Turkse politiek.

Ecevit staat bekend als onkreukbaar. Zijn naam is nooit in verband gebracht met corruptie of maffiapraktijken. Niettemin is er nogal wat kritiek op zijn stijl van leidinggeven. Met zijn vrouw Rahsan zou hij de DSP leiden als een privé-onderneming. Interne kritiek zou hij absoluut niet tolereren.

Ecevit is optimistisch. Zijn vorige poging een regering te vormen, begin december vorig jaar, werd geblokkeerd door zijn rechtse opponent Tansu Ciller van de DYP. Nu krijgt hij van haar vrij baan. Hij heeft beloofd president Demirel maandag een lijstje met ministers te overhandigen voor een minderheidsregering.

Als Ecevit nu wel slaagt, zal zijn vierde kabinet geen lang leven beschoren zijn. De Turken moeten op 18 april naar de stembus en één ding lijkt wel zeker: Ecevits DSP zal niet de grootste partij worden.

Eric Outshoorn

Meer over