Vier illegale kappers verdwijnen via de achterdeur

De Bijlmer was tien jaar geleden de crimineelste wijk van Nederland. Hoe is de situatie nu? De Volkskrant koos domicilie bij de politie in de Bijlmer en doet daarvan in zeven afleveringen verslag....

'Kom', zegt Ep Rakhorst, 'dan krijg je een indruk van de illegale vreemdelingen in de Bijlmer.' De buurtregisseur, gekleed in blauw jack en spijkerbroek, wandelt naar een kapperszaak en blijft daar voor de deur staan.

Binnen vertrekken meteen vier zwarte kappers via de achterdeur. Illegalen mogen niet werken. Klanten, allen zwart, kijken verbaasd naar buiten en zien twee blanke mannen staan. Paniek. Halfgeknipte mannen gooien hun kapmanteltjes af en vluchten. Eén voor één haast de rest zich ook naar buiten.

'In de Bijlmer barst het van de illegalen', zegt Rakhorst, 'het zijn er zoveel.' De vreemdelingen zonder verblijfsvergunning, veelal Ghanezen en Nigerianen, wonen zowel in huur- als in koopflats die alle illegaal worden onderverhuurd. 'Die appartementen brengen tussen de tweeduizend en vierduizend euro per maand op.'

Ze wonen met velen in een flat. Er gaan geruchten rond over bedragen van minstens 250 euro per matras. Niemand weet waar ze precies van leven. 'Illegalen vertellen niets', zegt Rakhorst, 'de loyaliteit naar hun brothers is groot'

Zelfs hard werken levert een illegaal niet genoeg geld op om rond te komen. Volgens Pieter Koning, die op politiebureau Ganzenhoef is belast met vreemdelingen, ontvangt een illegaal die op de markt werk weet te vinden tien euro per dag.

Er zijn ook illegalen die in dienst van een 'moderne slavendrijver' werken als schoonmaker. De 'baas' heeft bij diverse bedrijven legaal een baan. Voor het schijntje dat hij als salaris krijgt, laat hij illegalen zijn taken opknappen.

De politie zegt niet actief te jagen op illegale vreemdelingen. Toch wordt geregeld binnengevallen in appartementen, waar agenten constateerden dat er illegalen wonen. Ook zijn er acties tegen illegalen die arbeid verrichten.

Achter een front van beeldschermen bedient Koning op het politiebureau bewakingscamera's in de omgeving van winkelcentrum Kraaiennest. Er is een markt in opbouw. Koning kijkt of mensen zich bij de marktkooplui aanbieden voor werk. Als ze aan de slag gaan, heeft hij een zaak.

Koning, een oud-militair die in Bosnië heeft gediend, organiseert regelmatig 'marktacties' die gericht zijn op werkende illegalen en de standhouders die hen in dienst nemen. Bij eerdere operaties renden tientallen mensen weg zodra de politie verscheen. Dat waren vrijwel zeker illegale vreemdelingen die vreesden te worden opgepakt.

Op het deel van de markt waar Indiërs met koopwaar staan, ziet Koning een man met een rood jack en een andere met een zwart-blauwe jas langs de kramen lopen en praatjes aanknopen met de standhouders. 'Die zoeken werk', zegt Koning. Even later gaan beide mannen aan de slag. De man in het rood laadt een vrachtwagen met gordijnstof uit. De ander werkt in de kraam met groente en fruit. Koning noteert hun signalement.

Als hij zo ook andere illegalen heeft geobserveerd, gaat hij aan de slag. Hij instrueert een groep van twintig agenten, onder wie collega's van de vreemdelingendienst, die de illegalen moeten oppakken. In een zaaltje toont hij hun foto's van de markt, wijst op drie kramen waar illegalen werken en beschrijft de kleding van elf mannen die moeten worden aangehouden.

'Jullie moeten alleen mensen aanhouden die je echt ziet werken', drukt Koning hun op het hart, 'het is niet de bedoeling om achter andere mensen aan te rennen.'

Terwijl de agenten zich gereed maken, verzucht Koning dat de actie niet meer is dan een druppel op een gloeiende plaat. Vanwege tekort aan mankracht, gebrek aan celruimte en de tijdrovende administratieve afhandeling zijn de acties altijd kleinschalig. 'Zestig man aanhouden in een café is niet moeilijk. Maar wat daarna? Dat kun je als wijkteam niet aan.'

Vanuit de garage van flatgebouw Kraaiennest lopen drie ploegen agenten snel de markt op. Zes mannen in de drie verdachte kramen worden ingesloten. Een zevende man, die in het rode jack, rent weg, maar ontmoet twee agenten op fietsen.

In de groentekraam zegt de man in de zwart-blauwe jas in goed Nederlands dat hij een paspoort met verblijfsvergunning heeft. Helaas vergeten mee te nemen. Hij heet Johnny Singh. 'Waarom verbaast me dat niet', zegt de agent van de vreemdelingendienst. Alle illegale Indiërs heten Singh.

Geboeid in de politieauto, bekent Johnny Singh geen verblijfsvergunning te hebben. Hij voelt zich opgelucht. 'Ik ben moe van Nederland', zegt hij, 'ik ben hier twee jaar en moet altijd oppassen voor de politie. Het is op. Ik wil terug.'

Meer over