Vier generaties voor de klas, oneindige discussies

Vier generaties leraren, onderwijscoaches en schoolleiders. Als er zoiets als een onderwijsgen bestaat, beschikt de familie Bartlema-Polter erover. Aan tafel levert die gezamenlijke passie regelmatig fikse - maar boeiende - discussies op.

De negen leden van de familie Bartlema-Polter die in het onderwijs werken of hebben gewerktBeeld Aurélie Geurts

Voor de familieleden die niet in het onderwijs werken, is het weleens lullig. Als ze met z'n allen bij elkaar komen voor een etentje of een verjaardag gaat het er altijd 'wel even' over - vaak op hoge toon. Want heb je het over onderwijs, dan heb je het over de maatschappij. En met een horde leraren aan tafel, allemaal verbaal sterk en eigenwijs, kan zo'n discussie wel even duren.

Even voorstellen: de familie Bartlema-Polter. Vier generaties leraren, onderwijscoaches en schoolleiders. In totaal negen familieleden die in het onderwijs werken, of gewerkt hebben. Opgeteld goed voor 222 jaar onderwijservaring - de overleden (over-)grootouders die ook voor de klas hebben gestaan, niet meegerekend.

Samen beslaan ze zo'n beetje het hele onderwijsveld. Van een kleuterschool in de Bijlmer met extra aandacht voor hoogbegaafde leerlingen, tot het voortgezet speciaal onderwijs, de (inmiddels opgeheven) middenschool in Amsterdam West, de voormalige lts, maar ook al het reguliere onderwijs, van basis- tot middelbare school, mbo en hbo.

Omdat zoveel onderwijservaring niet aan één tafel past en een gesprek zou uitlopen op chaos, voeren drie familieleden het woord. Tim Bartlema (34), leraar op het voortgezet speciaal onderwijs; zijn vrouw Doanh-Doanh Truong (31), werkzaam in het kleuteronderwijs en zijn moeder Josien Polter (61), directeur van twee basisscholen.

Is werken in het onderwijs aanstekelijk?

Josien: 'Kinderen kiezen vaak het vak dat hun ouders doen. Dat is logisch, want je ziet het van heel dichtbij. Mijn moeder was ook onderwijzer en ik wist zelf toen ik heel jong was: dit wil ik ook.'

Tim: 'Ik wilde juist niet het onderwijs in omdat mijn ouders al leraar waren, het was bekend terrein en dus niet spannend. Maar toen ik niet werd toegelaten tot de Kleinkunstacademie zei mijn moeder: ga dan naar de Pabo, voor de klas staan is ook een soort toneelspelen. Eerst zag ik het niet zitten, maar al snel werd duidelijk dat ik voor de klas ook mijn creativiteit kwijt kan. Mijn moeder heeft gelijk gekregen.'

Josien: 'Mag dat in de krant?'

Toch is het opvallend dat jullie zoveel docenten in de familie hebben. Bestaat er zoiets als een leraren-gen?

Tim: 'Misschien wel. Het heeft in ieder geval te maken met bepaalde aangeboren vaardigheden, maar opvoeding telt ook mee. Wij zijn allemaal verbaal sterk en kunnen duidelijk grenzen stellen.'

Josien: 'Nou, dat is niet het enige.'

Tim: 'Alsof jij op je mond bent gevallen. Het gaat om grenzen kunnen stellen en om een bepaalde leiderschapsrol op je kunnen nemen.'

Doanh: 'Laatst hadden we daar een discussie over. Jij bent gewoon een ouwehoer, jij houdt van praten. Dat is niet hetzelfde als de leiding nemen.'

Josien: 'Los daarvan gaat het bij ons in de familie vaak over maatschappelijke betrokkenheid. Ik kom uit een nest waar emancipatie heel belangrijk gevonden wordt. We zijn betrokken bij de samenleving, onderwijs heeft daarin een mooie plek.'

Tim: 'Je wilt als leraar aan verheffing doen, dat is dat vakbondstrekje dat er ook in zit.'

Doanh: 'Ik heb dat zelf aan den lijve ervaren. Mijn ouders zijn gevlucht uit Vietnam. In Nederland begonnen ze opnieuw. Mijn moeder verkoopt loempia's, mijn vader werkt in een kaasfabriek. Dankzij het Nederlandse systeem waarin iedereen naar school mag gaan...'

Josien: 'Moet gaan!'

Doanh: 'Ik zeg mag gaan, want het is een voorrecht. Daardoor heb ik de positie gekregen die ik wilde. Dat is ook het mooie aan het onderwijs.'

Leraren klagen over lage salarissen, een hoge werkdruk en weinig doorgroeimogelijkheden. Wat maakt het vak voor jullie toch aantrekkelijk?

Josien: 'Het geweldige is ook dat je in aanraking komt met mensen die je normaal nooit zou spreken. En het is dynamisch; je bent voortdurend met mensen. Er is tegenwoordig een hele leuke reclameleus: geen dag is hetzelfde in het onderwijs.'

Tim: 'Die reclame is al heel oud, mam.'

Josien: 'Deze is nieuw, dacht ik. Hoe dan ook: in het onderwijs heb je het gevoel dat je iets kunt betekenen in die ene klas, met dat ene kind.'

Tim: 'Het mooie is ook: je hebt je eigen domein en de vrijheid om elke les op jouw eigen manier in te vullen. Onderwijs is eigenlijk een vorm van kunst, als je het leuk wilt doen.'

Doanh: 'Maar het is niet altijd makkelijk. Toen ik net in de Bijlmer werkte, had ik relatief veel leerlingen met gedragsproblemen. Ik heb meegemaakt dat twee kleuters elkaar een hersenschudding sloegen. Kinderen gooiden met blokken in plaats van torens te bouwen. Nu gebeurt dat niet meer, maar ik moest wel wennen in het begin.'

Tim: 'Het fijne aan zoveel leraren in de familie is dat we het over dit soort dingen kunnen hebben. Al zijn we het niet altijd met elkaar eens.'

Dat laatste blijkt niet overdreven. Een gesprek over het onderwijs loopt aan de keukentafel van de familie Bartlema-Polter al snel uit op discussie. Over de werkdruk bijvoorbeeld:

Tim: 'Die is hóóg.'

Doanh-Doanh Truong, Josien Polter en Tim Bartelma.Beeld Aurélie Geurts

Josien: 'Dat valt wel mee. Er wordt hard gewerkt, ja. Maar ik vraag me af of de werkdruk in het onderwijs hoger is dan bij andere beroepen.'

Tim: 'Het basisonderwijs is keihard werken, voor iedereen. Ik heb jaren als docent van groep 7 en 8 gewerkt. Nou, dan ben je gesloopt aan het eind van de dag. Je moet dagelijks vijf of zes vakken geven. En je kunt nooit even weg uit de klas.'

Doanh: 'Wat ook niet helpt: docenten krijgen steeds meer op hun bordje geschoven.'

Tim: 'Klopt, het onderwijs moet allerlei maatschappelijke problemen oplossen. We moeten radicalisering tegengaan, overgewicht aanpakken, homoseksualiteit bespreken.'

Josien: 'Dat is iets anders dan werkdruk, maar het is wel een onderwerp. Bij mij op school loopt het curriculum onderhand over. We moeten kinderen afleveren die soepel overgaan naar de middelbare school, die zelfstandig kunnen leren en over 21ste-eeuwse vaardigheden beschikken, zoals programmeren. Maar als school word je uiteindelijk afgerekend op de Cito-score van leerlingen: of ze kunnen rekenen en spellen.'

Tim: 'Er moet iets uit. Ik pleit ervoor activiteiten als de wandelvierdaagse en sinterklaas af te schaffen.'

Josien: 'Daar ben ik dus tegen.'

Tim: 'Dat hoor ik vaker van vrouwen. Ja, sorry, maar vrouwen vinden dat soort feesten altijd hartstikke gezellig. Maar we hebben het er te druk voor.'

Doanh: 'Je kunt best samen kerst vieren, maar je moet het slim organiseren. Bij mij op school geven we al veel van de organisatie uit handen aan de ouders.'

Josien: 'Die feesten vieren we niet voor niets. Het gaat ook om je identiteit, wie zijn we als school? Als je geen sinterklaas meer organiseert, haal je ook de jeu eraf.'

Tim: 'Maar er moet iets uit het lesprogramma. Rekenen kun je toch niet schrappen?'

Zo dus. En dan nog zo'n twistpunt: het lerarenregister. Eind februari heeft de Eerste Kamer ingestemd met een verplicht beroepsregister in het onderwijs. Net als artsen en advocaten moeten leraren vanaf 2018 hun kennis en ervaring verplicht bijhouden. Het onderwijsveld is verdeeld.

Tim: 'En wij ook. Mijn moeder is fan, ik absoluut niet. Ik denk dat het lerarenregister vooral meer bureaucratie oplevert. De werkdruk in het onderwijs is al hoog, omdat je als leerkracht alles voortdurend moet vastleggen. Het enige dat nog ontbrak aan die berg administratie is onze eigen professionalisering. Ik besteed mijn tijd liever aan het lezen van een goed onderwijsboek, maar dat telt weer niet mee in het register.'

Josien: 'In veel beroepen op dit niveau heb je een register: kijk naar fysiotherapeuten en verpleegkundigen, van hen wordt ook verwacht dat ze zich scholen en hun kennis bijhouden. Waarom zou dat niet voor leraren moeten gelden? Natuurlijk zijn er veel docenten die zich zelfstandig blijven ontwikkelen. Maar ik zie ook mensen die dat niet doen.'

Tim: 'Ik ben bang dat er een nieuwe markt wordt aangeboord voor externe bureautjes die geld kunnen verdienen door allerlei cursussen voor leraren aan te bieden. Ik krijg nu al allerlei onzinlezingen aangeboden. Erben Wennemars komt een praatje houden, daar krijg je dan punten voor. Wat draagt dat in godsnaam bij aan mijn ontwikkeling?'

Josien: 'Daar hoef je toch niet heen te gaan. Je maakt zelf een keus: wat is voor mij zinvol?'

Tim: 'Daar heb ik geen register voor nodig, dat doe ik nu ook al.'

Tekst gaat verder onder de afbeelding.

Opinie: Het lerarenregister als verkapt controlemiddel

Stamboom van de familie.

Josien: 'Jij wel, maar dat geldt niet voor iedereen. Sommige mensen hebben een duwtje in de rug nodig.'

Tim: 'Dat is dan toch hun probleem? Zij blijven steken op een bepaald niveau.'

Josien: 'Maar je bent toch ook met z'n allen een school, een gemeenschap?'

En zo kunnen ze bezig blijven. Al zijn er ook onderwerpen waarover iedereen het eens is. De Cito-toets bijvoorbeeld.

Doanh: 'Die is oorspronkelijk bedoeld voor docenten, als leerlingvolgsysteem. Maar ouders gebruiken de scores nu om te zien of hun kind het wel goed doet of om een school te kiezen.'

Tim: 'Dat is zorgelijk. Want je moet zo'n score in een context plaatsen. Als docenten zien we hoe een leerling zich ontwikkelt, maar ouders zien vaak een opzichzelfstaand cijfer over de kwaliteiten van hun kind.'

Josien: 'De Cito is een eigen leven gaan leiden. Vroeger keken ouders of een school in de buurt was en of het er een beetje net uitzag. Nu zijn ze vooral bezig met Cito-resultaten.'

Doanh: 'Het is begrijpelijk dat ouders daarnaar kijken, zo'n score lijkt een duidelijk beeld te geven van hoe een school het doet. Maar het is wel een beperkt beeld, dat beseffen veel mensen niet.'

Een ander onderwerp waarover ze het eens zijn: de toenemende kansenongelijkheid in het onderwijs. Kinderen van hoogopgeleide ouders doen het beter dan kinderen uit een lager opgeleid nest, bleek vorig jaar uit onderzoek van de Onderwijsinspectie. Deels komt dat doordat leerlingen met laagopgeleide ouders, ongeacht hun intelligentie, vaker een lager schooladvies krijgen dan kinderen met hoogopgeleide ouders.

Lees ook: Waarom de tweedeling in het onderwijs toeneemt (en wat we daaraan kunnen doen) (+)

Josien: 'Ik werk nu veertig jaar in het onderwijs. School werkte lang als een emancipatie-instrument. De laatste jaren merk je dat er juist weer verschillen ontstaan tussen arm en rijk.'

Doanh: 'Dat is al zichtbaar bij de kleuters. Er zijn ouders die tijd en geld hebben voor culturele uitstapjes zoals museumbezoek, maar er zijn ook kinderen die nooit zoiets doen.'

Tim: 'Daar komt bij dat stapelen moeilijker is geworden. Op de praktijkschool waar ik lang heb gewerkt, konden de allerslimsten doorstromen naar het mbo. Nu worden de eisen van het mbo opgeschroefd. Dat is natuurlijk goed voor de kwaliteit van het onderwijs, maar het effect is ook dat stapelaars vaak uitvallen en na de praktijkschool geen extra opleiding meer kunnen volgen.'

Gaat het tijdens familiebijeenkomsten ook nog wel eens over iets anders onderwijs?

Tim: 'We hebben het over van alles en nog wat. Maar net als in andere families gaat het bij ons ook over werk. Dan komen we onvermijdelijk toch weer uit op het onderwijs.'

Doanh: 'Dat gebeurt eigenlijk best vaak. De rest van de familie kan dan even niet meepraten.'

Josien: 'Ik vind het onderwijs gewoon een erg leuk gespreksonderwerp, vrees ik.' Schaterlach: 'Het verveelt in elk geval nooit.'

Meer over