Vetzak in fijne lijnen, en cynische onzin (Gerectificeerd)

Thomas Waller (1904-1943) was een jazz-grootheid die geschiedenis schreef met Honeysuckle Rose, Ain't Misbehavin'en de Broadwayshow Hot Chocolates...

Hij werd 'Fats' genoemd, maar ondanks zijn vetzucht produceerde hij een krankzinnige hoeveelheid melodieën. Twaalf per dag, om precies te zijn, als je Igort en Sampayo mag geloven. Zij zijn de auteurs van het stripboek Fats Waller, waarin het korte leven van de componist en pianist wordt verbeeld in ragfijne lijntjes en stemmige tinten. Lorenzo Mattotti heeft ooit de term ligne fragile bedacht - als tegenhanger van de klare lijn - en het is uitgerekend die breekbare variant die Igort en Sampayo hebben gekozen voor hun ode aan de zwaarlijvige en goedgemutste vrouwenliefhebber Fats Waller. En dat is niet het enige contrast. De tekenaars zetten het bruisende, muzikale leven in Amerika tegenover de opkomst van het fascisme in Europa, waar jodenhaat en negerhaat gelijke tred houden. Vitaliteit versus vernietiging, met Waller als zorgeloos middelpunt. Nou ja, hij heeft veel schulden en een drankprobleem, maar zijn spel lijdt er niet onder. De fascisten sturen een moordenaar de oceaan over om hem koud te maken, Fats blijft ongedeerd. Tot hij in een trein stapt, 39 jaar oud, en alleen in zijn coupé bezwijkt aan een longontsteking. Igort en Sampayo tekenen de roestbruine spoorviaducten van het oude New York en schrijven: 'De grootste artiest van Amerika. . .opgelost, verdwenen in het niets.'

Kan er ook zoiets bestaan als een 'cynische lijn'? Dat wil zeggen: een lijn die ongeloof en onzin uitdrukt, een lijn die zichzelf kan uitwissen en belachelijk maken? Jawel, je vindt hem in het boek Niets meer aan doen van Paul Faassen, illustrator uit de school van Carp. Faassen tekent een soort cartoons over het moderne leven, waarin mensen figureren die even leeg als ijdel zijn. Er wordt in dat leven heel veel getelefoneerd (in het zwembad, op de wc, tijdens het joggen), en zelfs een hengelende tuinkabouter is verdiept in zijn mobiel. Mannen kijken in spiegels, scheren hun behaarde kont of hangen aan de bar. Alles straalt verveling uit, slapte, als tulpen in een vaas zonder water. Om de overweldigende leegte van Niets meer aan doen te compenseren, haalt Faassen flauwe grapjes uit met zijn computer en laat hij zijn lijnen bibberen (om een oud vrouwtje te typeren) of vervagen (bij een vrouw die klaarkomt). Heel soms krijgt de verveling allure, bijvoorbeeld in de tekening van drie jongens onder een lantaarnpaal. Er hangt een grijze wolk in de lucht en de horizon is een vieze veeg bruin. De jongens hebben trainingspakken aan en roze petjes op. Ze wachten op iets, klaarblijkelijk, want ze hebben alledrie een erectie die het acryl van hun trainingsbroeken oprekt. Een laatste restje energie.

Meer over