Vestiging asielzoekerscentrum vergt subtiel spel

Toen Frans van Beeck in een grijs verleden voor het toenmalige ministerie van WVC het land afspeurde naar gebouwen die geschikt waren voor asielzoekers, stuitte hij vaak op weerstanden....

Het was 1987. Het NOS Journaal liet telkens weer beelden zien van een huilende vrouw in Stevensbeek, die uitriep: 'Ons dorp wordt nooit meer ons dorp. Die mensen mogen hier niet komen!' Het Journaal vertelde er niet bij dat haar echtgenoot vlak daarvoor was vermoord, en dat een buitenlander de verdachte was.

In Stevensbeek kreeg het asielzoekerscentrum, toen het er eenmaal was, veel medewerking van de bevolking. En tekenend is: het contract werd verlengd, het centrum functioneert nog steeds.

De persoonlijke houding van wethouders en burgemeesters, dwars door de partijen heen, was bepalend voor het besluit of er in de gemeente een asielzoekerscentrum mocht komen. Hadden ze eenmaal toestemming gegeven, dan kwamen ze vaak onder zware druk te staan. Van Beeck: 'Driemaal heb ik meegemaakt dat wethouders met de dood zijn bedreigd. Daarvoor zijn ze niet gezwicht. Diep respect heb ik voor zulke mensen.'

'Zulke mensen' zijn nog steeds nodig om asielzoekerscentra te kunnen vestigen, want bij rondvragen in gemeenten blijkt het eerder regel dan uitzondering dat bestuurders worden belaagd en bedreigd door woedende burgers. Enig verband tussen de politieke kleur van een gemeente en de bereidheid asielzoekers op te nemen, valt niet te ontdekken. Dat het draagvlak voor de vestiging van centra vermindert, wordt allerwegen ontkend.

Maar regiomanagers van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) en bestuurders constateren wel dat burgers meer voor zichzelf opkomen, minder gemeenschapszin hebben en wantrouwender jegens de overheid staan.

Dat vraagt een subtieler spel en meer openheid dan vroeger. 'De overval van 1992', toen tien burgemeesters naar het Torentje van premier Lubbers werden genoodom te horen dat ze na hun bezoekje aan Den Haag hun gemeenten 'kleurrijker' zouden terugvinden, zou nu ondenkbaar zijn.

Het COA wijst op de voordelen van een asielcentrum: werkgelegenheid, extra belasting- en huurpenningen, 'koppengeld' voor het grotere inwonerstal, uitbreiding van de regionale politie.

De slotsom van Groningse studenten sociale geografie die de spreiding van asielzoekerscentra onderzochten, spoort hiermee: de armere gemeenten met hogere werkloosheid hebben vaker asielzoekerscentra dan de welvarende.

Over kleine handreikingen om de plaatselijke bevolking mild te stemmen, valt te praten. Verbeteringen als een busverbinding, verlichting, een bedragje voor wijkopbouw.

Gemeenten vragen altijd om minder asielzoekers, meestal de helft, of het COA nu veertig of vierhonderd plaatsen nodig heeft. Dus daaraan toegeven, is zinloos, vindt het COA.

Onder burgemeesters ging een tijdlang de mare dat je 'alles kan vragen', als je maar bereid bent om een centrum toe te laten. Maar dat is, zeggen de routiniers, 'een indianenverhaal'.

Meer over