Verzekeringsartsen moeten ME-patiënt serieus nemen

ME-patiënten krijgen vaak geen uitkering, ook al zijn zij in feite volledig arbeidsongeschikt. Volgens Cees Wagemakers ontlopen verzekeringsartsen ten onrechte hun verantwoordelijkheid....

CEES WAGEMAKERS

AFGELOPEN vrijdag (4 april) meldde de Volkskrant dat patiënten die lijden aan myalgische encephalomyelitis (ME) onder bepaalde voorwaarden goed kunnen worden behandeld door hun huisarts. De werkgroep van huisartsen, medisch specialisten en andere deskundigen die tot dit oordeel komt, meent tevens dat de diagnose ME geen beletsel mag zijn om voor een WAO-uitkering in aanmerking te komen.

Dat lijkt goed nieuws voor al die mensen die nu vaak de grootste problemen hebben om hun klachten erkend te krijgen (zie bijvoorbeeld de Volkskrant van 15 maart), al moet nog worden afgewacht wat er met de aanbevelingen gebeurt.

'Dat ik die uitkering niet kreeg', zei mevrouw V. vermoeid en verontwaardigd, 'was niet eens het ergste. Ik kon dat geld gelukkig missen, maar de belediging! Voor simulant versleten worden, da's pas erg. En toen ik van de internist hoorde dat het ME was, moest ik huilen. Niet eens van verdriet, want het was voor mij geen verrassing, maar van opluchting. Mijn klachten hadden een naam, nu mocht het.'

ME is geen echte 'ziekte'. Het is een syndroom, een buidel met klachten waaruit elke patiënt een andere greep doet. De oorzaak is (nog) onbekend. Men spreekt ook wel van het chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS) of postviraal syndroom (PVS), omdat het nogal eens optreedt na een virusinfectie.

Natuurlijk bestond het ziektebeeld al veel langer, maar nu er een naam aan is gegeven, herkennen meer mensen het bij zichzelf en wordt het oneerbiedig een 'modeziekte' genoemd. Zo hebben we eerder hyperventilatie leren kennen, whiplash-injury, fibromyalgie (vroeger reumatiek geheten) en als meest recente loot aan de stam RSI (repetitive strain injury), de muisarm.

Je zou kunnen zeggen dat het ME tot dusverre aan een goede PR heeft ontbroken, het verdienstelijke boek Heden Ik van Renate Dorrestein ten spijt. Want neem RSI: het is pas een paar jaar bekend, en nu al erkend als oorzaak van arbeidsongeschiktheid - als beroepsziekte zelfs, en dat is een erg hoge waardering.

Is ME dan zoveel anders? Het is net als RSI en fibromyalgie een aandoening zonder duidelijke oorzaak en zonder 'organisch substraat', met andere woorden: er worden geen afwijkingen gevonden bij lichamelijk onderzoek, op de röntgenfoto, in het bloed of op de scan.

Waar elke ME-patiënt steeds weer tegenaan loopt bij de beoordeling in hoeverre hij arbeidsongeschikt is, is het probleem van de 'objectiveerbaarheid'. Het grote misverstand is dat 'objectiveerbaarheid' in dit verband wordt verward met 'verklaarbaar'.

Onverklaarbare verschijnselen houdt een arts het liefst zo lang mogelijk buiten de deur van de spreekkkamer. Je hoort als arts immers op elke vraag hoe iets komt een antwoord te kunnen geven. Echter, als onverklaarbare verschijnselen niet ooit bij iemand wetenschappelijke nieuwsgierigheid oproepen, zouden er nooit nieuwe ziektebeelden worden beschreven en verklaard.

Objectiveerbaar is wat de arts voor waar aanneemt, ook al kan hij het verschijnsel (nog) niet verklaren. Zo is in enkele beroepszaken over arbeidsongeschiktheid ten gevolge van een 'niet-objectiveerbare' aandoening vastgesteld dat bij betrokkene niettemin sprake is van 'een dermate grote lijdensdruk (. . .) dat er sprake moet zijn van de onmogelijkheid tot het verrichten van de bedongen arbeid.' Deze patiënten hadden dus geluk.

Het is met het oog hierop van groot belang dat sociaal-geneeskundigen (bedrijfsartsen, verzekeringsgeneeskundigen, adviserend geneeskundigen, medisch adviseurs), huisartsen, specialisten, en deskundigen in beroepsprocedures consensus proberen te bereiken over aandoeningen als ME. Dit om rechtsongelijkheid en willekeur bij het toekennen van uitkeringen te voorkomen.

De veronderstelde eis van de objectiveerbaarheid komt voort uit de adviezen van de deskundigen (meestal curatieve specialisten) bij de arrondissementsrechtbank (voorheen de Raad van Beroep). De rechter volgt bijna zonder uitzondering het advies van deze deskundigen op.

Indien de deskundige in een beroepsprocedure van oordeel is dat objectief gezien sprake is van beperkingen ten aanzien van bepaalde werkzaamheden, dan is de arbeidsongeschiktheid geaccepteerd. Maar het hoeft helemaal niet tot een beroepsprocedure te komen indien de verzekeringsgeneeskundige de aandoening al heeft geaccepteerd als reden voor arbeidsongeschiktheid.

Hoe gaat zo'n beoordeling van arbeidsongeschiktheid op het ogenblik in zijn werk? De verzekeringsgeneeskundige neemt een anamnese af, doet onderzoek, informeert bij de behandelend artsen, en vormt dan een oordeel. Bij deze oordeelsvorming is intuïtie een belangrijk instrument: het kunnen scheiden van pluis en niet-pluis.

Wanneer een verzekeringsgeneeskundige een patiënt met ME voor zich heeft en tot de conclusie komt dat er inderdaad sprake is van ME (dus geen organisch substraat werd gevonden), dan is alleen het erkennen van de geloofwaardigheid van de klachten voldoende om arbeidsongeschiktheid te accepteren en dus een uitkering te legitimeren.

Een substantieel deel van de bestaande WAO-gevallen bestaat uit psychische aandoeningen. Deze zijn even sterk of zwak geobjectiveerd als ME. Van belang is slechts of de arts de klachten erkent, ook al bestaat er geen organisch substraat.

De arts is dus de enige die de zogenaamde medische objectiveerbaarheid vaststelt. Indien de verzekeringsarts alleen zou afgaan op de antwoorden die de patiënt op zijn vragen geeft, op het lichamelijk onderzoek (waarbij geen afwijkingen worden gevonden) en informatie uit de behandelende sector, dan kan hij het werk ook overlaten aan zijn arbeidsdeskundige of, nog goedkoper, aan zijn secretaresse die de gegevens kan vertalen naar een kruisje op het formulier met arbeidsmogelijkheden. De arts is dan overbodig geworden door zijn eigen beperkte visie.

Een belangrijk onderdeel van zijn specifieke deskundigheid is juist het kunnen onderscheiden van relevante en irrelevante gegevens in het geheel, en deze kunnen vertalen naar arbeidsmogelijkheden.

Hij moet op een gegeven moment kunnen zeggen: 'alles goed en wel, maar toch is hier iets aan de hand; die persoon kan écht geen honderd meter lopen en is écht al na dertig minuten uitgewoond. Ik stel dit hier en nu objectief vast. Punt.'

Een hele verantwoordelijkheid, maar de verzekeringsgeneeskundige is bij wet aangewezen tot het geven van dat oordeel. Niet de politiek bepaalt of ME-patiënten worden toegelaten tot de WAO, evenmin als de fondsbeheerder of de manager van de uitvoeringsinstelling. De arts blijft de eenzame eindverantwoordelijke voor de acceptatie van dit fenomeen.

Dat ME nader onderzoek verdient behoeft hier geen betoog. Het wordt echter wel hoog tijd dat ME een plaats krijgt in de reeks van aandoeningen die weliswaar nog niet volledig bekend zijn, maar wel zijn erkend als aandoeningen die tot arbeidsongeschiktheid kunnen leiden, net zoals het geval is bij psychische klachten.

Het bij voorbaat uitsluiten van ME als reden voor arbeidsongeschiktheid, getuigt van weinig respect voor de patiënt, maar het getuigt ook van een weinig wetenschappelijke houding. Hoe zou ooit de penicilline zijn ontdekt, als Fleming zijn ogen niet had geloofd?

Het wordt dus tijd dat de verzekeringsgeneeskundige eens wat zelfbewuster wordt: hij is de enige die een oordeel geeft over de geloofwaardigheid van de klachten van de patiënt. Laat hij dan vooral zijn eigen oren en ogen geloven!

Dat een ME-patiënt zijn klachten wel eens overdrijft, is begrijpelijk: dat ga je vanzelf doen wanneer je steeds maar weer niet serieus wordt genomen. Een goede arts kijkt daar doorheen, en weet in de spreekkamer een klimaat te scheppen waarin de patiënt weet dat hij het verst komt wanneer hij eerlijk zijn verhaal vertelt in de overtuiging dat de arts tegenover hem niet vooringenomen is.

Ik heb zelden iemand gezien die voor zijn plezier een uitkering aanvroeg. En patiëntenverenigingen zijn ook niet voor de gezelligheid opgericht.

Cees Wagemakers is als verzekeringsgeneeskundige werkzaam bij een Uitvoeringsinstelling Sociale Verzekeringen.

Meer over