Verwondering over Schwarzman-Sipma

TON SIJBRANDS

Naar aanleiding van lezersreacties op de rubriek van vorige week schenk ik nogmaals aandacht aan de partij Schwarzman-Sipma uit het Amersfoort Open 2011. Menigeen vroeg zich namelijk hardop af (en diegenen die het zich in stilte afvroegen, zullen vermoedelijk nog talrijker zijn geweest) of het niet schromelijk overdreven was te beweren dat Sipma na zijn 18de zet 1-7 in feite al verloren stond. Met wederzijds zestien stukken op het bord moest er toch nog van alles mogelijk zijn, te veel althans om zo'n stellige uitspraak te rechtvaardigen?

Ik kan mij die verwondering goed voorstellen. Desondanks blijf ik bij mijn claim dat Schwarzman na 19.38-33! een gewonnen partij speelde. Een nadere beschouwing van de slotfase van dit korte maar boeiende duel lijkt weinig of geen ruimte voor een andere conclusie te laten.

Zie diagram 1

De 13x13-stand die door het eerste diagram wordt uitgebeeld, vloeide geforceerd voort geforceerd althans waar het het zwarte spel betrof; wit daarentegen had meerdere mogelijkheden om desgewenst heel andere paden in te slaan - uit de 16x16 waarop ik hierboven doelde.

Het verloop luidde: 27...4-9 (zoals gezegd had Sipma zijn tegenstander met 27...24-29 grotere praktische problemen kunnen voorschotelen) 28.38-33! 20-25(??)

Aan dit blundertje, dat de partij een voortijdig einde zal doen nemen, moet een of andere misrekening ten grondslag hebben gelegen. Maar 'correcte' zetten als 28...11-16 of 28...9-14 hadden de uitslag evenmin kunnen veranderen. Zwart komt namelijk onvermijdelijk terecht in een laat-klassieke stelling waaruit, mede als gevolg van de - binnen dit kader - ongewone oppositie 36/47, geen ontsnappen meer mogelijk is. Ter illustratie geef ik een lange, maar daarom niet minder karakteristieke spelgang:

28...9-14 29.34-30! 3-8 (29...23-29?? faalt op 30.28-23! of eerst nog 30.26-21! enz.) 30.48-42 11-16 31.49-43 (dit is slechts een van de diverse methodes waarmee wit het schijnoffer 31...17-22 32.28x17 12x21 33.26x17 7-12, dat nu verliest door 34.40-34! 12x21 35.43-38! +, kan elimineren) 31...17-21 (31...23-29? 32.42/43-38 20-25?? 33.27-22 +) 32.26x17 12x21 33.30-25 8-12 34.42-38 7-11 35.43-39 11-17 36.50-45 21-26 37.40-34 (wit staat dermate superieur dat hij het niet eens van 37.39-34 23-29* 38.34x23 18x29 39.40-34! 29x40 40.35x44! 13-18 41.45-40 18-23 42.40-35 enz. hoeft te hebben) 37...17-21 38.34-30 12-17 39.45-40 17-22 (op 39...26-31 40.37x26 23-29 wint 41.27-22! 18x27 42.39-34 het eenvoudigst) 40.28x17 21x12 41.33-28 (zie analyse-diagram).

Zie diagram 2

Zónder de extra stukken op 36 en 47 zou deze stelling nog juist houdbaar zijn voor zwart, en dat zelfs op twee manieren. Het feit dat de zes(!) partijen waarin die stand daadwerkelijk is voorgekomen, alle in winst voor wit eindigden, hoeft daar niet noodzakelijkerwijs mee in tegenspraak te zijn: in geen van die zes gevallen werden de zwarte belangen door een computerprogramma behartigd... Maar onder de gegeven omstandigheden gaat wit wel degelijk winnen. Zo kan er volgen:

1) 41...12-17 (de minste van de drie) 42.39-33! 17-21 43.40-34 +.

2) 41...23-29 42.39-33! (niet het enige, wèl het overtuigendst) 42...18-23 43.28-22! 12-17 (43...12-18 44.22-17 +) 44.22x11 16x7 45.27-21! 26x17 46.37-31 36x27 47.32x1 +.

3) 41...24-29 42.30-24! 19x30 43.28x17 29-34 (niet beter is 43...29-33 44.35x15 33x11 45.25-20 14x25 46.15-10 +) 44.35x15 34x45 (deze wanhoopsactie zou zonder 36/47 zowaar nog remise opleveren; nu echter niet:) 45.17-11!! 16x7 46.27-21! 26x17 47.37-31 36x27 48.32x1 en zwart kan het opgeven.

Met andere woorden: de beslissing wás al gevallen. In de partij volgde nu nog 29.50-45! 24-29 30.33x24 19x39 31.28x8 39-44 32.35-30, waarna Sipma zich gewonnen gaf.

undefined

Meer over