'Vervalser' Lucas opent Goya-jaar

SPANJE HEEFT 1996 uitgeroepen tot Goya-jaar. Om de 250ste geboortedag van de Spaanse meester te vieren zal het land het toneel zijn van één groot festival van elkaar opeenvolgende Goya-tentoonstellingen, met als hoogtepunt komende zomer een overzicht van zijn werk in het Madrileense Prado....

Op het meer populaire vlak worden toeristische uitjes georganiseerd naar zijn geboortestreek en andere Spaanse oorden die een rol speelden in het leven van Francisco Goya (1746-1828).

Om het publiek vast op te warmen voor het spektakel is in Madrid onlangs een expositie geopend met werken die nogal eens voor echte Goya's doorgaan, maar bij nader inzien kunnen worden toegeschreven aan een epigoon. Geen vervalser, haasten de organisatoren - én meer dan een critius - eraan toe te voegen, maar een man met een ongewone 'capaciteit zich te laten inspireren door andere kunstenaars'. De naam: Eugenio Lucas.

Het Nationaal Museum van Havana heeft voor het eerst zijn volledige verzameling werken van Eugenio Lucas Velázquez (1817-1870) beschikbaar gesteld voor een expositie in Spanje. Het uitlenen door de Cubanen van 33 doeken is voor de historiografie van de Spaanse kunst van de negentiende eeuw een buitengewone gelegenheid. Eindelijk zijn de in Spanje onbekende werken te zien, en kan hun relatie met de wereld van Goya worden vastgesteld .

Het toeschrijven van schilderijen van Lucas aan Goya en andersom is een proces dat nog altijd gaande is. Onlangs moest het Metropolitan Museum of Art in New York nog concluderen dat het werk Majas en un balcón ('Lichte meisjes op het balkon') ten onrechte aan Goya was toegeschreven. De werkelijke maker heet Eugenio Lucas.

De organisator van de expositie in Madrid, Calvo Serraller, noemt Lucas 'briljant en snel; hij assimileert verschillende kunstenaars. Hij brengt de critici in verwarring doordat hij niet copieert of vervalst, maar hun thema's interpreteert. Hij is geen kopiist, maar kent de werkwijze van andere schilders. Om wérkelijk inzicht in het werk te krijgen zou een commissie moeten worden ingesteld als de Rembrandt-commissie. Of er zou een systematische expositie moeten worden georganiseerd van de hele goyeske nalatenschap.'

In Madrid hangen drie variaties op Majas en un balcón, twee uit het museum in Havana en één uit een particuliere collectie. Volgens Calvo Serraler is het de hoogste tijd om 'de catalogus van Goya te zuiveren om vast te stellen wat echt van zijn hand is'. Om de zaak verder te compliceren heeft men enkele werken opgenomen van Lucas Villaamil, de zoon van Eugenio Lucas, die zich toelegde op het imiteren van zijn vader.

Het werk van Eugenio Lucas wordt gerekend tot de Spaanse romantiek, tot het costumbrisme, zonder te vervallen in het typisch folkloristische dat doorgaans vereenzelvigd wordt met toeristische plaatjes. 'Lucas vertegenwoordigt het constumbrisme in een meer kritische en wanhopige toonsoort, in plaats van behagend te zijn, goed voor een glimlach. Zijn werk komt dichter bij het volkse, en net als bij Goya, zijn zijn doeken contemporaine visioenen.'

Niet alleen Goya diende Eugenio Lucas als voorbeeld, hij liet zich evenzeer 'inspireren' door Velázquez (met wie hij zijn tweede achternaam deelde). Op de expositie in Madrid zijn voorbeelden hiervan de reeks doeken met het hof van Philips IV als onderwerp, of Ribera en andere groten van de Spaanse schilderkunst van de zeventiende eeuw, zoals in La santera de El Escorial.

Lucas, zo wil de anekdote, was zeer overtuigd van zijn eigen kunnen. Zo zou hij tijdens een reis naar Parijs een schandaal hebben veroorzaakt in het Louvre door te beweren dat een van de werken van Velázquez daar in werkelijkheid van zíjn hand is.

De kunsthistoricus Julián Gállego, die een lang essay schreef over leven en werk van Eugenio Lucas, noemt de schilder een 'tragikomisch kunstenaar die ons emotioneert en tegelijk doet glimlachen voor één en hetzelfde werk'.

Gállego geeft een ellenlange lijst van technische gebreken die hij bij de 'geïnspireerde' moet vaststellen, maar: 'Ieder doek is een opera- of theaterscène die uitnodigt tot het roepen van 'olé' en 'bravo'. Wat je er ook op aan te merken hebt, ze vervelen ons geen seconde.'

Cees Zoon

Eugenio Lucas.Fundación Mapfre Vida, Avenida General Perón 20, Madrid. Tot 21 april.

Meer over