Vertrouwen komt niet meer terug

Er kronkelt een lange rij met wachtenden voor het kleine loterijwinkeltje om de hoek bij de Madrileense Puerta del Sol. In een scherpe koude wind kleumen de lootjeskopers bijeen in afwachting van het moment dat geldt als het collectieve hoogtepunt van gokkend Spanje: het kopen van een staatslot in de kerstloterij. El Gordo, 'de Dikke', die met zijn miljoenenprijzen net voor Kerst hele dorpen en volkswijken op zijn kop zet.


De Dikke, volksloterij bij uitstek, wordt geprivatiseerd. Net als de vliegvelden van Madrid en Barcelona. Een uitverkoop die 14 miljard euro moet opbrengen. Een extraatje bovenop de 15 miljard aan kortingen op ambtenarensalarissen en verhoging van de btw die de regering dit jaar en volgend jaar invoert. Het pakket maatregelen werd woensdag bij verrassing gelanceerd door premier José Luis Zapatero. De boodschap: Spanje gaat zijn eerder aangekondigde terugdringing van het begrotingstekort met vlag en wimpel halen. Zo hoopt de Spaanse regering een eind te maken aan de onrustige markten die dag in, dag uit de rente op de staatsobligaties omhoog stuwen en de koersen deden kelderen.


De zenuwen op het Iberisch schiereiland zijn strak gespannen, de markten hongerig. Zapatero wierp ze kluif na kluif toe. De premier, tot voor kort geen grote bekende in de buitenlandse pers, liet zich tot tweemaal toe uitgebreid interviewen door de Amerikaanse televisiezender CNBC. Zeker, de werkloosheid van 20 procent is een groot probleem en inderdaad, Spanje kan buitenlandse investeerders goed gebruiken. Maar de regering pakt de staatsfinanciën aan en voor het eind van het jaar zal het aantal spaarbanken in de problemen door fusies gehalveerd zijn. En nee, Spanje is geen Ierland en heeft geen geld nodig om een staatsbankroet te voorkomen.


De socialistische regeringen van Spanje en Portugal rolden de afgelopen dagen over elkaar heen met het doorvoeren van nieuwe maatregelen die hun bezuinigingsplannen kracht bij zetten en het vertrouwen van de financiële markten in hun landen moeten herstellen. En dat was nodig ook, want nu de Ierse regering een miljardensteun had gekregen voor het overeind houden van de staatsbegroting, namen de houders van hun staatsobligaties - normaal gesproken saai schuldpapier dat wordt aangehouden vanwege het geringe risico - het Iberische schiereiland op de korrel. Eerst Portugal, daarna Spanje.


Daadkracht was het antwoord. 'Korten, korten, korten.' De Portugese econoom en colomnist Daniel Amaral laat zijn hand als een hakmes heen en weer gaan boven zijn kleine kopje Portugese koffie in een hotel in het centrum van Lissabon. '2011 wordt een moeilijk jaar voor ons. Veel Portugezen lijden nu al honger. '


Amaral somt de miljardenbezuinigingen op die de socialistische premier Sócrates heeft aangekondigd. Een verlaging van de ambtenarensalarissen met 5 procent en een verhoging van de btw tot 23 procent. En geen verhoging van het minimumsalaris van 475 naar 500 euro.


Het maakte weinig indruk. Pas nadat er signalen waren gekomen dat de Europese Centrale Bank (ECB) Portugees staatspapier opkocht, kwam de markt weer wat tot rust. Behalve de staat komen nu ook de Portugese banken, die tot dusver de crisis redelijk hadden doorstaan, in het nauw. Zij kunnen alleen nog maar terecht bij de ECB. En dus blijft ook het Portugese bedrijfsleven verstoken van krediet.


Al jaren hobbelt Portugal een beetje achter de rest van Europa aan, met een lage arbeidsproductiviteit en nauwelijks groei. De Portugese premier Jose Sócrates trommelde afgelopen week de top van het bedrijfsleven op om ze aan te sporen tot een grotere export. Alleen dat kan de Portugese economie redden. Maar waarom lukte dat de afgelopen jaren niet?


Als manager van de Nederlandse bouten- en schroevenfabriek Fabory kwam Jurgen van Zanten veertien jaar geleden naar Portugal. Hij verbaasde zich toen al over de loonsverhogingen van 8 procent per jaar en het eindeloos kopen op krediet. 'Ik dacht, dat kan toch niet zo doorgaan?' Veel vooroordelen over de Portugezen kloppen niet, zegt Van Zanten. 'Ze werken veel harder, zijn minder ziek en een stuk loyaler dan Nederlandse werknemers.' Maar wat betreft organisatie en management in de rest van het bedrijfsleven wil het maar niet lukken. En de staat is een loodzware moloch van ambtenaren.


'Portugal convergeert niet met de rest van Europa', zegt de Britse organisatieadviseur Clive Bennett. Hij deed in meer dan twintig jaar onderzoeken naar de managementcultuur. Gaandeweg verdampte zijn optimisme over de kansen van Portugal. 'Portugezen zijn erg vriendelijk, vooral tegen buitenlanders, maar alles op het werk is er op gericht zo min mogelijkheid verantwoordelijkheid te nemen. Het slechte weer, een opstopping op de brug: elk excuus is geldig om je werk niet af te leveren.' Geen samenwerking, benepen kleinschaligheid, een juridisch systeem dat volstrekt niet werkt. Jongeren die wel initiatief nemen, vertrekken naar het buitenland.


'Toen we toetraden tot de monetaire unie was er sprake van een euforie. De rente daalde, we konden steeds meer uitgeven. Alleen legde niemand uit dat we ons dat alleen konden permitteren als we ook drastisch meer gingen produceren en exporteren', zegt econoom Amaral. In plaats daarvan liepen de schulden aan het buitenland op. 'En het besluit hoe we die moeten gaan afbetalen, wordt nu ergens anders genomen. Door mevrouw Merkel en meneer Sarkozy. Dat wordt dus korten, korten, korten.'


Er giert een koude wind in de verlaten parkjes tussen de vier Torens van Madrid. Hier wordt het Spaanse economische debacle op indrukwekkende manier gesymboliseerd, tot een hoogte van 250 meter, in glas en staal en ontworpen door beroemde architecten. De Cuatro Torres Business Area had het nieuwe trotse zakencentrum van Madrid moeten worden, de kroon op veertien jaar onafgebroken economische groei die Spanje opstootte tot de vierde economie van de Europese Unie. Spaarbank Caja Madrid, bouwbedrijf Sacyr Vallehermoso, verzekeraar Mutua en onroerend goed handelaar Villar Mir gaven met de torens hun visitekaartje af. Maar juist toen de wolkenkrabbers werden afgeleverd, knapte de luchtbel van Spanjes speculatieve huizenmarkt. Van de 114 duizend vierkante meter torenoppervlak staat een kwart leeg.


Het economische drama bestaat uit een jarenlange speculatie in onroerend goed die zijn weerga niet kent. Massaal stampte Spanje jaarlijks honderdduizenden huizen en bedrijfsgebouwen uit de grond die niemand nodig had. De panden werden vaak weer met winst doorverkocht nog voor ze afgebouwd waren, prijzen stegen eindeloos door. 'De ene helft van Spanje speculeerde met de huizen van de andere helft', zegt Fernando Encinar. Hij is analist en eigenaar van Idealista.com, Spanjes succesvolste internetmakelaar. Als een van de weinigen waarschuwde Encinar dat het mis dreigde te lopen met de huizenmarkt.


De speculatieve bouw was uitgegroeid tot een belangrijke motor van de economie: bijna drie miljoen mensen werkten in de bouw, een groot deel van de immigranten vond er een baan, de banken financierden voor meer dan 1.100 miljard euro aan bouwkredieten en hypotheken. Sinds de bel drie jaar geleden knapte, is die markt ingestort. En het probleem is nog steeds niet opgelost. Vooral de spaarbanken zitten met een enorme voorraad onverkochte huizen in hun maag. 'Volgens de laatste schattingen praten we over een voorraad tussen de 1,2- en 1,4 miljoen huizen', zegt Encinar.


Tot dusver hebben de banken de schulden geherfinancierd. De huizenprijzen zijn gezakt. Vooral aan de kust, waar kortingen van meer dan 30 procent aan buitenlandse kopers zijn gegeven. Maar de huizenprijzen in de grote steden kunnen volgend jaar nog verder zakken. Encinar vermoedt dat de voorzieningen die de banken hebben getroffen dan door hun bodem zakken. 'Als er nog eens 12 procent van af gaat, zitten de banken met een probleem.'


De aanval van de markten strekt verder dan Portugal en Spanje. Want als een grote economie als Spanje in gevaar komt, begint de euro in zijn voegen te kraken. De verhoudingen tussen Noord en Zuid zijn niet meer wat ze waren. Door zich amper iets gelegen te laten liggen aan Spanje liet de Duitse bondskanselier Angela Merkel het Zuiden nadrukkelijk links liggen. De Spaanse premier was op zijn beurt de laatste jaren nauwelijks te zien in Duitsland. Dat staat in scherp contrast met de innige manier waarop de socialistische premier Felipe González en zijn christendemocratische collega Helmut Kohl in de jaren tachtig gezamenlijk optrokken in Europa.


Wantrouwen heeft zich genesteld in de Europese Unie, denkt Jose-Ignacio Torreblanca, hoofd van de Madrileense afdeling van de Europese denktank ECFR. 'Er is een psychologische breuk tussen Noord en Zuid, tussen Spanje en Duitsland, maar ook met Nederland.' Het Zuiden wordt in toenemende mate beschouwd als een landen die potverteren, en andersom het Noorden als weinig solidaire opleggers van dictaten.


Het idee van het Noorden dat de euro kan blijven functioneren als alle aangesloten landen zich maar netjes houden aan de regels van het Stabiliteitspact berust op een misvatting, denkt Torreblanca. Als er geen fundamentele basis onder de munt wordt gelegd blijven de aanvallen vanuit de markt komen en zal steeds weer een tijdelijke oplossing worden bedacht. Landen als Spanje willen daarom de euro verstevigen, maar Duitsland ziet vooral bezwaren en weerstand van haar kiezers. 'Die breuk tussen Noord en Zuid vertaalt zich er in dat we binnen Europa van de ene in de andere crisis zullen rollen.'


De rust leek even weergekeerd aan het einde van de week. De markt kauwt nog even na op de aangekondigde maatregelen in Portugal en Spanje en de geruststellende woorden van de regeringsleiders. De Spaanse banken bevinden zich in een goede staat en hebben geen herkapitalisatie nodig, zo bezwoer premier Zapatero in zijn Amerikaanse televisieoptreden.


Maar niemand lijkt zich veel illusies te maken over een definitief herstel van vertrouwen. Het is nog lang niet afgelopen, vreest de Portugese econoom Amaral. De regering heeft de berekening van de lagere budgettekorten gebaseerd op een groeicier van 0,2 procent. Terwijl de internationale rekenmeesters een duidelijk krimp van de economie voorzien. 'Hoe haal je dan je doelstelling? Daar geeft de regering geen antwoord op. Geen wonder dat de markt je niet meer wil geloven.'


Spanje betaalt de prijs voor jaren van speculatie, zegt internetmakelaar Encinar. En de pijn is nog lang niet over. 'We gaan moeilijke jaren tegemoet. Met creativiteit en hard werken aan een echte economie moeten we er weer bovenop komen. Het snelle geld is weg en blijft voorlopig weg.'


Meer over