PostuumRaúl Baduel (1955 - 2021)

Vertrouweling van Chávez overleefde de president, maar zou nooit meer ontsnappen aan diens regime

Zelfs een generaal kan uiteindelijk sterven in de cel wanneer hij het waagt een president te bevragen. Dinsdag overleed de Venezolaanse ex-legerleider en voormalige minister van defensie Raúl Baduel op 66-jarige leeftijd. Hij bracht tien van de laatste twaalf jaar van zijn leven door in de gevangenis.

De Venezolaanse president Hugo Chavez (rechts) met zijn toenmalige minister van Defensie Raúl Baduel (links) tijdens een potje softball in Maracibo, in 2006. Beeld AFP
De Venezolaanse president Hugo Chavez (rechts) met zijn toenmalige minister van Defensie Raúl Baduel (links) tijdens een potje softball in Maracibo, in 2006.Beeld AFP

‘We hebben een fictieve democratie in ons land’, zei Raúl Baduel in 2008 tegen de Spaanse krant El País. De defensieminister was een klein jaar daarvoor ontslagen door zijn vroegere vriend en bondgenoot, de president van de Bolivariaanse Republiek Venezuela Hugo Chávez. ‘De enige wens van president Chávez is om aan de macht te blijven. Hij heeft de andere machten op de knieën gedwongen.’ De ontslagen minister sprak zonder meel in de mond. En zonder angst voor het staatshoofd dat hem met pensioen had gestuurd.

De twee mannen deelden een vriendschap en een politieke overtuiging die hen vrijwel hun hele volwassen levens zou verbinden. Uiteindelijk botste de gematigde, gewetensvolle Baduel met de impulsieve, charismatische, machtsbeluste Chávez. In 2009, twee jaar na Baduels ontslag, liet Chávez hem vervolgen en vastzetten. De politieke gevangene overleefde de president, die in 2013 stierf aan kanker, maar zou nooit meer ontsnappen aan diens regime.

Raúl Isaías Baduel werd geboren in 1955 in de centrale deelstaat Guárico en groeide op tussen bergen en groene vlakten. Op 17-jarige leeftijd ging hij naar de militaire academie waar hij de één jaar oudere Chávez ontmoette. Baduel stond bekend als een ijverige en kritische student, hij studeerde af als elfde van zijn lichting van 84 kadetten.

Staatsgreep

In de jaren tachtig vormde hij samen met Chávez en andere militairen de Bolivariaanse Revolutionaire Beweging 200 (MBR-200), een groep van jonge, linkse, hoogopgeleide militairen die droomden van een socialistische revolutie a la die van de Castro’s in Cuba. Desondanks onderscheidde de meer gematige Baduel zich begin jaren negentig al van Chávez en diens geestverwanten, toen hij zich afzijdig hield tijdens twee pogingen tot een staatsgreep. In 1999 kwam Chávez alsnog via verkiezingen aan de macht. De kandidaat met de rode baret won met 56 procent van de stemmen.

Drie jaar later beleefde de linkse populist een van de moeilijkste momenten uit zijn presidentschap en toonde Baduel de reikwijdte van zijn steun aan zijn oud-klasgenoot. In april 2002 groeide een vakbondsprotest uit tot een massaal volksprotest in hoofdstad Caracas. Demonstranten tegen Chávez botsten met diens aanhangers rond het presidentieel paleis. Tijdens een schietpartij kwamen zeker negentien mensen aan beide kanten om. Het leger weigerde Chávez opdracht om het protest neer te slaan. In plaats daarvan schaarde een deel van de strijdkrachten zich achter de demonstranten en arresteerden de president.

In de chaotische 47 uur waarin Chávez de macht kwijt was, speelde Baduel een cruciale rol. Hij was op dat moment commandant van de parachutistenbrigade en behoorde tot een grote groep legerleiders net onder de militaire top die achter Chávez bleven staan. Zoals hij tien jaar eerder tegen het plegen van staatsgrepen was geweest, zo beschouwde hij ook deze coup als onrechtmatig.

Hij leidde met zijn parachutistenbrigade de operatie ‘herstel van de waardigheid’, een missie om Chávez te bevrijden. Toen op straat doordrong dat de president zijn ontslag niet had aanvaard, keerde de publieke opinie zich tegen de coupplegers. De Chávez-gezinde militairen kregen de overhand en Chávez keerde terug naar het presidentieel paleis.

Kritiek

De president beloonde zijn vriend en vertrouweling door hem in 2004 te promoveren tot generaal en in 2006 te benoemen tot minister van defensie. Maar hoe dichter Baduel bij Chávez kwam, hoe kritischer hij naar hem keek. ‘Als minister kon ik constateren op welke onverantwoordelijke wijze grote beslissingen werden genomen’, zei hij in het interview met El País. ‘Op bescheiden en respectvolle manier deelde ik mijn observaties, zoals het een militair betaamt.’

Toch kwam de kritiek aan als een dolkstoot in de gevoelige rug van de president. Chávez kon niet verkroppen dat de ex-generaal, die groot aanzien genoot in het leger, kanttekeningen plaatste bij zijn plannen om de grondwet te wijzigen. Chávez beoogde via een referendum een grondwetswijziging binnen te slepen met meer macht voor de president en een grotere rol voor de strijdkrachten. Baduel geloofde in het leger als een instantie die de democratie verdedigt en eenmaal minister af verkondigde hij ook publiekelijk zijn bedenkingen. Toen de Venezolanen eind 2007 nipt tegen Chávez’ grondwet stemden, zag hij de ‘verrader’ Baduel als een van de verantwoordelijken.

Chávez’ opvolger Nicolás Maduro liet Baduel in 2015 voorwaardelijk vrij, maar liet hem in 2017 weer arresteren. Dinsdag overleed hij, tot grote woede van zijn familie en de Venezolaanse oppositie. Een eerste vaccinatie en een medische behandeling konden niet voorkomen dat hij stierf aan covid, stelt de regering. Zijn kinderen geloven er niks van en betichten het regime van moord op hun vader. Baduel is de tiende politieke gevangene die sterft in een cel van de Chavistische staat.

Meer over