'Vertrouw maar dat het goed gaat'

De ouders van Karel Noordzij waren gereformeerd aan de ene en remonstrants aan de andere kant, maar als kind was hij niet zo bezig met religie....

door Janny Groen

TOEN Karel Noordzij (55) werd gebeld door een hoge ambtenaar van het ministerie van Verkeer en Waterstaat, waren nauwelijks vijf maanden om van zijn sabattical year. Vlak voor Kerstmis 2001 werd hij gepolst of hij - de bruggenbouwer, de taaie doorzetter - orde op zaken wilde stellen bij de Nederlandse Spoorwegen.

Hij besloot zijn sabattical, een bezinningsperiode die hij regelmatig in zijn carrière inbouwt, te onderbreken. Trad aan als interim-voorzitter van de directie van de NS en gaf zichzelf zes maanden de tijd om rust te brengen in het bedrijf, de treinen meer op tijd te laten rijden en het ziekteverzuim omlaag te brengen.

Zijn 'bijna onmogelijk taak' bij de NS, zoals zijn nieuwe baan door velen is beschreven, ziet Noordzij als een belangrijke maatschappelijke uitdaging. Daarvoor wilde hij zijn sabattical wel onderbreken, hoewel stilteperioden in zijn carrière, en in zijn dagelijkse bestaan, bijna heilig zijn voor de NS-manager. Ze zijn onlosmakelijk verbonden met zijn levensfilosofie. Hij wil niet almaar doorhollen, niet uitsluitend worden geleefd door zijn hectische agenda.

Na zijn studie constructieve waterbouw aan de TU Delft was Noordzij officier bij de Koninklijke Marine, manager bij het ingenieursbureau K. Tamsma, studeerde hij bedrijfskunde aan de business school Insead in Fontainebleau, was senior projectmanager bij McKinsey & Company, commercieel directeur van Luchthaven Schiphol en voorzitter/directeur van Transport en Logistiek Nederland.

Tussendoor nam hij steeds adempauzes om 'fris te blijven, nieuwe impressies op te doen'. Om aan de hand van God in zichzelf af te dalen. 'Wilt U mij helpen de stilte op te zoeken in deze jachtige wereld, zodat ik beter met U kan communiceren. Wilt U mij ook helpen om echt te luisteren naar anderen. Niet alleen met het oor, maar juist met het hart en de geest', schreef hij in zijn bijdrage in het boekje Brieven aan God. Noordzij is Nederlands Hervormd, heeft een katholieke vrouw en drie kinderen.

Rol van religie in de jeugd

'Ik ben remonstrants gedoopt, heb belijdenis gedaan in de Nederlandse Hervormde Kerk. Mijn ouders hadden beiden een christelijke achtergrond. Gereformeerd aan de ene en remonstrants aan de andere kant. Mijn vader, die neuroloog en psycholoog is, heeft ook studie gemaakt van het katholicisme, het boeddhisme en het hindoeïsme. Hij is in het boeddhisme zelfs gepromoveerd, toen hij 74 was.

Maar als kind was ik niet zo bezig met religie. We moesten af en toe naar de kerk en daar bleef het bij. Op de middelbare school veranderde dat enigszins. Ik ging nog steeds naar de Nederlandse Hervormde kerk. In die tijd was daar een geweldige dominee, Verdonk heette hij, naar wie ik ademloos luisterde. Hij sprak over waarden en normen, doorzag het gedrag van mensen en in mijn ogen klopte het wat hij vertelde. Ik heb uit die tijd nog altijd drie kleine boekjes met ringbandjes, waarin ik aantekeningen maakte.

Wat ik daar toen in opschreef, geldt nog steeds. Bijvoorbeeld dat je critici je beste vrienden zijn op het moment dat je je eigen ego kunt uitschakelen. Natuurlijk, iedereen heeft een defensiemechanisme. Als iemand zegt dat je iets niet goed gedaan hebt, dan heb je vaak twee reacties. A: ik ben niet goed als persoon. Of B: dat heeft die ander niet goed begrepen, dat ligt aan hem, niet aan mij.

Dat zijn de primaire reacties die mensen in het algemeen hebben. Ik ben daar geen uitzondering op. Wat ik leerde, is dat het altijd gaat om je gedrag. En dat kun je aanpassen. De werkelijke betekenis van die boodschap drong toen nog niet zo bij me door, maar kennelijk vond ik het belangrijk genoeg om het op te schrijven. Veel later heb ik geleerd dat je niet alleen fouten mag maken, maar dat fouten veeleer lessen zijn.'

Nadenken over religie

'Getuige de fascinatie die ik had met die catechisatie van Verdonk ben ik met religie steeds bezig geweest. Alleen niet altijd even bewust. Tijdens mijn studie in Delft was het wat meer op de achtergrond, maar het heeft me nooit losgelaten. Na mijn studie gingen mijn vrouw Sophie en ik wonen waar ik mijn middelbare schooltijd had doorgebracht. Terug naar Oegstgeest, maar niet in de geest van Jan Wolkers. Daar trof ik opnieuw een inspirerende dominee: Carel ter Linden, die later naar de Kloosterkerk in Den Haag is gegaan. Hij is een heel goede vriend van ons geworden. Hij heeft ook onze drie kinderen gedoopt.

Wat me zo aansprak, is de combinatie van het cerebrale, een goede preek, en het emotionele liturgische dat je veel vaker in de katholieke kerk vindt. Het rationele van de protestantse denominatie, gekoppeld aan de devotie, de sfeer, het liturgisch ritueel van het katholicisme. Die combinatie kan prachtig zijn en helend. Ik vergelijk het wel met het gebruik van de linker en de rechter hersenhelft. Beide helften moeten in balans zijn. Als je een beslissing neemt, vraagt de linker hersenhelft: is de beslissing juist? En de rechter: voelt de beslissing juist aan?

Die combinatie, die mijn vrouw en ik samen ook vormen - zij is katholiek en ik ben Nederlands Hervormd - zie ik als een verrijking van mijn geloofsleven.'

Het moment van de keuze

'Ik heb nooit overwogen katholiek te worden. Ook al lag zo'n gemengd huwelijk dertig jaar geleden nog moeilijk. We zijn gemengd getrouwd. Onze kinderen zijn gedoopt, zijn ingeschreven in zowel de katholieke als de Nederlandse Hervormde Kerk. Bij ons is het twee geloven op één kussen en nooit sliep daar de duivel tussen. Nog altijd is mijn vrouw katholiek en ben ik overtuigd hervormd. We zijn niet allebei iets halfs gaan doen. Waarom ik hervormd blijf? Ik denk omdat ik het heel prettig vind om een mooie, stevige preek te horen.

Toch blijf ik wel een zoeker, op spiritueel gebied dan. Ik zoek de hele dag, bij wijze van spreken dan, want daarvoor heb ik natuurlijk een veel te volle agenda. De grote uitdaging die ik nu zie, is dat je meer op je intuïtie zou moeten managen. Dat je daar meer vertrouwen in zou moeten hebben. Ondernemers hebben dat heel vaak. Die zeggen: ik weet niet precies hoe het zit, maar mijn gut feeling zegt dat ik die kant op moet gaan. Ik vind dat fascinerend. Bovendien besef ik steeds meer dat je emoties moet toestaan. Emoties onderdrukken leidt tot maagzweren en hartaanvallen.

Ik kan het niet bewijzen. Maar ik geloof, om het een beetje plechtstatig te zeggen, dat de Heilige Geest via je intuïtie tot je komt. Dat je zo dus boodschappen binnenkrijgt. De kunst is het luikje open te zetten en die boodschappen toe te laten. Met die volgeboekte dagen van mij is dat moeilijk, een enorme uitdaging. Ik moet mezelf soms forceren om stil te zijn, het luikje te openen.

Ik merk het meteen: als ik niet genoeg stil ben, laat ik mezelf opjagen. Overdag, tijdens mijn job, is het me nog niet gelukt even pas op de plaats te maken. Stilte zoek ik voordat ik mijn werkdag begin en daarna. Dan ga ik een kwartiertje zitten en probeer nergens aan te denken. Zo kun je de zaken ook makkelijker relativeren. Op het moment dat ik die stilte niet toelaat, worden de dingen te absoluut.

De laatste tien jaar, voor een deel zal dat met de leeftijd te maken hebben, ben ik heel intensief bezig met die verinnerlijking. Ik besef dat er meer moet zijn achter de oppervlakte van de mens dan altijd wordt gedacht. We staan heel snel klaar met oordelen. Ik heb nu het streven meer ontvankelijk te zijn voor de signalen uit de ander, in plaats van dat je continue aan het zenden bent. Ik ben daar heel bescheiden in, want dat lukt me lang niet altijd. Maar ik heb geleerd mezelf dat niet meer te verwijten, het meer te zien als lessen voor mezelf. Ik merk ook dat als ik het heel erg druk heb, me dat minder lukt. Ik zeg wel grappenderwijs dat je moet oppassen dat je het zo druk hebt, dat je niet meer aan je prioriteiten toekomt. Dan houd je het overzicht niet.'

Het geloof uitdragen

'Ik ben daar beschroomd in. Want wie ben ik nou dat ik ga vertellen hoe anderen moeten geloven. Ik heb genoeg aan mezelf, moet er zelf nog te hard aan werken. Ik vind dat eenieder verantwoordelijkheid voor zichzelf moet nemen. Niet wachten tot de maatschappij verandert, de baas verandert, je partner niet meer zo vervelend doet. Niet denken: als zus en zo verandert, dan word ik gelukkig. Dat is een attitude in het leven die de macht weggeeft en verantwoordelijkheid wegschuift. Maar als je dat zegt, is dat voor sommigen heel beangstigend, want dan moeten ze hun geluk ineens in zichzelf zoeken, uitvinden wat hun drijfveren zijn, hoe ze in het leven staan.

Overigens is dat een voortdurend proces. Door dit interview word ik gedwongen alles voor mezelf ook weer eens op een rijtje te zetten. Wat is belangrijk voor me, waar ligt mijn geluk, welke maatschappelijke verantwoordelijkheid wil ik dragen? Het lezen van de Bijbel helpt me daarbij, maar ook veel andere boeken. En dan moet ik helaas constateren dat ik veel te weinig lees. Nou ja, boeken dan. Ik lees vooral rapporten en notities. Ik moet mezelf tot het lezen van boeken zetten. Met lezen is het net als met zwemmen: als je eenmaal door bent, is het heerlijk.

Het is zo makkelijk jezelf te laten afleiden door blèrende televisieprogramma's met veel niet-subtiele emoties. Het antidotum daartegen is de verinnerlijking en de subtielere emoties, die veel dieper gaan. Als ik dan de Bijbel lees, zoek ik het vooral in het Nieuwe Testament. Dat is veel troostrijker. Het gaat voor mij om de imitatio Christi. God heeft Christus en ook de mens geschapen naar zijn beeld. Jezus leefde op een manier waarop wij dat ook zouden moeten doen. Maar dat kunnen we nog niet. De grootste valkuil voor ons daarbij is ons eigen ego. En het feit dat je vaak geneigd bent je identiteit, je drijfveren, van buiten te halen, in plaats van van binnen. Dat betekent dat je dan te gevoelig bent voor het - vaak imaginaire, vermeende - oordeel van anderen. En niet handelt vanuit je eigen waardensysteem, of op grond van je intuïtie, waar ik het al eerder over had.

In dat opzicht is mijn vrouw een geweldige coach voor me, ze helpt me in mijn streven steeds mijn intuïtie te volgen. Zelf ben ik ook personal coach voor andere managers. Daar heb ik een opleiding voor gevolgd bij Cherie Carter-Scott, een Amerikaanse bestseller-auteur die al 25 jaar inner negotiation workshops geeft. Het is niet zo dat ik bij het coachen mijn geloof verkondig, maar ik praat natuurlijk wel uit bepaalde waarden en normen. Ik coach mensen bij het maken van keuzen in hun leven, waar ze niet alleen hun ratio bij kunnen gebruiken. Mannen blijken vaak zo rationeel, pingpongen te veel in hun hoofd.

Een voorbeeld: je bent toe aan een nieuwe baan. Dan kun je, volgens het systeem van de Consumentenbond, bij allerlei criteria plusjes en minnetjes zetten. Vaak blijkt de baan die rationeel de meeste plusjes krijgt, toch niet goed aan te voelen. Je moet niet alleen maar denken, maar ook je gevoel erbij inschakelen.

De stiltemomenten, de intuïtie, de Heilige Geest zijn voor mij onlosmakelijk met elkaar verbonden. Toch is het moeilijk je daaraan helemaal over te geven. Dat is mijn allergrootste uitdaging: het overlaten aan Onze-Lieve-Heer. Vertrouw maar dat het goed gaat, dat er van boven iets wordt bestierd. Het bereiken van dat volstrekte vertrouwen is een continu leerproces. Ik denk dat ik doorleer tot ik 92 ben, want ik denk wel eens dat je pas doodgaat als je een bepaalde wijsheid hebt bereikt. Maar ja, ik ben hardleers, dus ik kan nog wel een tijdje mee.'

Meer over