Vertrekpremies kosten publieke sector miljoenen

Vertrekpremies hebben de (semi)publieke sector vorig jaar miljoenen euro's gekost. Vooral reorganiserende woningcorporaties waren veel geld kwijt aan gouden handdrukken voor bestuurders en managers die moesten vertrekken.

AMSTERDAM - Dat blijkt uit onderzoek van de Volkskrant in 119 jaarverslagen over 2013 van instellingen die met publiek geld werken. Volgens de Wet normering topinkomens (WNT) die vorig jaar inging, moeten hoge vertrekpremies worden gerapporteerd. Bestuurders en managers mogen voortaan niet meer mee- krijgen dan 75 duizend euro.

Vorig jaar was dat vaak nog vele malen meer. Woonbron bijvoorbeeld was ruim 3 miljoen euro kwijt aan vertrekpremies voor elf hoge functionarissen die door een reorganisatie moesten vertrekken bij de Rotterdamse woningstichting. Het hoogste bedrag was voor een concernadviseur organisatieontwikkeling, die sinds 1979 in dienst was. Hij kreeg 411 duizend euro mee. Voor een vestigingsdirecteur en twee 'transitiemanagers' was de gouden handdruk ruim 3,5 ton. Woonbron geeft in het jaarverslag aan dat de organisatie ingrijpend is veranderd, met veel minder arbeidsplaatsen. Met de bonden is een sociaal plan afgesproken. De vertrekpremies zijn daar onderdeel van.

Datzelfde verhaal heeft Vestia, dat bijna ten onderging aan het derivatendebacle. Het vertrek van vier directeuren en een coördinator kostte de Rotterdams/Haagse corporatie bijna 1,7 miljoen euro. Een bedrijfsdirecteur kreeg 529 duizend euro mee, een directeur beleid 489 duizend euro. Vestia moest na het derivatendebacle reorganiseren en wijst ook op het sociaal plan en de langdurige dienstverbanden als verklaring voor de hoge bedragen. Onlangs werd al bekend dat de Amsterdamse woningcorporatie Rochdale vorig jaar 4,5 miljoen euro kwijt was aan zo'n 65 boventallig geworden functionarissen. Ymere en Portaal keerden vorig jaar meer dan een half miljoen euro uit, blijkt uit hun jaarverslagen.

De serie gouden handdrukken blijft niet beperkt tot de corporaties. Bij financieel dienstverlener Achmea, waar diverse zorgverzekeraars zoals Agis en Zilveren Kruis onderdeel van zijn, vertrokken vorig jaar 34 mensen, met gemiddeld bijna 2,5 ton. Dat brengt het totaal aan gouden handdrukken bij Achmea op bijna 8,5 miljoen euro. De hoogste vertrekpremie was negen ton. De bedragen zijn voor heel Achmea, dus ook voor de schade- en autoverzekeraars, die niet onder de WNT vallen.

De Luchtverkeersleiding Nederland was vorig jaar ruim zes ton kwijt aan drie ontslagen medewerkers. Een engineer kreeg 2,5 ton mee, een 'crisiscoördinator' 241 duizend euro. Ook hier was een sanering de oorzaak. Verder kreeg een beleidsadviseur van de VU in Amsterdam een vertrekpremie van 338 duizend euro, de directeur van de Amsterdamse Academie voor Beeldende Vorming kreeg 3,5 ton.

Een manager van de Isala Klinieken in Zwolle kreeg een gouden handdruk van 340 duizend euro. Begin deze maand ontstond ophef over vertrekpremies in de zorgsector, nadat RTL onthulde dat interim-adviseur Maarten van der Vorst van het Kennemer Gasthuis 382 duizend euro meekreeg. De verontwaardiging was groot, omdat het ziekenhuis in 2012 verlies leed en honderden mensen moest ontslaan. Bovendien zou een truc toegepast zijn door Van der Vorst als adviseur te benoemen, in plaats van als bestuurder. Zo kon de maximale vertrekpremie uit de WNT worden omzeild. Volgens het ziekenhuis viel Van der Vorst onder de overgangsregeling van die WNT, en was hij zijn geld waard, omdat het Kennemer Gasthuis nu weer winst maakt. Minister Schippers doet op verzoek van de Tweede Kamer nader onderzoek naar de zaak.

undefined

Meer over