InterviewJaap van Hierden

Vertrek uit Afghanistan? Deze ngo-directeur negeerde die oproep altijd, tot vandaag: ‘Maar ik was graag gebleven, juist nu’

Directeur Jaap van Hierden van de Nederlandse hulporganisatie Cordaid vertrekt donderdag – met tegenzin – uit Kabul. De afgelopen drie jaar reisde hij als een van de weinige buitenlanders door Afghanistan zonder gewapende escorte en gepantserde auto’s. ‘We hebben zelden problemen met lokale Taliban, maar het is altijd weer spannend.’

Mensen zijn gestrand bij de Afghaanse grens met Pakistan, nadat deze werd gesloten door de Taliban.  Beeld EPA
Mensen zijn gestrand bij de Afghaanse grens met Pakistan, nadat deze werd gesloten door de Taliban.Beeld EPA

In een kloek gebouw in de Afghaanse hoofdstad Kabul bestuurt de Nederlander Jaap van Hierden (55) het landelijke kantoor van hulporganisatie Cordaid. De ervaren ex-diplomaat en ontwikkelingswerker leidt een netwerk van kantoren door het hele land met zo’n 130 medewerkers die jaarlijks 10 miljoen euro hulpgeld verdelen.

Wat opvalt aan zijn kantoor: geen slagboom met gewapende bewakers, geen terreinwagens met kogelwerende ramen op de binnenplaats. Van Hierden vertrouwt naar eigen zeggen op het imago van onpartijdigheid van zijn internationale organisatie; mede daarom negeerde hij in het verleden oproepen van de Nederlandse ambassade het land te verlaten. Tot vandaag. Nu vliegt Van Hierden terug naar Nederland.

Hoe onveilig is Kabul?

‘Het is op zich rustig. Maar de sfeer op straat is heel gespannen en ook hier op kantoor. Dat komt door de snelle opmars van de Taliban in het land en door de oproep van diverse ambassades afgelopen week om te vertrekken. Dan denken veel mensen toch: weten die misschien iets dat ik niet weet? Sommige collega’s hebben meteen een visum aangevraagd bij de VS of Canada en kregen dat ook. Ik ga niemand tegenhouden, maar ik denk wel: voor Afghanistan is dit een slechte ontwikkeling. Zo jagen we de mensen die wij de afgelopen twintig jaar hebben getraind en opgeleid om het land te helpen besturen, meteen weg.’

U gaat zelf ook weg.

‘Ik had graag willen blijven omdat het, juist onder dit soort omstandigheden, belangrijk is om aanwezig te zijn als landendirecteur: om het moreel hoog te houden, om paniek te verminderen. Zelf heb ik mij afgelopen jaren nooit bedreigd gevoeld. Als de ambassade adviseerde dat Nederlanders het land uit moesten, maakten wij onze eigen afweging. We rijden in gewone auto’s, ik slaap in een gewoon huis. Mijn vertrek is met name nodig om de reputatie van mijn organisatie te beschermen. Er is nu zo veel aandacht is voor de veiligheidssituatie in Afghanistan, dat als er iets zou gebeuren met een Nederlander bij Cordaid, er veel imagoschade kan ontstaan.

‘Daar komt bij dat we inmiddels een stevige organisatie hebben opgebouwd met aanwezigheid in de meeste provincies, gerund door Afghanen die wij hebben opgeleid. Ik en twee technisch adviseurs zijn nog de enige buitenlanders bij Cordaid Afghanistan. Vanaf donderdag moeten zij het alleen doen en daar heb ik alle vertrouwen in.’

Landendirecteur Jaap van Hierden van Cordaid Afghanistan. Beeld Cordaid
Landendirecteur Jaap van Hierden van Cordaid Afghanistan.Beeld Cordaid

Hoeft u nog wel terug?

‘Ik blijf wel leidinggeven van afstand. Helaas is dat nodig. Zonder buitenlandse directeur, zo leert de ervaring, stijgt het risico dat je internationale organisatie vervelende lokale trekken gaat vertonen. Dan neemt de Afghaanse baas nieuwe mensen aan uit zijn eigen familiekring of tribale groep en verkleint hij het vrouwelijk aandeel in het personeelsbestand – nu nog fiftyfifty op het hoofdkantoor. Wat ook meespeelt is dat westerse directeuren als vanzelf toegang hebben tot een netwerk van sponsors, ambassadeurs en andere hulporganisaties. Het is niet goed; maar een lokale directeur wordt niet toegelaten tot dat kringetje.’

De Taliban rukken op. Maakt u zich zorgen over de achterblijvers?

‘Medewerkers van hulporganisaties worden over het algemeen niet bedreigd in Afghanistan. Daar hebben we regelmatige besprekingen over tussen ngo’s (private hulporganisaties, red.). Er is tijdens dit laatste offensief voor zover we weten nog niemand gedood omdat hij voor een hulporganisatie werkt. De politieke leiding van de Taliban heeft trouwens ook gezegd: ‘ngo’s zijn niet ons doelwit.’ Al weet je natuurlijk nooit hoe de Taliban in de provincies daarover denken. Het grootse gevaar voor hulpverleners is volgens mij nevenschade. Je kunt een bom op je kantoor krijgen die niet voor jou bedoeld is. Ook vlak na gevechten is het testosterongehalte zo hoog, dat je beter uit de buurt kan blijven.’

Wat gebeurt er met Cordaid-kantoren in Talibangebied?

‘We hebben inmiddels geleerd dat de Taliban vele gezichten hebben. Zo gingen onze medewerkers twee dagen geleden, na hevige gevechten om de stad Herat, noodgeld uitdelen in het naastgelegen district Rabat Sangi. Dat mocht. Elders hebben we meegemaakt dat ons geld werd afgepakt door de plaatselijke warlord, waarna de Taliban – na klachten van bewoners – die baas in de gevangenis gooiden en het geld terugbrachten. We hebben zelden problemen met lokale Taliban, maar het is altijd weer spannend.’

Wat verwacht u voor de komende weken in Afghanistan?

‘De Taliban voeren een grootse propagandaoorlog en demoraliseringscampagne. Ze zaaien angst in de hoop dat Afghanen bij voorbaat voor de veronderstelde winnaar kiezen. De regering beschikt over veel meer soldaten, agenten en zware wapens, maar weet dat voordeel niet te benutten. De Afghaanse leiders zijn vooral bezig elkaar te bestrijden, heel jammer. De president vraagt nu hulp aan milities en brengt zo een nieuwe burgeroorlog dichterbij.

Toch verloopt de Talibanopmars minder voorspoedig dan je zou denken. Volgens ngo-bronnen werden afgelopen drie maanden 20.000 Talibanstrijders gedood of raakten gewond. Tegen achtduizend slachtoffers aan regeringszijde. De Taliban moeten dus snel grote verliezen aanvullen, wat alleen kan door strijders uit andere provincies of uit het buitenland te halen. Een riskant spel: veel Afghaanse gemeenschappen dulden geen vreemdelingen. Nog meer hoog spel: de Taliban vallen, tegen alle afspraken in, grote steden aan voor de deadline op 11 september. Zo verspelen zij de legitimiteit die zij eerder hadden gekregen van de internationale gemeenschap. De uitkomst is zeer ongewis. Over een maand weten we meer.’

Meer over