Vertrek Ecevit zou nekslag voor regering zijn

De Turkse premier kan zijn werk niet meer aan. Maar nieuwe verkiezingen zitten er niet in. Tot verdriet van de islamistische partij die de grootste zou worden....

In april 2004 zijn er weer verkiezingen in Turkije en er is geen sprake van dat die datum zal worden vervroegd. De patijen in de coalitie mogendan wel onderling van mening verschillen over hoe aan de eisen van de Europese Unie voor een Turks lidmaatschap tegemoet kan worden gekomen, dat betekent niet dat het kabinet zal vallen. Aldus premier Bülent Ecevit begin deze week.

We gaan gewoon weer aan het werk en iedereen kan gerust gaan slapen, was de boodschap van de 77-jarige politicus aan iedereen en aan de financiële markten in het bijzonder. Maar helaas voor oude veteraan is dat een gepasseerd station.

Ecevit kan het werk fysiek en geestelijk niet meer aan, luidt het oordeel van de meeste Turken. De man is op. Dat was ook te zien toen hij de pers te woord stond na een drie uur durende ontmoeting met zijn vice-premiers Devlet Bahceli en Mesut Yilmaz. Hij stamelde en vergiste zich herhaaldelijk. Zijn optreden was een herhaling van vorige week toen hij ten overstaan van miljoenen tv-kijkers het parlement binnenstrompelde en een moeizaam betoog vol versprekingen hield.

Verwonderlijk is het niet dat de oppositie om het hardst roept dat de premier weg moet. Zowel Tayyip Erdogan van de islamistische Gerechtigheids- en Ontwikkelingspartij (AKP) als oud-premier Tansu Çiller van de Partij van Juiste Pad (DYP) verklaarden dat herhaaldelijk.

Erger is dat de grootste krant van het land Hürriyet deze week de premier liet vallen. Ecevit kampt bovendien met critici in zijn eigen Partij van Democratisch Links (DSP).

Erdogan en Çiller willen dolgraag verkiezingen. Volgens opiniepeilingen zou de AKP met 18 procent veruit de grootste worden. De drie regeringspartijen - de extreemrechtse Nationalistische Actie Partij (MHP) van Bahceli, de conservatieve Moederlandpartij (ANAP) van Yilmaz en Ecevits DSP - halen de kiesdrempel van 10 procent niet eens.

Voor hen zou de stembusgang dodelijk zijn. Vandaar ook dat de drie leiders er alles aan doen om de eenheid te bewaren, terwijl binnen de partijen de tegenstellingen groeien.

Zo zette Yilmaz onlangs de jonge Ercan Mumcu, de veelbelovende ex-minister van Toerisme, aan de kant toen deze scherpe kritiek op de leider uitte.

Ook Bahceli heeft moeite de gelederen in zijn MHP gesloten te houden.

Voor veel partijgenoten zijn twee zaken onverteerbaar: het afschaffen van de doodstraf en het toekennen van meer culturele rechten aan de Koerden. Zij vrezen dat de gevangenzittende PKK-leider Abdullah Öcalan de strop zal ontlopen en dat verruiming van de rechten voor Koerden ertoe zal leiden dat deze een eigen staat willen.

Maandag verklaarde zijn partijgenoot Murat Sökmenoglu dat de MHP uit de regering zal stappen als de coalitiepartners gemene zaak met de oppositie maken om de Koerden meer rechten te geven.

De strijdkrachten, zelfbenoemde hoeders van Atatürks seculiere republiek, wensen evenmin vervroegde verkiezingen. Ook zij zien dat Erdogan met gemak de kiesdrempel zal halen en Çiller hoogstwaarschijnlijk. Zij zijn niet vergeten dat Çiller halverwege de jaren negentig ondanks haar met de mond beleden secularisme, zonder aarzelen een kabinet vormde met de islamist Necmettin Erbakan, leider van de imiddels verboden Welzijnspartij (Refah).

De militairen dwongen Erbakan en Çiller in 1997 tot aftreden tijden de zogenoemde 'fluwelen coup'. Zij achten Çiller opportunistisch genoeg om met Erdogan een verbintenis aan te gaan.

Meer over