Vertel een verhaal

De journalistieke vertelkunst is hevig in de mode. Eén dagje bladeren en zappen, en de kijker heeft een omnibus vol plots en ontknopingen te pakken....

Lezers en kijkers zijn net kinderen: bij elke 'er was eens . . .' spitsen ze Pavlovsgewijs de oren. Gebruikmakend van die zwakte trekken verhalende journalisten zelfs de meest weerspannige lezer of kijker bij zich op schoot. Maar meestal tegen een hoge prijs: hun doorsnee vertelling bevat maar weinig feiten en heeft bar weinig implicaties. Als 't goed is zeggen journalistieke vertellingen iets over kwesties; of - zoals de Engelsen het zouden zeggen - leggen de stories actuele issues bloot. De beroemde Vrij Nederland-kleurenbijlage uit de jaren zeventig voldeed aan die norm. Reportages als De flat, Lijn zestien en De stacaravan vertelden meer dan het verhaal van die ene flat of tram, ze schetsten het verhaal van een hele samenleving. Bij die prachtproducten steken de meeste huidige vertellingen kaaltjes af.

De potentie van de journalistieke vertelling is enorm. In de Verenigde Staten behoort de journalistieke thriller tot de invloedrijkste en best verkochte genres. Over boeken als Barbarians at the Gate van Bryan Burrough en John Helyar (over de overname van R.J.R. Nabisco), Greed and Glory on Wall Street (over de val van de Lehman Bank) en Three Blind Mice (over de omroepmaatschappijen ABC, CBS en NBC) van Ken Auletta, wordt maandenlang nagepraat. Het productieproces is er naar. Eerst verrichten de auteurs - vaak tegen vorstelijke voorschotten - maandenlang research. Vervolgens verwerken ze hun indrukken in artikelen en boeken met dialogen en plots die feiten als vanzelf bij de lezer naar binnen lepelen.

En dan is 's werelds invloedrijkste journalistieke verteller nog niet genoemd: het Amerikaanse programma 60 Minutes stelt al sinds mensenheugenis misstanden aan de kaak. Nothing comes easy: elk van de drie onthullende reportages die het magazine bevat, kost acht weken research. Die inspanning wordt echter beloond. In de Amerikaanse vakpers is uitgerekend dat geen prime-time programma meer kijkers heeft getrokken dan 60 Minutes. In drie achtereenvolgende decennia bereikte het programma de eerste plaats van de tv-Top-10. Eind 1993 had 60 Minutes in totaal 1,3 miljard dollar aan reclamegeld opgebracht. En ook hier, bij het best bekeken en meest winstgevende programma ooit door televisie voortgebracht, blijkt de vertelfactor van doorslaggevend belang. 'Hollywood, opera, boek, omroep en krant', heeft 60 Minutes-producer Don Hewitt eens gezegd, 'hebben één simpele formule met elkaar gemeen: tell me a story.'

De opwaardering van de journalistieke vertelling is meer dan een aardig ideetje: het is de beste, zo niet de enige manier om mensen voor ernstige kwesties te interesseren.

De Amerikaanse politiek heeft die waarheid op listige wijze omarmd. Op de laatste conventies van Democraten en Republikeinen kwamen de kwesties überhaupt niet meer ter sprake; de thema's waren zorgvuldig in persoonlijke stories verpakt. Ook de fictie-industrie doet - soms op meer, soms op minder integere wijze - aan de exploitatie van de waargebeurde vertelling mee. De Mannetjesmaker, The Killing Fields, JFK, Schindler's List, het toneelstuk Srebrenica: steeds verder wagen fictie-auteurs zich op een terrein dat aan journalisten leek voorbehouden.

Het publiek kijkt er nauwelijks meer van op. In 1980, toen het Amerikaanse tv-feuilleton Holocaust de jodenvervolging in dramavorm bij de mensen thuisbracht, reageerde Nederland nog geschokt. Nu is het gewoon dat filmmakers en toneelauteurs hun partjes van de realiteitskoek snijden. Helemáál bevredigend zijn de resultaten echter zelden - de hardnekkige discussies over het waarheidsgehalte van die vertellingen bewijzen het.

Een rijkere journalistieke vertelkunst . . . het zou geen kwaad kunnen in een land waar zedenpolitie schaars wordt, schoolgeweld toeneemt, illegalen marginaliseren en de buurman met een vliegtuig vol sekstoeristen richting Sri Lanka vertrekt.

Vooralsnog is de oogst aan kwaliteitsproducten echter mager. Indruk maakten Geert Maks boek De engel van Amsterdam en Bas van Houts onthullende vertelling over CP'86, en van dat kaliber zijn er nog wel een paar te vinden. Maar het gros van de vertellingen is 'klein', wil slechts duidelijk maken dat de wereld veel rare mensen en nare toestanden kent.

Komt het doordat de journalistieke vertelkunst nergens in ons land op niveau wordt onderwezen? Is 't een kwestie van motivatie? Wie de reportage over de redactie van deze krant in het recente jubileumkatern las, vermoedt het laatste. Maar wie weet: een redactie met het 'opkomen voor ontrechten en verdrukten' in de statuten móet toch de straat op te krijgen zijn. Zo niet, dan zal Nederland de vertelling over de ware toestand in de wereld straks in technicolor in de bioscoop moeten gaan zien.

Theo van Stegeren

Meer over