Verslaafd aan het leven en aan het schrijven

Martin Brils doel was helder: eindigen op de voorpagina van de Volkskrant. En zo is het gebeurd. Helaas moest hij al na negen columns capituleren.

Afgelopen zondagavond heb ik afscheid van Martin genomen. Hij lag in bed. Zijn dochters en zijn vrouw Anneke zaten bij hem. Zijn hond lag tegen zijn voeten aan. Hij verrekte van de pijn. Om maar met het nieuws in huis te vallen, zei ik vrij onbeholpen dat hij de Bob den Uyl-prijs had gewonnen. Informatie die pas twee dagen later bekend mocht worden. Voor je boek over Napoleon, je grote held, vulde ik aan. ‘Terecht’, zei hij en hij glimlachte. Hij had er niet op gerekend, volgens zijn vrouw. Zijn dochters schreeuwden het uit: ‘Dat was je lievelingsboek, pap. Daar heb je keihard aan gewerkt.’

Iedereen in tranen.

Later was ik met hem alleen. Er vielen lange stiltes tussen verwarde zinnen, over oorlog en de poes die weg was. En dan opeens was hij glashelder: ‘De bal ligt stil tegen de muur. Ik kan hem niet meer wegtrappen. Ik ben doodmoe.’

De strijd tegen kanker beheerste zijn leven al vele jaren. Het laatste jaar was onmenselijk. Maar hij wilde blijven schrijven. Dat is mijn levensader, zei hij vorig jaar toen hij vlak voor de zomer zijn doodvonnis had gekregen.

De man die rokjesdag tot een nationale gebeurtenis had verheven, wist dat de strijd ongelijk was. Maar hij was vastbesloten te winnen. Had Churchill niet gezegd: ‘We will fight them on the beaches’?

Zijn doel was helder: eindigen op de voorpagina van de Volkskrant. En zo is het gebeurd. Dat hij na negen columns al moest capituleren, wilde hij niet accepteren. Hij sprak zondagavond nog van een time-out, meer ook niet. En ik moest het niet in mijn hoofd halen ondertussen iemand anders op zijn plek te zetten. ‘Ik wil er niet uit.’

Martin Bril was verslaafd aan het leven en vooral aan het schrijven. Elke dag die God gaf. Over klein menselijk leed, maar ook over wereldse zaken. Hij kon enorm boos worden op politici die in zijn ogen iets ongelooflijk stoms deden.

Het liefst ging hij eropuit, met de auto een eind rijden. Vaak naar Groningen, waar zijn wortels lagen, of naar Frankrijk, waar hij graag vertoefde om bij te komen van de stadse hectiek. Altijd onderweg, nooit rust in zijn kont. En dan ’s avonds met Giphart en Chabot, zijn trouwe maten, een zaal veroveren met korte verhaaltjes of gedichten. En daarna aan de drank. Hij leefde drie levens ineen.

Martin was een zeer geliefd columnist. Veel lezers wilden de dag niet beginnen zonder Bril. Wij blijven allemaal ontroostbaar achter.

Pieter Broertjes,

hoofdredacteur

Meer over