Verslaafd aan de lust om met mensen te spelen

Anton van der Waals was na de oorlog de meest gezochte Nederlander. Zijn verradersrol had meer dan honderd verzetsstrijders het leven gekost....

ALS NEDERLAND ooit nog eens wordt bezet, is het toekomstige verzetslieden geraden het verhaal van Anton van der Waals goed te bestuderen. In De verrader - Leven en dood van Anton van der Waals, een door Auke Kok geschreven biografie, kunnen zij lezen hoe zij het niet moeten doen.

In 1948 werd Nederlands belangrijkste verrader Anton van der Waals op 36-jarige leeftijd ter dood veroordeeld. De toch vergevingsgezinde koningin Juliana wees zijn gratieverzoek af. In de vroege ochtend van 26 januari 1950 werd hij uit de Scheveningse gevangenis naar de Waalsdorper Vlakte gereden en daar geexecuteerd. Dezelfde gang hadden ook vele van zijn slachtoffers moeten gaan, als ze niet in Duitse concentratiekampen waren omgekomen. Kok schat dat veel meer dan honderd mensen het slachtoffer van zijn verraad zijn geworden.

De verrader laat zich lezen als een spannend drama, maar dan een oerhollands drama. Want hoe bizar het leven van Van der Waals in veel opzichten ook was, de kleinburgerlijke kanten ontbraken nooit. Hij was afkomstig uit een eenvoudig Rotterdams gezin - zijn vader was huisschilder - en niets wees erop dat hij zich zou ontwikkelen tot de belangrijkste agent provocateur die Nederland ooit heeft gekend, of het moest zijn dat hij al op de gereformeerde lagere school bekend stond als een gluiperig mannetje, iemand die zijn vriendjes verlinkte.

Het was een tijd dat men nog gewoon kantoorbediende werd, zoals Van der Waals, of koopman, zoals die andere verrader George Ridderhof. Maar omdat zijn ouders in de handige knutselaar een wonderkind zagen, moest en zou hij een nieuwe Edison worden. En toen dat niet erg wilde lukken, ging het mis. Zijn eerste vrouw vond het niet erg gereformeerd dat hij met een revolver onder zijn hoofdkussen sliep, en verliet hem.

Met de Duitse inval openden zich nieuwe perspectieven. Van der Waals knoopte contacten aan met het verzet, de NSB en de Duitsers. Mussert was echter te fatsoenlijk om van zijn verradersdiensten gebruik te willen maken en royeerde hem als NSB-lid. De Sicherheitsdienst (SD) had een zakelijker benadering. Het ambitieuze hoofd van de afdeling contraspionage, Joseph Schreieder, raakte al snel overtuigd van de kwaliteiten van de sluwe Rotterdammer, die voor geld tot alles bereid was. Van der Waals werd zijn beste Vertrauensmann (V-Mann).

Kok beschrijft hoe Van der Waals het vertrouwen van de verzetsmensen wist te winnen, ze uithoorde en nadat alle informatie over de verzetsgroep was verkregen, ze in handen van de Duitsers speelde. Vooral door verzetsgroepen die contact met Londen zochten, trok hij een verwoestend spoor. Dit alles onder regie van Schreieder, de grote man achter het Englandspiel, het nog steeds onopgehelderde radioverkeer tussen de SD en Londen. Door Londen afgeworpen agenten en wapens bleven, ondanks de waarschuwingen van de Nederlandse agenten, keurig aankomen op de afgesproken afwerpterreinen, waar ze even keurig werden opgewacht door het Empfangskommando van de SD.

Kok vermeldt de intuïtieve achterdocht van de vrouw van verzetsman Theo Dobbe: 'Ze zag een boekje liggen: Hoe word ik een spion. 'Dat is wel wat voor u', zei ze. Hij moest erom lachen en kocht het boek direct.' In passages als deze lijkt het haast of Van der Waals zijn geluk op de proef wilde stellen. Ook zijn volgens Kok vaak opvallend achterdochtige gedrag maakt het moeilijk voorstelbaar dat zoveel mensen in de val liepen.

Dat misschien wat wereldvreemde intellectuelen als prof. Schoemaker, burgemeester Oud van Rotterdam, oud-premier De Geer en de socialistische leider Koos Vorrink zijn bluf niet doorzagen, valt nog te begrijpen. Karakteristiek voor de in Nederland heersende naïveteit was de reactie van Vorrink, die zich na zijn arrestatie tegenover de SD opwond: 'Maar ik vind het minderwaardig dat jullie zo gemeen zijn geweest een provocateur op ons dak te sturen.' In een protestnota liet hij de Duitsers weten dat geen stijl te vinden.

Door schade en schande wijs geworden verzetsmensen zouden toch gealarmeerd moeten zijn geraakt door de luidruchtige nonchalance waarmee Van der Waals met zijn Engelse wapens en sigaretten liep te pronken, een eigenschap die hij trouwens met die andere beruchte V-Mann Ridderhof gemeen had. Evenals vele andere verraders was hij er bovendien graag bij als zijn slachtoffers werden ingerekend. Hij stond dan even verderop glimlachend een sigaretje te roken. Zonder risico's was dat overigens niet. Verscheidene malen probeerde het verzet hem te liquideren, maar telkens was de gladde aal hun te slim af.

Alleen de vrouwen van sommige verzetslieden en een enkele verzetsman als Leen Pot vertrouwden hem niet. Pot waarschuwde Londen, maar werd daar niet geloofd, evenmin als het verzet oor had voor de waarschuwingen van de chauffeur van Schreieder.

Hoewel Kok weigert te psychologiseren, blijkt uit zijn biografie dat Van der Waals werd gedreven door gekwetste ijdelheid, geldzucht en geldingsdrang. Nu kon hij, die nooit een school had afgemaakt, verkeren in de hoogste kringen en, nog mooier, hij beschikte in zekere zin over hun lot. Het lijkt wel of hij verslaafd raakte aan zijn lust om met mensen te spelen, ook weer een bekend verschijnsel onder V-Männer.

Alle ingrediënten voor een spannend boek zijn volop aanwezig: vrouwen, geld en geweld. Van der Waals vermoordde aan het eind van de oorlog zijn huisknecht om in het bezit te komen van diens papieren. Het was niet de enige moord die hij zonder scrupules pleegde. En hij was waarschijnlijk de enige Nederlander die tegelijk verloofd was met de dochter van een verzetsman en met de secretaresse van een hooggeplaatste SD-chef, 'wat in zekere zin toch een prestatie mocht heten', voegt Kok eraan toe.

Hollands blijft het drama tot het eind, niet alleen doordat een van de verzetsgroepen die hij oprolde, 'Leve de Koningin' heette, maar vooral doordat de door Kok beschreven gebeurtenissen met hun vaak gruwelijke afloop beginnen op zulke vertrouwd voorkomende locaties - bekende horeca-etablissementen, de Bijenkorf of de Cineac-bioscoop - die na lezing van het boek veel van hun onschuld verliezen.

Toen Van der Waals te bekend was geworden bij het verzet en dus voor de Duitsers zijn nut verloor, kwam hij niet zoals de Franse collaborateurs terecht in een luguber kasteel als Sigmaringen, maar eerst op een woonboot bij Aalsmeer en daarna in een luxueus soort zomerhuisje in noord-Drenthe, dat luisterde naar de naam Sunday Home.

Na de bevrijding lukte het hem nog zich door de geallieerden naar Duitsland over te laten brengen om te infiltreren in een ondergrondse beweging. Wat ze precies met hem wilden, blijft duister; datzelfde geldt voor de periode waarin hij voor de Russen werkte. In 1946 werd hij dan in Berlijn gearresteerd en voerden de Engelsen de meest gezochte Nederlander onder druk van een inmiddels op kookpunt geraakte publieke opinie naar Rotterdam terug.

Het gaat Kok in De verrader niet om een precieze reconstructie van de historische feiten. Het Englandspiel bijvoorbeeld blijft bij hem een aaneenschakeling van enorme blunders in Londen. Voor het verhaal over Van der Waals maakt het ook niet veel uit te weten of de Engelsen misschien bewust een spel hebben gespeeld om de Duitsers te misleiden over de plaats van de geallieerde landingen - een theorie die nu ook door een van de weinige overlevenden, Huib Lauwers, voor de meest waarschijnlijke wordt gehouden. Kok houdt zich verre van deze speculaties.

Evenmin is hij erg geïnteresseerd in de slachtoffers van Van der Waals, zoals Theo Dobbe, Loek Verstrijden en Wim Burger, drie verzetsstrijders van het eerste uur, over wie Geert Poorter onlangs een boekje schreef: Verzetspioniers (Tarcisius, Deventer; ¿ 29,50). De Rotterdamse beginperiode van Van der Waals komt bovendien uitgebreider aan bod in het recente proefschrift van Hans van der Pauw: Guerrilla in Rotterdam - De paramilitaire verzetsgroepen 1940-1945 (Sdu; ¿ 59,90).

Kok heeft eerder een vie romancée willen schrijven dan een historische studie. Van der Waals wordt sprekend opgevoerd en over het algemeen is dat, dank zij Kok's grondige bronnenonderzoek, overtuigend. Wel is het onwaarschijnlijk dat Van der Waals een Rotterdamse jood die hij er inluisde, vlak voor zijn arrestatie najaar 1941 zou hebben toegevoegd: 'Wees nou maar blij dat je naar Engeland gaat, want anders ging je naar Polen.' Van der Waals kon moeilijk op de hoogte zijn van Hitler's plannen op een moment dat die nog nauwelijks bestonden.

'De werkelijkheid is soms erger en vreemder dan de grootste fantasie', schreef Van der Waals na de oorlog over zijn leven. Inderdaad.

Dick van Galen Last

Auke Kok: De verrader - Leven en dood van Anton van der Waals.

De Arbeiderspers; ¿ 39,90.

ISBN 90 295 2665 3.

Meer over