Verschillen in geboortecijfers hachelijk voor Israël

De politieke dood van Ariel Sharon laat de wereld met een historisch vraagstuk achter: was hij dan de man die voor vrede kon zorgen in het Midden-Oosten?...

Toen in 1929 de Duitse minister van Buitenlandse Zaken Gustav Stresemannaan een hartaanval bezweek, liet hij onder meer een historisch vraagstukachter. Was hij nu die ene man geweest die wellicht de val van de WeimarRepubliek had kunnen voorkomen en daarmee de vrede in Europa had kunnenbehouden? Of waren zijn pogingen om in de jaren 1920 een Europeseverzoening tot stand te brengen alleen maar de tactische manoeuvre geweestvan een onverbeterlijke Duitse nationalist?

De beroerte die Ariel Sharon vorige week velde, dreigt ons met eensoortgelijk vraagstuk op te zadelen. Was Sharon die ene man die blijvendevrede in het Midden-Oosten brengen met een 'twee staten'-oplossing? Ofwaren zijn pogingen een modus vivendi te vinden met de Palestijnen louterde Machiavellistische truc van een onverzoenlijke vijand?

Op het moment van schrijven ligt Sharon in coma, na enkele ernstigehersenbloedingen. Zelfs als de artsen hem weer volledig bij bewustzijnkunnen brengen, zal zijn politieke loopbaan ten einde zijn. We zullen dusmisschien nooit weten wat zijn volgende stap zou zijn geweest. We kunnenalleen maar hopen dat zijn vertrek niet direct leidt tot economische envervolgens politieke chaos, zoals bij Stresemann het geval was.

Net zoals Stresemann vóór 1919 een vuurspuwende nationalist was, wasSharon het grootste deel van zijn politieke loopbaan de gesel van dePalestijnen en hun aanhang. Sharon was de man die tijdens de ZesdaagseOorlog in 1967 de Egyptische bastions Um Katef en Abu Awgeila omverwierp.Hij was het die de Israëlische troepen over het Suezkanaal leidde, hetkeerpunt in de Yom-Kippoeroorlog van 1973.

En als minister van Defensie was hij de man die in 1982 de Israëlischeinvasie in Libanon bedacht, waarmee hij de PLO-leiders verdreef uit hunbolwerk in West-Beiroet en de Maronitische christenen losliet op dePalestijnse vluchtelingenkampen.

Bovendien was Sharon de belangrijkste architect van de campagne van deLikudpartij om joodse nederzettingen te bouwen op de door Israël bezettegebieden in Gaza en op de Westoever.

Maar toch, ook weer net als bij Stresemann, lijkt het erop dat Sharonaan het eind van z'n loopbaan een heel andere koers is gaan varen. Hijsprak zich uit voor het stichten van een Palestijnse staat. Hij maakteernst met de door de Amerikanen geïnitieerde Routekaart, die de weg moestwijzen naar een blijvende vrede. En, wellicht het meest opmerkelijk, inaugustus 2005 trok hij de Israëlische kolonisten en troepen terug uit deGazastrook en uit delen van de Westoever.

Kwam dat allemaal door een of andere bekering - op de weg naar Hebron,in plaats van Damascus? Dat is niet erg waarschijnlijk. Iedere concessiedie hij deed, was een unilaterale actie, uitsluitend gericht op hetverhogen van Israëls veiligheid. Hij heeft niets gedaan wat had kunnenbijdragen aan het vergroten van het gezag van de Palestijnse Autoriteit ofvan het zogenoemde 'kwartet' van aspirant-bemiddelaars - de VerenigdeStaten, de Verenigde Naties, de Europese Unie en Rusland.

De Palestijnse staat die Sharon voor ogen stond, was een afgeknepenreservaat, zonder het oostelijk deel van Jeruzalem, omsloten door een doorIsraël bewaakt hek. Veel meer dan Stresemann is Sharon altijd eenonverzettelijk obstakel geweest dat zich voordeed als een onweerstaanbarekracht.

Natuurlijk is de situatie in het Israël van nu totaal anders dan diein het Duitsland van de jaren 1920. De Israëli's hebben hun oorlogengewonnen, maar worden nog steeds bedreigd door hun talrijker buren. DeDuitsers hadden de oorlog verloren, maar bleven een dreiging voor hunminder talrijke buren. Israël is een klein land, ongeveer half zo grootals Nederland, met iets meer dan zes miljoen inwoners. Duitsland was nogsteeds een grootmacht, ook na de nederlaag, met het potentieel om noggroter te worden.

Desalniettemin zijn er ook wel verhelderende overeenkomsten. DeIsraëlische democratie heeft veel gemeen met die van de Weimar Republiek,met name in het systeem van evenredige vertegenwoordiging en het als gevolgdaarvan eindeloze gesteggel over coalities. Wie wil begrijpen welkegevolgen het vertrek van Sharon heeft, moet hier beginnen.

Nog geen twee maanden geleden was Sharon z'n politieke rivalen te vlugaf toen hij de Likudpartij verliet en de nieuwe partij Kadima('Voorwaarts') oprichtte. Het was een meesterlijke zet. Hij nam niet alleende Likudleden mee die hem het trouwst waren, maar ook Shimon Peres, devoormalige leider van de Arbeiderspartij.

Daarmee bleef Likud achter als een romppartij met Sharons oude rivaalNetanyahu als leider, en de Arbeiderspartij met de onervaren vakbondsmanAmir Peretz. Op basis daarvan leek Sharon af te stevenen op een overwinningbij de aanstaande verkiezingen in maart.

Kadima was echter, afgezien van de naam, de Sharonpartij en lijkt nu opHamlet zonder de prins. Kan vice-premier Ehud Olmert de leemte vullen dieSharon achterlaat? Kan iemand dat?

Er is nog een overeenkomst met het huidige Midden-Oosten en hetCentraal-Europa van de jaren 1920, namelijk de demografische aspecten. Nade Eerste Wereldoorlog kon je eenvoudigweg niet om het enorme aantalDuitsers in Europa heen - vooral niet om de miljoenen die buiten heteigenlijke Duitsland woonden, in Oostenrijk, Tsjechoslowakije en Polen. Zijwaren de zaadjes waaruit de Tweede Wereldoorlog ontkiemde.

In het Midden-Oosten daarentegen is Israël demografisch in het nadeel.De Israëli's worden in aantal niet alleen overtroffen door de vijandigeArabieren buiten hun grenzen, maar ook binnen Israël zelf en in de bezettegebieden hebben ze qua bevolkingsaantallen het tij tegen. Hetgeboortecijfer in de Gazastrook is met zeven kinderen per vrouw een van dehoogste ter wereld, terwijl dat cijfer in Israël blijft steken op drie.Zelfs binnen Israël is er een verschil: joodse vrouwen baren er gemiddeld2,7 kinderen tegenover 4,8 bij Arabische vrouwen in Israël.

Volgens voorspellingen van Arnon Sofer van de Universiteit van Haifazullen joden in 2020 nog maar 42 procent uitmaken van de gezamenlijkebevolking van Israël, de Westoever en Gaza. Naast een joodse bevolking van6,4 miljoen zullen er dan drie miljoen niet-joden wonen binnen de grenzenvan 1967; 3,3 miljoen Palestijnen op de Westoever, en nog eens 2,5 miljoenin Gaza. Zelfs het Israëlische Centraal Bureau voor de Statistiek voorzietdat in het jaar 2020 Arabieren 23 procent van de bevolking van Israëlzullen uitmaken en bijna eenderde van de bevolking van onder de veertienjaar.

In dit opzicht - als we toch met tussen-oorlogse vergelijkingen bezigzijn - doet de hachelijke situatie van Israël sterk denken aan die van deprotestanten in Ulster. Tenslotte zijn zowel Israël als Noord-Ierland eenerfenis van het Britse imperialisme; eerstgenoemde kwam voort uit hetjoodse 'nationaal thuis' dat in 1917 werd geproclameerd en laatstgenoemdeuit de opdeling van Ierland, vier jaar daarna. In beide gevallen zijndegenen van wie de voorouders kolonisten waren nu demografisch gezienrelatief in het nadeel.

In beide gevallen hebben degenen die de legitimiteit van deoorspronkelijke kolonisatie betwisten - de afstammelingen van de autochtonebevolking - zich tot terrorisme bekeerd.

In beide gevallen zeggen de gematigder vertegenwoordigers dat ze zakenvia de stembus willen oplossen en willen de extremisten hun bommen nietopgeven.

Het verschil is natuurlijk dat de protestanten van Ulster nauwelijksvrienden hebben in het buitenland, terwijl de Israëli's nog steeds kunnenrekenen op de Verenigde Staten als de voornaamste garantie voor hunvoortbestaan. Dat is wellicht het allerbelangrijkste punt.

Amper 26 dagen na het overlijden van Gustav Stresemann markeerde debeurskrach van Wall Street het einde van de Golden Twenties. In de crisisdie volgde, werden miljoenen dollars die de Verenigde Staten aan Duitslandhadden geleend uit dat land teruggehaald, waardoor een toch al ernstigerecessie omsloeg in een catastrofale economische crisis.

Toch is het bijna onmogelijk om een vergelijkbare gebeurtenis tebedenken die ertoe zou leiden dat de Amerikaanse financiële steun aanIsraël zou ophouden. Zelfs als een Amerikaanse president de officiëlehulp drastisch zou inkorten - iets waarvan de Europeanen altijd beweren dathet zou leiden tot meer concessies van Israëlische kant -, dan nog zou heteffect gering zijn, aangezien veel van de Amerikaanse steun aan Israël(ruwweg eenderde deel) afkomstig is van privé-donors.

Van de drie belangrijkste variabelen in de vergelijking is er dus eentjetotaal onbekend, namelijk wie de opvolger van Ariel Sharon zal zijn. Vande beide andere kennen we alleen het teken: de demografische tendens is eengrote min voor Israël, de Verenigde Staten vormen een grote plus.

Nu het onverzettelijke object Sharon er niet meer is, is de vraag: wievan deze twee zal de onweerstaanbare kracht blijken te zijn? Dat is op ditmoment het echte vraagstuk in het Midden-Oosten.

Meer over