Nieuws

Verplicht pensioen voor rechters op 70-jarige leeftijd is geen leeftijdsdiscriminatie, oordeelt de rechter

Het automatische ontslag voor rechters op hun 70ste verjaardag is geen leeftijdsdiscriminatie. Rechter Willem Korthals Altes (71) was, in een poging om de leeftijdsgrens open te breken, in beroep gegaan tegen zijn ontslag, maar dat is afgewezen.

Willem Korthals Altes maakte in oktober 2020 zijn rentree als rechter-plaatsvervanger in Alkmaar om te helpen bij het wegwerken van extra achterstanden die gedurende de coronacrisis waren ontstaan.  Beeld Raymond Rutting
Willem Korthals Altes maakte in oktober 2020 zijn rentree als rechter-plaatsvervanger in Alkmaar om te helpen bij het wegwerken van extra achterstanden die gedurende de coronacrisis waren ontstaan.Beeld Raymond Rutting

Dat maakte de Centrale Raad van Beroep donderdag bekend. De Raad oordeelt dat het ontslag een noodzakelijk middel is voor de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht en het bevorderen van de doorstroming van rechters.

Korthals Altes noemde het verplichte pensioen ‘leeftijdsdiscriminatie’ en vond dat hij als plaatsvervanger inzetbaar kon blijven. ‘Roep rechters op als ze nodig zijn en laat ze thuis als het niet meer gaat’, zei Korthals Altes daar eerder over tegen de Volkskrant. Ervaren rechters die dat leuk vinden, zouden zo kunnen helpen bij het wegwerken van achterstanden in de rechtspraak.

Onafhankelijke rechtspraak

Maar van leeftijdsdiscriminatie is geen sprake, oordeelt de Raad. De belangen van Korthals Altes worden niet ‘buitensporig geschaad’ en de maatregel is geen ‘onredelijk middel’ voor het waarborgen van de onafhankelijkheid en de doorstroom. Zo kunnen rechters die na hun pensioengerechtigde leeftijd door willen werken, dat nog een paar jaar doen terwijl ze al AOW ontvangen. Dat de levensverwachting nu hoger is dan in 1932, toen de leeftijdsgrens van 70 jaar werd bepaald, maakt volgens de Raad niet uit.

De Raad volgt daarmee de minister voor Rechtsbescherming. Een vertegenwoordiger wees tijdens de zitting in juni op het gevaar van discussies over de kwaliteit van individuele rechter-plaatsvervangers. Ook de Raad voor de Rechtspraak was aanwezig tijdens de zitting. Een woordvoerder laat weten dat de Raad zich kan vinden in de uitspraak.

Met de uitspraak lijkt een einde te komen aan een jarenlange, openlijke strijd van Korthals Altes tegen de leeftijdsgrens. Een gang naar het Europees Hof voor de Rechten van de Mens ziet hij niet zitten, tenzij hij steun krijgt van anderen. Eerder had Korthals Altes al aangeklopt bij de beroepsgroep en de Tweede Kamer, maar zijn wens om de leeftijdsgrens open te breken vond geen gehoor.

Spoedwet

Zijn zaak nam nog wel een wending toen de coronacrisis uitbrak en de achterstanden in de rechtspraak opliepen. In de coronaspoedwet werd de leeftijdsgrens voor een periode van drie jaar verruimd tot 73 jaar. Korthals Altes aarzelde niet en kwam terug, net als zo’n zeventig andere rechters. Op dit moment werkt hij als politierechter voor de rechtbank Noord-Holland.

De tijdelijke maatregel doet niets af aan de rechtmatigheid van de leeftijdsgrens, oordeelt de Raad. ‘Ik ben teleurgesteld, al ik had deze uitspraak wel verwacht’, reageert Korthals Altes. Hij vindt dat de aantasting van de onafhankelijkheid gering is, omdat rechter-plaatsvervangers weten waar ze aan toe zijn. ‘De deal is duidelijk: je kunt worden opgeroepen, maar dat hoeft niet en je hebt geen mogelijkheid je daartegen te verweren.’

Volgens Korthals Altes gaat een kans verloren om rechters in te zetten bij een capaciteitstekort. Door de coronaspoedwet mag Korthals Altes nog anderhalf jaar rechtspreken als plaatsvervanger. ‘Ik blijf het doen zolang het nodig is en ik het leuk vind’.

Meer over