nieuws

Verouderde fabrieken Tata Steel hoeven niet te voldoen aan strengste Europese normen voor uitstoot

Enkele verouderde fabrieken van Tata Steel hoeven niet te voldoen aan de strengste Europese normen voor uitstoot van schadelijke stoffen. Ze kampen met ernstige lekkages en andere mankementen.

Tom Kreling en John Schoorl
Het terrein van Tata Steel in Velsen-Noord.  Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant
Het terrein van Tata Steel in Velsen-Noord.Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant

Vanwege de verouderde installaties mag de staalfabrikant van de provincie Noord-Holland de komende jaren meer stikstofoxide en stof uitstoten dan de nieuwste normen voorschrijven. Dit blijkt uit een wijziging van de zogeheten omgevingsvergunning van Tata Steel die onlangs door de toezichthouder Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied is gepubliceerd.

De wijziging was juist bedoeld om de vergunning uit 2007 van twee fabrieken te actualiseren en de uitstoot te verminderen. Het betreft twee zogeheten cokesfabrieken van Tata Steel waarin kolen tot cokes worden verwerkt die wordt gebruikt bij het stoken van de hoogovens. De twee cokesfabrieken van Tata Steel zijn enorm verouderd en behoren tot de meest vervuilende installaties van de staalfabrikant.

Daarom zijn de huidige Europese normen, die overigens al uit 2012 stammen, volgens de Omgevingsdienst niet toepasbaar op deze installaties en zijn er andere normen toegestaan. Een aantal stichtingen en particulieren tekenden bezwaar aan tegen deze veel ruimere normen voor Tata Steel. Maar de Omgevingsdienst schrijft in de vergunning dat uit de Europese richtlijnen ‘geen verplichting volgt’ om nieuwe installaties te plaatsen. ‘Evenmin is er een rechtsgrond om Tata Steel te verplichten haar installaties te moderniseren.’ Hierdoor kan Tata Steel nog jarenlang doordraaien met sterk verouderde en vervuilende installaties.

Een woordvoerder van de Omgevingsdienst zegt dat op Europees niveau onderscheid wordt maakt in oudere, vernieuwde en nieuwe fabrieken. ‘Wij kunnen niet strenger zijn dan de Europese voorschriften.’

Fabrieken op waterstof

Tata Steel zegt in een reactie dat de aangepaste vergunning ‘gewoon voldoet aan de bbt’ (best beschikbare technieken) en dat de aanpassing een verscherping is ten opzichte van de vorige vergunning. Het bedrijf hoopt nog voor 2030 de eerste nieuwe fabrieken te hebben die op waterstof werken. ‘Daarmee besparen we minimaal 30 procent CO2 en dit zal ook goed zijn voor de omgeving. Want dan beginnen we ook met het uitfaseren van de eerste fabrieken zoals een Hoogoven en de Kooksfabriek 2.’

De omgevingsvergunning van de twee cokesfabrieken stamt uit 2007. Voor het actualiseren ervan kijken de instanties die vergunningen verlenen naar de Europese richtlijnen. Hierin staat beschreven wat de best beschikbare technieken zijn die een bedrijf kan toepassen en welke uitstoot van schadelijke stoffen daar dan bij hoort. Het idee is dat door het toepassen van de best beschikbare technieken de uitstoot door fabrieken vermindert.

Van het toepassen van de normen die hieruit voortvloeien, mag worden afgeweken als de fabrieken veel ouder zijn, als aanpassing technisch niet mogelijk is en het toepassen van de technieken ‘niet kosteneffectief’ (duur) is. Beide uitzonderingen zijn op deze bedrijfsonderdelen van Tata Steel van toepassing, zo blijkt uit de vergunning. Bij de cokesfabrieken betreft het de uitstoot van zwaveloxide, stikstofoxide en stof. De omgevingsdienst schrijft in de vergunning dat voor deze ‘oudere installaties (...) geen concrete’ emissieniveaus zijn vastgelegd, alleen een uiterst maximum.

De Omgevingsdienst heeft daarom gedeeltelijk de oude norm gehandhaafd, waardoor Kooksfabriek 1 maximaal 1.100 mg stikstofoxide per kubieke meter mag uitstoten. Volgens de Europese richtlijn ligt het maximum bij nieuwe fabrieken op 500 mg en bij oudere installaties met bepaalde technieken om de uitstoot te verminderen op 650 mg per kubieke meter.

Bezwaarmakers

Advocaat Michael Klijnstra, die gespecialiseerd is in milieurecht en die een van de bezwaarmakers tegen de omgevingsvergunning bijstond, zegt dat Europese regels vaak de ruimte bieden om ruimere emissienormen op te leggen en meer uit te stoten dan de strengste normen voorschrijven. Dit komt volgens hem doordat de Europese regels worden gemaakt door de politiek en de industrie samen, waardoor ‘een bepaalde bandbreedte van emissienormen ontstaat’.

‘Op zichzelf is dat niet onbegrijpelijk, maar je verwacht niet dat in een land als Nederland, waar de meeste bedrijven juist vooroplopen bij het toepassen van nieuwe (milieuvriendelijke) technieken, het mogelijk blijkt een totaal verouderde fabriek in stand te houden en dan het excuus te hanteren dat nieuwe technieken niet toepasbaar zijn. Tata weet dat tien jaar geleden deze scherpere normen al bestonden en heeft dus alle tijd gehad zich hierop voor te bereiden.’

Van de huidige toepassing van Europese normen, waarbij een bedrijf als Tata gewoon door kan blijven produceren, gaat volgens advocaat Klijnstra geen enkele prikkel uit om te vernieuwen. Volgens Dirk Weidema van Milieuplatform IJmuiden Noord is het instandhouden van oude fabrieken onderdeel van het verdienmodel. ‘De Kooksfabriek is al lang over z’n levensduur heen. En de provincie zegt: we staan met onze rug tegen de muur en kunnen renovatie of nieuwbouw niet afdwingen.’

Schone Lucht Akkoord

Weidema heeft de afgelopen tijd alle betrokken instanties nog aangeschreven dat deze vergunning in strijd is met het Schone Lucht Akkoord, dat in 2020 door Rijk, provincies en gemeenten werd afgesloten. Hierin staat onder meer dat bij het opleggen van de emissiegrenzen zoveel mogelijk de onderkant van de Europese normen moet worden aangehouden.

Maar volgens de Omgevingsdienst zijn de afspraken uit dat akkoord ‘juridisch niet bindend’ en kunnen ‘de partijen niet in rechte worden aangesproken op het niet nakomen van de afspraken’. Weidema: ‘Dat akkoord is dus niets waard en kun je wel op het toilet hangen.’

Wel moet Tata Steel van de Omgevingsdienst onderzoek doen hoe ze de emissies toch omlaag kunnen brengen. Het staalbedrijf staat al jaren onder druk om schoner te worden en de overlast voor de omgeving te verminderen. Ook doet het Openbaar Ministerie onderzoek of het bedrijf opzettelijk en in strijd met de wet heeft gehandeld door gevaarlijke stoffen ‘in de bodem, lucht of oppervlaktewater’ te brengen wat mogelijk een gevaar heeft opgeleverde voor de openbare gezondheid.

Meer over