Vernieuwend theater moet worden beloond

De Nederlandse theaters moeten beter worden beloond voor hun inspanningen om een nieuw publiek te bereiken. Bijvoorbeeld in de vorm van de kwalificatie 'kernpodium'....

Een kernpodium is een theater dat zich, met financiële steun van de rijksoverheid, extra inzet voor de marketing van het vernieuwende aanbod. Onderzoek wijst uit dat de bestaande theaters over te weinig geld en mankracht beschikken om hun 'producten' op de juiste manier op de markt te brengen.

Op verzoek van de VVT bracht onderzoeksbureau Motivaction de positie in kaart van de zestien theaters die bij deze vereniging zijn aangesloten. Het gaat om theaters met relatief kleine zalen die onderdak bieden aan 'vernieuwende, eigentijdse en risicovolle' voorstellingen - zoals in Amsterdam De Balie en de (NES)Theaters, in Utrecht Theater Kikker en Huis a/d Werf, in Tilburg De Vorst en in Nijmegen O'42.

In deze zestien theaters, zo wijst het onderzoek van Motivaction uit, is 17 procent van het totale gesubsidieerde podiumkunsten-aanbod te zien. Dat is een groter aandeel dan tot nu toe werd aangenomen.

Diezelfde theaters kampen met een groot gebrek aan professioneel personeel: eenderde van de werknemers is vrijwilliger, heeft een Melkertbaan of een andere werkervaringsplaats. Bovendien is het budget voor marketing-en publiciteitsactiviteiten relatief klein. Gemiddeld kunnen de VVT-theaters 6 procent van hun totale budget besteden aan marketing en publiciteit. Dat is weinig voor een branche die te maken heeft met nieuwe, onbekende produkten.

'De Nederlandse overheid mag blij zijn met deze theaters', zei Ocker van Munster, adviseur bij onderzoeksbureau Berenschot op de VVT-presentatie. 'Ze nemen het moeilijkste deel van de gesubsidieerde podiumkunsten voor hun rekening.' Van Munster stelde dat de zogenaamde vlakke vloer al lang niet meer het onderscheidende kenmerk is van de VVT-leden. 'Belangrijker zijn de brede activiteiten van deze podia, de georganiseerde debatten, de verankering in de stad en de bindingen die hier tussen de verschillende kunsten worden gelegd.'

De podia zouden zich volgens Van Munster veel meer moeten toeleggen op het versterken van hun 'merknaam', omdat het publiek hier afkomt op de 'leefomgeving' die een theater biedt, en niet zozeer op het nog onbekende aanbod.

De Engelsman Neil Wallace (voormalig directeur van het Tramway-theater in Glasgow) prees op de bijeenkomst de infrastructuur en de vaardigheid van de Nederlandse kleinschalige theaters om een dialoog tot stand te brengen tussen kunstenaars en toeschouwers. 'Zo wordt de jeugd van het theater gegarandeerd.' Maar Wallace noemde die infrastructuur ook kwetsbaar en te veel afhankelijk van enkele personen.'

Het kernpodium zou de band tussen theatermaker en toeschouwer moeten verstevigen. Zodat bij het volgende onderzoek dat het VVT instelt ook een stijging laat zien in de bezoekscijfers.

Meer over