Vermoeid gevoel

HET ene muziektijdschrift is nog niet ter ziele, of elders verrijst een nieuw muziekblad. Uitwisselbaar zijn ze echter niet. Het recent overleden blad Vrije Geluiden van de VPRO (dat amper een jaar heeft bestaan), zocht zijn bestaansrecht in het Europese klassieke muziekaanbod op radio en in beperkte mate op tv....

Pay-Uun Hiu

Het nieuwe tweemaandelijkse tijdschrift Contra.Stemmen over muziek van uitgeverij Alamire wil in de eerste plaats een discussieforum bieden voor het Vlaamse muziekleven. Uiteindelijk moet Contra. (spreek uit: contrapunt) 'het tijdschrift zijn voor elke denkende mens in wiens leven muziek een betekenis heeft', zo schrijft hoofdredacteur Stefan Moens die tevens muziekrecensent van De Morgen is.

De uitgever schrijft eveneens mooie woorden bij de geboorte van het blad: 'We willen er niet na één jaargang de brui aan geven. We mikken op een publiek van kritisch ingestelde muziekliefhebbers die nood hebben aan degelijke artikels en aan informatie die de dagdagelijkse kranten- en tijdschrifteninfo overstijgt.' Want Alamire, zeventien jaar uitgever van het oude muziekblad Musica Antiqua (dat vanaf nu alleen nog elektronisch verschijnt), weet er alles van: Vlaanderen heeft een haat-liefde verhouding met muziektijdschriften. Wat verschijnt, verdwijnt.

Ha! Die zijn gewaarschuwd, dat moet wel een blad worden dat het kan opnemen tegen zappende, internettende, van de modernste media voorziene en wereldwijze muziekomnivoren. Eindelijk. Het resultaat is dan ook werkelijk verbijsterend. De eerste aflevering van Contra., die in extra grote oplage verscheen, is van een onvoorstelbare adembenemende allesdoordringende dufheid.

Brede kolommen, grijze pagina's, oubollige illustraties en het ontbreken van foto's geven een gedateerd aanzicht dat van alles oproept, behalve lust tot lezen. Ook de onderwerpkeuze en vooral de behandeling ervan lijken van halverwege de vorige eeuw.

Natuurlijk heeft een debat over de kwaliteit van de muziekkritiek actuele waarde. Zeker in het licht van de permeabele scheidslijnen tussen genres en disciplines, de verschuivende patronen in de media en het verdwijnen van esthetische consensus. Maar de stemmen die worden opgevoerd staan los van elkaar. Een doordachte stemvoering ontbreekt, evenals een spannende dissonantbehandeling. En vooral overheerst het idee dat alles al eens is gezegd en de huidige ontwikkelingen in de muziekwereld amper tot een nieuwe visie op het vak van de muziekcriticus hebben geleid.

Ook de andere stukken getuigen van een zeker oog voor actualiteit: repertoirekeuze bij de Vlaamse Opera en de Munt, de situatie van de Vlaamse omroep, de programmering van het festival Ars Musica en de problemen van een Vlaams Muziekcentrum. Toch roepen deze ook een vermoeid gevoel op van déjà vu.

Ondanks de obligate frasen van de uitgever over professionele aanpak en journalistieke bijdragen, ademen de meeste stukken de sfeer uit van een weinig doorgeluchte studeerkamer. Reportages of interviews met reportage-elementen is een genre dat er niet in voorkomt. Net zoals de cd-recensie. Deze ontbreekt omdat, volgens Moens, daarvoor een schare recensenten nodig is die je in Vlaanderen niet vindt.

Maar ook ontbreekt het vooralsnog aan scribenten over de rol van internet, de voors en tegens van de dvd, de opkomst van een generatie componisten die geen noot kan lezen, maar wel met de computer nieuwe klankdimensies genereert, of de functie van het klassieke concertgebouw in een wereld waarin klassieke muziek steeds meer marginaliseert. De volgende aflevering behandelt de prijs van het operakaartje, oude opera, de dramaturg en het ideale libretto.

De redactie en de auteurs van Contra. leven duidelijk nog in een heile muziekwereld. Ze keren zich met erudiet dedain af van popularisatie en vercommercialisering van de klassieke muziek, maar stellen daar geen toekomstvisie tegenover. Wil een serieus muziektijdschrift serieuze overlevingskansen hebben, dan is daarvoor op z'n minst een eigenwijze benadering van eigentijdse verschijnselen voor nodig.

Meer over