Verloren eer keert moeilijk weer

Met zijn afscheid, eind 1988, als voorzitter van de PTT-raad was de cirkel voor Willem Aantjes rond. Toen kwam er een eind aan zijn langdurige en innige relatie met de inmiddels geprivatiseerde posterijen, die een halve eeuw eerder begon in Bleskensgraaf, waar zijn vader het lokale postkantoor beheerde....

Toen Aantjes in 1942 eindexamen gymnasium deed, zag hij de weg naar een voorgenomen rechtenstudie geblokkeerd door de eis van de bezetter dat hij eerst een halfjaar Arbeidsdienst zou moeten draaien. In de stellige overtuiging dat een ambtelijke status hem van een terwerkstelling in Duitsland zou vrijwaren, koos hij voor een tijdelijk dienstverband bij de PTT. Niet de bezetter maar de 'eigen' PTT stuurde hem vervolgens echter naar Duitsland. Uitgeleend aan het Duitse zusterbedrijf als brievenbesteller belandde hij in Gw.

In de veronderstelling daardoor terug te kunnen keren naar Nederland, meldde Aantjes zich in 1944 vrijwillig bij de Germaansche SS, een Nederlandse afdeling van de Duitse SS. Eenmaal terug in het vaderland zou hij dan een opleiding voor politiediensten volgen. Maar het SS-Hauptamt besliste anders en deelde hem in bij de 'Landstorm Nederland', onderdeel van de Waffen-SS. Aantjes weigerde en zat tot het eind van de oorlog vast in het Drentse strafkamp Port Natal.

Hoewel uit later onderzoek is gebleken dat deze visie - de visie van Aantjes - op de gebeurtenissen tijdens de Tweede Wereldoorlog de enig juiste is, bracht het Duitse avontuur, waaraan hij als postbode begon, hem ten val. Een tip aan het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie bracht de zaak aan het rollen. Lou de Jong nam de merendeels onjuiste aanklacht klakkeloos over. Aantjes zou zich vrijwillig bij de beruchte Waffen-SS hebben gemeld en bewaker, in plaats van gevangene, zijn geweest in Port Natal, aldus de RIOD-directeur, die zijn fout pas in 2001 toegaf.

Op 7 november 1978 viel het doek voor de voormalige ARP-politicus, die inmiddels tot fractievoorzitter was gekozen van het een jaar eerder geformeerde CDA. De politieke vernedering was compleet toen het toenmalige kabinet, onder leiding van partijgenoot Van Agt, hem als alternatief het voorzitterschap van de Kampeerraad aanbood. Een functie die Aantjes overigens aanvaardde en die hij loyaal en met kennelijk genoegen tot zijn zeventigste heeft vervuld.

Het typeert de mens en de politicus. Want wie verwacht in zijn zojuist verschenen Herfstdagboek een verbitterd man aan te treffen die niet dan in wrok omziet, komt bedrogen uit. Sterker nog, 'de kwestie' komt slechts zijdelings ter sprake, zoals op 7 november 2003, de dag waarop Aantjes droogjes meldt zijn 'vijfentwintigjarig jubileum als politicus in ballingschap' te vieren.

De val vormt hooguit het enigszins beklemmende decor waartegen de handelingen en de herinneringen van de 81-jarige dagboekanier zich afspelen en echoot nog wat na in enkele titels die hij zijn stukjes meegeeft ('Eer is teer' en 'Verloren eer keert moeilijk weer'), die echter niet hemzelf betreffen.

Op verzoek van uitgeverij De Prom hield Aantjes in de herfst van 2003 een dagboek bij, dat deze week onder de titel Maar de meeste van deze is de A verscheen. De aanduiding 'herfstdagboek' is behalve letterlijk nadrukkelijk ook overdrachtelijk bedoeld: de auteurs die voor deze serie door De Prom zijn aangezocht - naast Aantjes bijvoorbeeld ook Leo Vroman en Dries van Agt - verkeren allen in de herfst van hun leven.

Aantjes vervult zijn schrijversrol - dit is zijn eerste echte boek - trouwhartig en met verve. Zijn bespiegelingen over alledaagse en met name politieke zaken snijden hout en getuigen bij vlagen van de felheid die ooit de sociaal bewogen christen-democraat typeerde.

Als hij, oktober vorig jaar, voor het eerst van zijn leven een hypotheek afsluit, laakt hij het feit dat als gevolg van de bijbehorende fiscale regeling de kloof tussen arm en rijk eerder toe- dan afneemt. Kwader maakt hij zich over de uitholling van het parlement - van buitenaf, of erger nog, van binnenuit - en vooral ook over het gemanipuleer met de bede aan het slot van de Troonrede.

Balkenende wijzigde de formule vorig jaar voor de zoveelste keer, en Aantjes fulmineert: 'Dit gesjoemel met God en gebed en de schaamteloosheid daarvoor de koningin van hot naar her te sturen staat meer op gespannen voet met het gebod Gods naam niet ijdel te gebruiken dan menige krachtterm waar de Bond tegen het Vloeken zich tegen keert.'

Het is niet de enige kritiek die hij heeft op Balkenende, op het zittende kabinet en op het CDA, de partij die hij ondanks alles trouw bleef, uitsluitend en alleen omdat hij zichzelf rekent tot het uitstervende ras dat 'partijtrouw onder bijna alle omstandigheden' laat prevaleren. Merkwaardig is het wel, want zijn wantrouwen jegens politieke partijen die zich christelijk noemen en vervolgens suggereren dat daarmee hun beleid ook automatisch christelijk mag heten, is groot.

Het evangelie is geen vlag die de lading moet dekken, maar een toetssteen voor gevoerd en te voeren beleid, stelt hij in een van zijn dagboekaantekeningen. Zo'n stelling roept de vlammende toespraak in herinnering die hij tijdens het eerste CDA-partijcongres hield, en die sindsdien als zijn 'Bergrede' te boek staat. De A die in de titel Maar de meeste van deze is de A wordt opgevoerd, is dan ook niet de A van Aantjes maar die van App de letter die het CDA, wellicht meer nog dan de C en de D zou moeten koesteren.

Willem Aantjes, die aan den lijve heeft ondervonden hoe moeizaam zelfs een ten onrechte verloren eer weerkeert, is desondanks opmerkelijk mild geworden. Maar hij is nog steeds dezelfde bevlogen parlementari die het in dit dagboek liever over belangrijker zaken dan over zichzelf heeft. Nadelig gevolg hiervan is dat het nergens echt persoonlijk wordt. Over de mens en zijn emoties komt de lezer weinig te weten.

Met uitzondering dan van wat er in hem omging bij zijn eerder gememoreerde afscheid als voorzitter van de PTT-raad, dat niet zoals verwacht ergens op de hei plaatsvond maar pontificaal, in de Ridderzaal, op hetzelfde Haagse toneel waar zich destijds zijn tragedie voltrok. Hij heeft het ervaren als 'een stukje Wiedergutmachung', dat hem 'een klein gevoel van voldoening' opleverde.

Meer over